Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Het Alhambra is geen paleis maar een ommuurde stad
Foto: Jorge Fernández Salas / Unsplash
Het complex beslaat ongeveer 140.000 vierkante meter en bestaat uit vier delen die weinig met elkaar te maken hebben. De Alcazaba is de oudste, een militaire vesting met de Torre de la Vela; de Nasridenpaleizen zijn het versierde hart; het Generalife was het zomerpaleis met tuinen; en het paleis van Karel V is een renaissancegebouw waaraan in 1527 werd begonnen en dat er dwars doorheen is gezet.
Dat onderscheid is niet academisch. Je kaartje geeft toegang tot verschillende delen op verschillende voorwaarden, en het is de reden dat mensen hun bezoek verkeerd plannen. Het Alhambra staat samen met het Generalife sinds 1984 op de werelderfgoedlijst van UNESCO, met het Albaicín daaraan toegevoegd in 1994.
Het kaartje is hier het echte probleem
Foto: David Vives / Unsplash
Voor de Nasridenpaleizen krijg je bij het boeken een vast tijdvak toegewezen. Je mag daar binnen een half uur naar binnen en daarna niet meer, en het tijdstip is op de dag zelf niet te wijzigen.
In het hoogseizoen zijn de kaartjes weken van tevoren uitverkocht. Je kunt tot een jaar vooruit boeken en dat is geen overdreven advies. Let op de prijs, want bij de officiële verkoop betaal je rond de 20 euro voor een dagbezoek en bij doorverkopers loopt dat op tot het dubbele voor hetzelfde kaartje.
Je paspoort hoort bij het kaartje
Volgens het beheer van het monument staat het kaartje op naam en moet je bij de ingang een origineel paspoort of identiteitskaart laten zien. Zonder document kom je er niet in, ook niet met een geldig kaartje.
Bij ophalen geldt bovendien dat alleen de koper het kan afhalen, met het document en de bankpas waarmee betaald is. Boek je voor het gezin, boek dan op één naam en zorg dat die persoon meegaat; wees twintig minuten tot een half uur voor je tijdvak bij de kassa, die bij de hoofdingang aan de oostkant staat, ruim een kilometer van de Nasridenpaleizen. Dit is de meest voorkomende reden dat mensen aan de poort worden teruggestuurd.
Zonder kaartje kun je ook een deel zien
Binnen de muren is een zone vrij toegankelijk. Het Palacio de Carlos V met zijn ronde binnenhof, de Plaza de los Aljibes en de Puerta del Vino bekijk je zonder kaartje, en het Museo de la Alhambra in datzelfde paleis is gratis voor iedereen.
Voor wie geen kaartje meer kon krijgen is dat de beste troostprijs, want je staat binnen de muren en ziet de omvang van de 140.000 vierkante meter. Reken op een uur. Het Museo de Bellas Artes op de eerste verdieping is gratis voor inwoners van de Europese Unie.
Reken op drie tot vier uur en loop het in de goede volgorde
Een volledig bezoek kost minstens drie uur en met rust erbij vier. De afstand tussen de ingang bij het Generalife en de Alcazaba aan de andere kant is bijna een kilometer over hellend terrein. In de Nasridenpaleizen volgen de Patio de los Arrayanes en de Patio de los Leones met zijn twaalf leeuwen elkaar op, en in het Generalife is de Patio de la Acequia met zijn waterstralen het middelpunt.
Laat het tijdvak van de Nasridenpaleizen de volgorde bepalen. Heb je een vroeg tijdvak, doe dan eerst de paleizen en daarna het Generalife; bij een middagtijdvak andersom. Wie dat verkeerd inschat, holt op het laatst een halve kilometer bergop.
Naar boven lopen kost twintig minuten en het is steil
Vanaf Plaza Nueva klim je over de Cuesta de Gomérez in ongeveer twintig minuten naar de Puerta de las Granadas, ruim honderd hoogtemeters door een bos. Dat is de mooiste manier, maar niet met bagage of in de middaghitte.
Er rijden minibussen vanaf Plaza Nueva met een enkeltje van 1,60 euro. Met de auto kom je er ook, maar de parkeergarage ligt aan de bovenkant en kost al gauw een paar euro per uur. Reken erop dat je minstens een half uur voor je tijdvak bij de juiste ingang moet zijn.
Het beste uitzicht op het Alhambra is niet vanaf het Alhambra
Foto: Jorge Fernández Salas / Unsplash
Vanaf het complex kijk je uit over de stad, maar het gebouw zelf zie je vanaf de overkant, namelijk vanaf de Mirador de San Nicolás in het Albaicín, met de Sierra Nevada erachter waarvan de Mulhacén met 3.479 meter de hoogste top van het Spaanse vasteland is.
Daar staat het bij zonsondergang vol. Twee alternatieven op tien tot twintig minuten lopen zijn San Miguel Alto hogerop, bij de gelijknamige kapel, en de Mirador de los Carvajales iets lager. Kom een uur voor zonsondergang, dus in juni rond acht uur en in december rond vijf uur, want het licht op de rode muren is dan het warmst.
Moors Granada staat ook beneden in de stad
Foto: Max Luz / Pexels
Vlak bij de kathedraal staat de Corral del Carbón, een karavanserai uit de veertiende eeuw waar handelaren met hun waren overnachtten. Het is het enige bewaarde gebouw van dit type in Spanje en de toegang is gratis. Naast de kathedraal ligt de Capilla Real, waar Isabel la Católica en Fernando begraven liggen; entree kost rond de 6 euro.
De Alcaicería ernaast was de zijdemarkt van de Moorse stad. Wat je er nu ziet is een negentiende-eeuwse herbouw na een brand in 1843, met souvenirwinkels in de steegjes. Weet dat dus voordat je denkt dat je door een middeleeuwse markt loopt.
De hamams van nu zijn spa's, geen monumenten
In het centrum zitten meerdere Arabische badhuizen waar je een sessie kunt boeken in warme en koude bassins. Dat zijn moderne bedrijven in oude gebouwen en geen historische baden; reserveer een paar dagen vooruit en reken op ongeveer anderhalf uur en 35 tot 60 euro.
Wil je een echt middeleeuws badhuis zien, dan ga je naar El Bañuelo aan de Carrera del Darro, uit de elfde eeuw, waar je alleen rondloopt en niet baadt. Hogerop ligt Sacromonte, de wijk van de Roma-gemeenschap met woningen in grotten, waar het Museo Cuevas del Sacromonte voor rond de 5 euro laat zien hoe daarin geleefd werd.
Wanneer je het beste komt
Foto: Mike van Schoonderwalt / Pexels
April, mei en oktober zijn hier de beste maanden. Het is dan tussen de 20 en 25 graden, de tuinen staan er goed bij en het is te doen om drie uur buiten rond te lopen. In Granada krijg je bij elke consumptie een gratis tapa, wat een avond in de tapasbars van het centrum goedkoop houdt.
In juli en augustus loopt het kwik regelmatig boven de 35 graden en is er op grote delen van het complex geen schaduw, dus boek dan het eerste tijdvak van de dag. In de winter is het rustig en kan er sneeuw op de Sierra Nevada liggen, wat het uitzicht juist mooier maakt; het skigebied ligt op ongeveer 32 kilometer.