Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Madeira is een bergtop die uit de Atlantische Oceaan steekt
Foto: Eva Bronzini / Pexels
Het eiland meet 57 bij 22 kilometer en loopt van zeeniveau op tot 1.862 meter, de top van Pico Ruivo. Vlak land is er nauwelijks: de kust bestaat uit kliffen en de dorpen liggen op terrassen daartussen.
Daardoor kan het op vier plekken tegelijk ander weer zijn. Dit artikel gaat over het eiland als geheel, met reistijden, entreeprijzen en het verschil tussen de noord- en de zuidkant.
De noordkant is nat en de zuidkant droog
Foto: Lorna Pauli / Pexels
De passaatwind komt uit het noordoosten en verliest zijn vocht tegen de bergrug. In het noorden, rond São Vicente en Seixal, valt twee tot drie keer zoveel regen als in Funchal aan de zuidkust, waar het jaarrond 19 tot 26 graden is.
Praktisch betekent dat: regent het in Porto Moniz, dan rijd je in drie kwartier naar de andere kant en zit je in de zon. De tunnels die sinds de jaren negentig door de bergen zijn geboord, brachten die oversteek van twee uur terug naar een half uur.
Het Laurissilva is een restant uit het tertiair
Foto: Karolina / Pexels
Ongeveer een vijfde van Madeira is bedekt met altijdgroen laurierbos dat miljoenen jaren geleden rond de hele Middellandse Zee groeide en daar verdween. Volgens UNESCO, dat het bos in 1999 op de werelderfgoedlijst zette, gaat het om zo'n 15.000 hectare.
Toegang is gratis en de paden zijn het hele jaar open. Het is er vochtig en vaak mistig, met een temperatuur die vijf tot tien graden onder die aan de kust ligt. Let op: neem een regenjas mee, ook als het in Funchal dertig graden is.
De levadas zijn samen ruim tweeduizend kilometer lang
Vanaf de vijftiende eeuw is water uit het natte noorden naar de akkers in het zuiden geleid via smalle kanalen in de berghelling. Bij elkaar meten die levadas volgens het eilandbestuur ruim 2.000 kilometer, en langs vrijwel alle kanalen loopt een onderhoudspad.
Die paden zijn vlak, wat wandelen op een bergeiland mogelijk maakt zonder te klimmen. Let op: sommige routes lopen langs onbeveiligde afgronden en door tunnels waarvoor je een lamp nodig hebt, en het Parque Natural da Madeira sluit paden na hevige regen wegens steenslag. Kijk de status na op de dag zelf.
Cabo Girão heeft een glazen vloer op 580 meter
Boven Câmara de Lobos, tien kilometer ten westen van Funchal, staat het klif van Cabo Girão recht boven zee, met een uitkijkplatform waarvan de vloer van glas is. Het wordt vaak het hoogste van Europa genoemd, al zijn er in Noorwegen en Ierland hogere kliffen.
De entree is 3 euro, kinderen tot en met twaalf jaar betalen niets, en het platform is dagelijks open van half negen tot acht uur 's avonds in de zomer en tot zeven uur in de winter. Reken op een half uur. Ga bij helder weer in de ochtend: 's middags hangt er vaker bewolking tegen de helling en zie je de akkers beneden niet.
Zandstranden liggen op Porto Santo
De kust van Madeira bestaat uit kiezels, rotsen en een paar aangelegde stranden met ingevoerd zand. Wie een echt zandstrand wil, neemt vanuit Funchal de veerboot Lobo Marinho naar Porto Santo, waar het strand vrijwel de hele zuidkust beslaat.
De overtocht duurt ongeveer tweeënhalf uur en een retour begint rond 49 euro per persoon; in het hoogseizoen vaart de boot dagelijks, met onderbrekingen voor onderhoud. Wil je niet varen, dan liggen in Porto Moniz natuurlijke zwembaden in gestolde lava, met 3 euro entree; de oudere baden bij het fort zijn gratis.
Voor de kust zijn walvissen en dolfijnen jaarrond te zien
In de diepe wateren rond Madeira zijn tientallen soorten walvisachtigen vastgesteld, waaronder potvissen en verschillende dolfijnen. Omdat het water vlak bij de kust al honderden meters diep is, hoeven de boten uit Funchal en Machico niet ver te varen.
Een tocht duurt drie uur en kost 35 tot 55 euro per persoon. Kies een aanbieder die zich aan de wettelijke afstandsregels houdt en niet garandeert dat je dieren ziet, want dat kan niemand. Wie snel zeeziek wordt, gaat in de ochtend, als de zee het rustigst is.
De wijn van Madeira wordt met opzet verhit
De versterkte wijn van het eiland dankt zijn smaak aan warmte: vaten gingen vroeger als ballast mee op zee en bleken door de hitte beter te worden. Nu wordt dat nagebootst met estufagem, waarbij de wijn drie tot vier maanden op 45 tot 50 graden staat, of met canteiro, waarbij vaten jarenlang op een warme zolder liggen.
Bij Blandy's in het centrum van Funchal, dat sinds 1811 in madeirawijn handelt, kun je met een rondleiding zien hoe dat gaat en proeven van de druiven Malvasia, Verdelho en Bual. Wil je een frasqueira, de jaargangwijn, dan koop je een fles die volgens de regels minstens twintig jaar op vat heeft gelegen. Een geopende fles bederft niet snel, wat het een van de weinige wijnen maakt die je maanden later thuis nog kunt drinken.
Op de markt van Funchal draait het om openingstijden
De Mercado dos Lavradores, de overdekte markt uit 1940 in de benedenstad, is maandag tot en met vrijdag open van zeven tot zeven en zaterdag van zeven tot twee; zondag is hij dicht. Zaterdagochtend is het drukst, omdat de boeren uit het binnenland dan hun kraam hebben.
Let op de vishal en de fruitverkopers: proefstukjes worden aangeboden en daarna afgerekend tegen kiloprijzen die fors hoger liggen dan in de supermarkt. Vraag altijd eerst de prijs per stuk. De bloemenverkoopsters dragen de streekdracht van Madeira, en dat is geen folklore voor toeristen maar een werkkleding die er al generaties is.
De hoogste toppen zijn kaal en koud
Pico do Arieiro ligt op 1.818 meter en is met de auto bereikbaar; vandaar loopt de bergroute naar Pico Ruivo op 1.862 meter, over graten en door tunnels. Boven de wolken is het vaak helder terwijl het aan de kust grijs is, en het scheelt al snel tien graden.
Let op: dit is geen wandeling voor sandalen. De route heeft klimmetjes met trappen langs steile hellingen en is regelmatig deels gesloten na steenslag. In de hoogste rotsen broedt Zino's stormvogel, een van de zeldzaamste zeevogels van Europa, die alleen op Madeira nestelt.
Praktisch
Vanuit Nederland vlieg je in ongeveer vier uur naar de luchthaven Cristiano Ronaldo, 18 kilometer ten oosten van Funchal. De baan is in 2000 verlengd over zee op zo'n 180 pilaren en is berucht om de zijwind; bij zware wind wijken toestellen uit naar Lissabon of de Canarische Eilanden. Op Madeira betaal je met de euro, want het hoort bij Portugal.
Het eiland is het hele jaar te doen: in de winter 17 tot 21 graden, in de zomer 24 tot 28. De Festa da Flor loopt in 2026 van 30 april tot en met 31 mei, met bloemenoptochten op 3 en 17 mei. Huur een kleine auto: de bergwegen zijn smal met haarspeldbochten, en op de oude kustweg bij Ribeira Brava en Santana is een grote auto onhandig.