Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Langs de kust bij Marbella ligt een doorlopende vlonderroute
Foto: Nizar Klai / Pexels
De Costa del Sol legt met de Senda Litoral een aaneengesloten kustpad aan van vlonders, trappen en promenades. Het stuk bij Marbella is volgens de gemeente ruim 20 kilometer lang en vrijwel vlak.
Daarnaast liggen achter de stad bergen tot 1.200 meter. Dit artikel behandelt beide, met afstanden, hoogtemeters, ondergrond en de tijden waarop je hier beter niet loopt.
Het vlakke stuk naar Puerto Banús is acht kilometer
Foto: Gheorghe Lupan / Pexels
Vanaf het centrum loopt de Paseo Marítimo westwaarts naar Puerto Banús zonder één hoogtemeter en zonder verkeer, en wie doorloopt komt in San Pedro de Alcántara uit. Onderweg zijn douches, drinkfonteinen en horeca.
Het gebruik is gratis en er zijn geen hekken of tijden. Reken op anderhalf uur enkele reis, of vijftig minuten op de fiets. Praktisch: er rijdt een stadsbus terug voor rond de 1,50 euro, zodat je niet hoeft te dubbelen. Voor beginnende fietsers en gezinnen is dit het enige echt geschikte traject in de omgeving.
Naar het oosten loopt de vlonderroute langs duinen
Oostwaarts loopt het pad over houten vlonders door de Dunas de Artola, een beschermd duingebied, met de Torre Ladrones uit de vijftiende eeuw onderweg, tot voorbij de jachthaven van Cabopino op ongeveer 12 kilometer.
Ook dit deel is gratis. De vlonders zijn 1,5 tot 2 meter breed en met een kinderwagen of rolstoel te doen. Let op: van de vlonders mag je niet af het duin in, dat is beschermd. In de zomer is er tussen elf en vijf geen schaduw en loopt de temperatuur op het hout hoger op dan op het zand.
Achter de stad begint een dennenbos op vierhonderd meter
Ten noorden ligt op de flank van de Sierra Blanca een bosgebied met parasoldennen en kurkeiken op 400 tot 700 meter, bereikbaar over de weg naar Ojén, met een handvol bewegwijzerde routes van 3 tot 8 kilometer rond het Refugio de Juanar.
Toegang en parkeren zijn gratis. Er staan picknicktafels en bij het Refugio de Juanar zit een eenvoudige eetgelegenheid. Reken op anderhalf tot drie uur per route. Dit is de schaduwrijke optie: onder de dennen is het 4 tot 6 graden koeler dan aan de kust, wat in juli het verschil maakt.
Vanaf dat bos loopt een route naar een uitzichtpunt met steenbokken
Foto: Nizar Klai / Pexels
Vanaf de parkeerplaats bij Juanar loopt een gemarkeerd pad in ongeveer 4 kilometer heen en terug naar de Mirador del Macho Montés op 900 meter, met zicht over de kust en bij helder weer tot de overkant van de zeestraat.
Het is gratis en er is geen hek. Reken op tweeënhalf uur met 300 hoogtemeters. Op de rotshellingen leeft de Spaanse steenbok, de Capra pyrenaica, die je vroeg in de ochtend geregeld ziet. Draag schoenen met profiel; het pad bestaat uit los grind op de laatste kilometer.
De hoogste top is geen wandeling voor een middag
La Concha, het kalkmassief achter de stad, haalt 1.215 meter. De klim naar de top is ongeveer 12 kilometer heen en terug met 900 hoogtemeters, over rotsig terrein, zonder schaduw en zonder water onderweg.
Let op: hier worden elk jaar wandelaars met een helikopter afgevoerd, meestal door uitdroging of een verstuiking op de afdaling. Ga alleen met ervaring, vertrek voor zeven uur, neem drie liter water mee en keer om als je om twaalf uur nog niet boven bent.
In het nationaal park ten noorden staan zeldzame sparren
Op ongeveer 30 kilometer landinwaarts ligt sinds 2021 het nationaal park Sierra de las Nieves, met bossen van de pinsapo, een zilverspar die alleen in dit deel van Spanje en in Noord-Marokko voorkomt. Het gebied loopt op tot 1.919 meter bij de Torrecilla, met Tolox en Yunquera als toegangsdorpen.
Toegang is gratis, maar voor enkele routes heb je een kosteloze vergunning nodig die je online aanvraagt. Er lopen routes van 4 tot 14 kilometer. Praktisch: de toegangswegen zijn smal en deels onverhard, en in de winter kan er sneeuw liggen boven de 1.200 meter.
Fietsen op de kustweg is geen goed idee
De doorgaande weg langs de kust heeft vier rijstroken, veel op- en afritten en geen fietsstrook. Wielrenners rijden hier wel, maar met kinderen of als beginner heeft het niets aangenaams.
De alternatieven: de promenade langs het strand, en de klim landinwaarts naar Ojén op 10 kilometer met ongeveer 300 hoogtemeters, die weinig verkeer heeft; wie verder wil rijdt door naar het Embalse de la Concepción bij Istán. Fietsverhuur kost 20 tot 35 euro per dag en een elektrische fiets 35 tot 50 euro.
Praktisch
Vanuit Nederland vlieg je in ongeveer drie uur op Málaga; vandaar rijd je in veertig minuten over 45 kilometer. Spanje betaalt met de euro. Voor de bergroutes is een auto nodig; naar de promenade en het bergdorp rijdt een bus.
Oktober tot mei is hier het wandelseizoen met 15 tot 24 graden. In juli en augustus is het 28 tot 34 graden en is lopen na tien uur 's ochtends afgeraden. Neem altijd meer water mee dan je denkt nodig te hebben; onderweg zijn buiten de promenade geen bronnen of kranen.