Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.

Home › Spanje › Malaga › De leukste dagtrips vanuit Málaga naar bergen, dorpjes en zee
Bestemming 11 min lezen

De leukste dagtrips vanuit Málaga naar bergen, dorpjes en zee

Ricardo Veldmeijer
Ricardo Veldmeijer Redacteur · 15 juli 2025

Vanuit Málaga liggen bergen, dorpen en andere steden binnen twee uur

Málaga ligt aan de kust met de Montes de Málaga direct achter de stad en het Andalusische binnenland daarachter. Daardoor kun je hier 's ochtends in de bergen staan en 's middags aan zee zitten: Ronda ligt op ongeveer 100 kilometer, Granada op 125, Antequera op 50 en Nerja op 55. Twee voorstadslijnen van de Cercanías rijden langs de kust en het dal, de rest doe je met de bus of de auto. Hieronder de dagtochten die de moeite zijn, met wat ze kosten en waar het misgaat.

De Caminito del Rey hangt aan de wand van een kloof

De Caminito del Rey ligt bij El Chorro, ongeveer 60 kilometer noordelijk, en bestaat uit houten looppaden die tegen de rotswand van de Gaitaneskloof zijn gemonteerd, tot rond de 100 meter boven de rivier de Guadalhorce. Het pad werd tussen 1901 en 1905 aangelegd voor de bouw van een waterkrachtcentrale, raakte in verval en werd in 2015 opnieuw geopend. De route is eenrichtingsverkeer, ongeveer 7,7 kilometer inclusief de aanloop, en duurt drie tot vier uur; een kaartje kost rond de 18 euro met tijdslot. Let op: de kaartjes zijn weken vooruit uitverkocht en bij harde wind gaat het pad dicht.

Ronda staat op een rots die door een kloof is gesneden

Welke witte dorpjes zijn een bezoek waard vanuit Málaga
Foto: Germán Latasa / Pexels
Ronda ligt ongeveer 100 kilometer westelijk en duurt anderhalf uur met de auto of twee uur met de trein. De stad staat op een plateau dat door de Tajo-kloof in tweeën wordt gesneden, met een diepte van rond de 120 meter, en daaroverheen ligt de Puente Nuevo uit 1793, waaraan tweeënveertig jaar is gebouwd. De arena van Ronda uit 1785 is een van de oudste van Spanje en is als museum te bezoeken voor rond de 9 euro. Ga vroeg: tussen elf en drie staan de touringcars er en is de brug van boven nauwelijks te fotograferen.

Antequera heeft grafheuvels die ouder zijn dan de piramides

Dagtrips vanuit Málaga naar de bergen
Foto: Germán Latasa / Pexels
Antequera ligt ongeveer 50 kilometer noordelijk en heeft drie megalithische bouwwerken die sinds 2016 op de werelderfgoedlijst staan: de dolmens van Menga en Viera en de koepel van El Romeral, gebouwd rond 3.700 tot 3.000 voor Christus. De dekstenen van Menga wegen tot rond de 180 ton en de gang is precies gericht op de rots La Peña de los Enamorados. Toegang is voor bezoekers uit de Europese Unie gratis en het complex is doorgaans van dinsdag tot en met zondag open. In de stad zelf staan bovendien een Moorse alcazaba en een handvol kerken.

El Torcal is een landschap van gestapelde kalksteen

Even ten zuiden van Antequera ligt El Torcal, een karstgebied van rond de 20 vierkante kilometer op ongeveer 1.200 meter hoogte, waar kalksteen uit een zeebodem van 150 miljoen jaar geleden door regen tot torens en schijven is uitgesleten. Vanaf het bezoekerscentrum lopen drie gemarkeerde routes van 1,5 tot 4,5 kilometer. Toegang is gratis, maar de parkeerplaats boven is beperkt en in het weekend gesloten voor auto's; dan rijdt er een pendelbus. Er staan geiten, gieren en in het voorjaar orchideeën.

Nerja en Frigiliana zijn de dagtocht langs de oostkust

Nerja ligt ongeveer 55 kilometer oostelijk en heeft het uitzichtterras Balcón de Europa op een voormalige vestingrots, plus de grot die in 1959 werd ontdekt en waar een zaal van rond de 30 meter hoog te bezoeken is voor zo'n 15 euro. Zes kilometer landinwaarts ligt Frigiliana tegen de helling, met een oude Moorse kern van steile, witte straatjes. Erachter begint het natuurpark Sierras de Tejeda, Almijara y Alhama, met wandelroutes vanaf het dorp. Reken met de bus op anderhalf uur enkele reis.

Granada en de Alhambra vragen een lange dag

Granada ligt ongeveer 125 kilometer noordoostelijk, anderhalf uur met de auto en vanaf 1,5 uur met de snelle bus. De Alhambra is het doel: een paleis- en vestingcomplex van rond de 140.000 vierkante meter dat vanaf de dertiende eeuw door de Nasriden werd gebouwd en sinds 1984 werelderfgoed is. Let op: de kaartjes voor de Nasridenpaleizen zijn maanden vooruit uitverkocht en gelden voor een tijdslot van een half uur; zonder kaartje kom je er niet in. Wie geen kaartje heeft kan wel de Albayzín-wijk en de tuinen van de stad doen.

De Montes de Málaga beginnen tien kilometer buiten de stad

Het natuurpark Montes de Málaga ligt direct ten noorden van de stad en beslaat ongeveer 5.000 hectare dennenbos, aangeplant vanaf de jaren dertig om de overstromingen tegen te gaan die de stad regelmatig troffen. Er lopen routes van 2 tot 12 kilometer en er staan venta's langs de weg waar het streekgerecht plato de los montes wordt geserveerd. Vanaf het centrum ben je er in twintig minuten met de auto. Toegang is gratis en het is de goedkoopste manier om de stad even te verlaten.

De kustplaatsen bereik je met de trein voor een paar euro

De Cercanías-lijn C-1 rijdt vanaf Málaga-Centro elke twintig minuten langs Torremolinos, Benalmádena en Fuengirola, in ruim veertig minuten en voor rond de 3 euro. In Benalmádena gaat een kabelbaan naar de top van de Calamorro op 769 meter, met roofvogelvluchten boven. Vanuit Fuengirola rijdt een bus in een kwartier naar Mijas Pueblo, een wit dorp op 430 meter met uitzicht over de kust. De C-2 gaat de andere kant op, het dal van de Guadalhorce in, richting Álora en de Caminito.

Wat de tochten kosten en hoe je ze combineert

Leuke dorpjes in de bergen bij Málaga
Foto: Germán Latasa / Pexels
Met de trein en de bus kom je bij vrijwel alles voor 3 tot 15 euro enkele reis; een huurauto kost 30 tot 50 euro per dag plus tol op de AP-7. Georganiseerde dagtochten naar Ronda of de Caminito liggen op 60 tot 90 euro per persoon. Antequera en El Torcal combineren goed in één dag, net als Nerja met Frigiliana en Benalmádena met Mijas. Ronda, Granada en de Caminito zijn elk een volle dag en laten zich niet stapelen.

Wanneer je gaat

Maart tot juni en september tot november zijn de beste maanden voor de bergtochten: 20 tot 28 graden en begaanbare paden. In juli en augustus loopt het in het binnenland op tot boven de 38 graden en zijn El Torcal en de Caminito rond het middaguur zwaar; begin dan om acht uur. In de winter is het aan de kust rond de 17 graden en kan er in de Sierras sneeuw liggen. Volgens de parkbeheerders sluit de Caminito gemiddeld een handvol dagen per jaar wegens weer, vrijwel altijd in de winter.
Ricardo Veldmeijer
Over de auteur
Ricardo Veldmeijer

Redacteur bij Vakantiewoningen.nl.

Alle artikelen van Ricardo Veldmeijer →
Bij dit artikel

Drie huizen uit ons aanbod

Bekijk prijs en beschikbaarheid bij onze boekingspartner. Je ziet de totaalprijs vóór je betaalt.

Lees ook

Meer uit het magazine