Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.

Home › Polen › Neder-Silezië › Wandelen in Nationaal Park Karkonosze
Bestemming 7 min lezen

Wandelen in Nationaal Park Karkonosze

Jorrit Drenth
Jorrit Drenth Redacteur · 27 mei 2025

De Poolse kant van het Reuzengebergte is een eigen nationaal park

Het Karkonosze-gebergte op de grens met Tsjechië is aan beide zijden nationaal park, met de grens over de kam; aan Tsjechische kant heet het de Krkonoše. Het Poolse Nationaal Park Karkonosze beslaat ongeveer 5.600 hectare en loopt op tot de Śnieżka van 1.603 meter, het hoogste punt van beide landsdelen samen. Wat in reisteksten door elkaar loopt, zijn de Tsjechische en de Poolse plekken. Dit artikel behandelt de Poolse kant, met entreeprijzen, routelengtes, hoogteverschillen en het weer.

Toegang tot het park kost een paar złoty per dag

Bij elke ingang staat een kassa of een automaat waar je een dagkaartje koopt, doorgaans bemand van acht tot zes; dat geld gaat naar het onderhoud van de paden. Een dagkaart kost 10 tot 20 złoty per persoon, kinderen minder. Parkeren bij de beginpunten kost 20 tot 40 złoty per dag. De paden zijn met kleuren gemarkeerd en er staan wegwijzers met looptijden. Buiten die paden lopen is verboden en dat wordt gecontroleerd, want de kam is beschermd toendragebied met hoogveen.

De klim naar de Śnieżka kost vier tot vijf uur heen en terug

Vanaf Karpacz aan de zuidoostkant klim je in tweeënhalf uur naar de top van 1.603 meter, met ongeveer 900 hoogtemeters. Boven staan het Poolse meteorologisch observatorium uit 1974, opgebouwd uit drie schotelvormige schijven, en de Tsjechische Sint-Laurentiuskapel uit 1681; de grens loopt over de top. Toegang zit in de dagkaart. Er gaat ook een stoeltjeslift een deel omhoog, voor 40 tot 70 złoty retour. Let op: op de top zijn volgens de weerdienst windsnelheden van meer dan 200 kilometer per uur gemeten en hij staat het grootste deel van het jaar in de wolken.

De Kamieńczyk-waterval bij Szklarska Poręba is 27 meter

Bij Szklarska Poręba aan de westkant van het park stort de Kamieńczyk 27 meter naar beneden in een rotskom; het is de hoogste waterval van het Poolse deel van dit gebergte. Achter het water door loopt een pad in de rots. Entree kost enkele złoty. Vanaf de parkeerplaats is het 1,5 kilometer omhoog over een geplaveid pad. Reken op anderhalf uur heen en terug. In de winter bevriest de val tot een ijskolom en wordt het pad afgesloten wegens ijsval. Boven het dorp ligt de Szrenica-bergtop van 1.362 meter, met een tweede stoeltjeslift.

Onder de kam liggen Wielki Staw en Mały Staw in steile kommen

Aan de noordkant van de kam liggen de Wielki Staw en de Mały Staw, twee meertjes in halfronde kommen die zijn ingesloten door wanden van tweehonderd meter, achtergelaten door gletsjers uit de ijstijd. Toegang zit in de dagkaart. De route erlangs is 8 tot 12 kilometer met 500 hoogtemeters en kost vier uur. Bij de Mały Staw staat een berghut waar je kunt eten en overnachten voor 60 tot 120 złoty. Zwemmen is verboden; het zijn beschermde wateren, met zeldzame planten op de wanden eromheen.

In Karpacz staat een houten staafkerk uit Noorwegen

In Karpacz aan de zuidoostkant, en dus niet aan de westkant zoals vaak wordt geschreven, staat de Świątynia Wang, een houten staafkerk die rond 1200 in Noorwegen is gebouwd en die in 1842 is gedemonteerd, verscheept en hier weer opgebouwd. Het is een van de weinige middeleeuwse staafkerken buiten Scandinavië. Entree kost 10 tot 20 złoty; de kerk is dagelijks open, doorgaans van negen tot zes en op zondag alleen buiten de diensten. Reken op drie kwartier. Het houtsnijwerk aan de portalen is nog het oorspronkelijke, ruim achthonderd jaar oud.

Het weer op de kam is een andere wereld dan in het dal

Boven de boomgrens heerst een klimaat dat vergelijkbaar is met dat van Noord-Scandinavië: de gemiddelde jaartemperatuur op de Śnieżka ligt rond het vriespunt en er valt ruim 1.200 millimeter neerslag. Neem ook in juli een windjack, muts en handschoenen mee als je de kam op gaat. Het verschil tussen dal en top is 8 tot 12 graden, en bij wind voelt dat als meer. Bij onweer keer je om: op de kam is er over kilometers geen beschutting. De streek heeft er zelfs een figuur voor, de berggeest Rübezahl, die volgens de verhalen het weer maakt.

De bekende watervallen aan de andere kant liggen in Tsjechië

De Mumlava-waterval bij het glasstadje Harrachov, het Labský důl met de bron van de Elbe en het skidorp Špindlerův Mlýn worden vaak bij dit park genoemd, maar ze liggen aan de Tsjechische kant van de grens. Er zijn grensovergangen over de kam die te voet vrij te passeren zijn, met looptijden van een tot drie uur, en met de auto rijd je er in een tot twee uur omheen over 60 tot 90 kilometer. Beide landen zitten in dezelfde reisruimte, dus paspoortcontrole is er niet; wel betaalt Tsjechië met de kroon en Polen met de złoty.

Praktisch

Vanuit Nederland rijd je in negen tot tien uur, of je vliegt in anderhalf uur op Wrocław en rijdt daarna 130 kilometer in anderhalf uur. Polen betaalt met de złoty. Juni tot september geeft in de dalen 18 tot 26 graden en op de kam 8 tot 16. Juli en augustus zijn de drukste maanden; in het weekeinde staat er bij de stoeltjeslift een rij. Van december tot maart liggen er skigebieden bij Karpacz en Szklarska Poręba en zijn de zomerpaden op de kam alleen met winteruitrusting begaanbaar.
Jorrit Drenth
Over de auteur
Jorrit Drenth

Redacteur bij Vakantiewoningen.nl.

Alle artikelen van Jorrit Drenth →
Bij dit artikel

Drie huizen uit ons aanbod

Bekijk prijs en beschikbaarheid bij onze boekingspartner. Je ziet de totaalprijs vóór je betaalt.

Lees ook

Meer uit het magazine