Het Reuzengebergte is het hoogste van Tsjechië en het kleinste van de Alpen-achtigen
Foto: Marcin Jozwiak / Pexels
De Krkonoše liggen op de grens met Polen en zijn met de Sněžka op 1.603 meter het hoogste gebergte van het land. Klein in oppervlak, maar hoog genoeg om boven de boomgrens uit te komen, en dat is precies wat het gebied bijzonder maakt.
Sinds 1963 is het nationaal park, en sinds 1992 biosfeerreservaat. Dit artikel gaat over de routes, de regels en het weer.
Boven de boomgrens ligt toendra uit de ijstijd
Foto: Radosław Krupa / Pexels
Op de hoogvlaktes boven ongeveer 1.250 meter groeit geen bos meer maar een vegetatie van dwergstruiken, mossen en zeggen die na de laatste ijstijd is achtergebleven: planten die verder pas in Lapland en de Alpen voorkomen.
Dat is de reden dat u hier op de paden moet blijven. De bodem is veen en mos dat er tienduizend jaar over deed en dat door betreding in één seizoen kapotgaat. Er staan houten vlonderpaden over de kwetsbaarste stukken, en de boswachters handhaven daarop.
De Sněžka beklimt u te voet of met de kabelbaan
Foto: Eran Menashri / Pexels
Vanaf Pec pod Sněžkou gaat een kabelbaan in twee secties naar de top, samen ongeveer een half uur, voor rond de 20 euro retour. Te voet duurt de klim vanaf hetzelfde dorp twee tot drie uur over ongeveer 800 hoogtemeters.
Boven staat de grens: de ene helft van de top is Tsjechisch, de andere Pools, met een kapel uit de 17e eeuw en een Poolse weerstation in de vorm van twee schotels. Neem warme kleding mee. Op de top waait het vrijwel altijd en ligt de temperatuur 10 tot 12 graden lager dan in het dal; in de zomer betekent dat regelmatig dat het er 8 graden is.
De Elbe begint hier als een beekje
Op ongeveer 1.387 meter op de hoogvlakte ligt de bron van de Elbe, de rivier die verderop Dresden, Maagdenburg en Hamburg doorkruist en na ruim 1.000 kilometer in de Noordzee uitmondt. Bij de bron staat een muur met de wapenschilden van steden die aan de rivier liggen.
Het is een wandeling van enkele kilometers over de vlakte vanaf de dichtstbijzijnde parkeerplaats of berghut. Verwacht geen spektakel: het is letterlijk een bron in het veen. De aardigheid zit in het idee, en in het landschap eromheen.
De Pančava is de hoogste waterval van het land
Vlakbij die bron stort de Pančava-beek over de rand van de hoogvlakte naar beneden, in meerdere trappen over ongeveer 148 meter. Daarmee is het de hoogste waterval van Tsjechië.
Het beste zicht heeft u vanaf een uitkijkpunt boven aan de rand. Na de smelt in mei en juni voert hij het meeste water. Let op: in een droge zomer is er niet meer dan een sliert te zien. Kijk dat vooraf na als hij het doel van uw dag is.
De twee dorpen zijn de uitvalsbases
Špindlerův Mlýn is het grootste en het drukst, met hotels, restaurants en in de winter het bekendste skigebied van het land. Pec pod Sněžkou is kleiner en ligt aan de voet van de Sněžka.
Vanuit beide beginnen bewegwijzerde routes, met de Tsjechische kleurmarkering: rood voor de hoofdroutes, blauw en groen voor de zijpaden, geel voor de korte verbindingen. Reken op 12 tot 18 euro voor een maaltijd in een berghut en op 5 tot 10 euro voor parkeren bij de dorpen.
De berghutten zijn hier een instituut
Verspreid over de kammen staan tientallen bouda's: houten berghutten die van oorsprong bij zomerweiden hoorden en die nu eten en overnachting bieden. Ze liggen doorgaans op één tot drie uur lopen van elkaar, waardoor u dagen aan elkaar kunt rijgen zonder terug naar het dal.
Overnachten kost rond de 30 tot 50 euro per persoon met ontbijt. Reserveer in juli, augustus en de winterweekenden vooruit. Voor wie geen meerdaagse wil: de hutten zijn ook prima dagdoelen, en de wandeling erheen is doorgaans licht.
Het weer is hier het echte risico
Volgens het weerstation op de top hebben de Krkonoše het ruwste klimaat van het land: mist die binnen een half uur inrolt, temperatuurdalingen van tien graden en in de winter sneeuwstormen met een gevoelstemperatuur ver onder nul. Op de Sněžka staat er gemiddeld meer dan 200 dagen per jaar mist. Op de kale hoogvlakte is er geen beschutting.
Neem daarom altijd een windjack, muts en voldoende water mee, ook bij een zonnige start, en houd u aan de gemarkeerde paden; bij mist zijn die uw enige oriëntatie. In de winter zijn bepaalde routes gesloten vanwege lawinegevaar, en dat wordt met borden aangegeven.
Praktisch
Het gebergte ligt op ongeveer twee uur rijden van Praag en op negen tot tien uur vanuit Nederland. Tsjechië betaalt met kronen, reken op ongeveer 25 kronen per euro; kaartbetaling werkt vrijwel overal, maar neem wat contant geld mee voor de berghutten.
Juni tot september is het wandelseizoen, met de langste dagen en de bloeiende hoogvlakte in juni en juli. September en oktober geven helder weer en herfstkleuren. Van december tot maart draait alles om ski's en langlaufen; dan zijn veel wandelpaden onbegaanbaar of gesloten.