Over de rivier liggen binnen een kilometer zeven bruggen naast elkaar, gebouwd tussen 1849 en 2001. Het centrum ligt ongeveer dertig meter boven de kade, met trappen en steile straatjes ertussen.
Dat maakt lopen hier aangenaam en fietsen op sommige stukken zwaar. Dit artikel behandelt de routes te voet en op de fiets, met afstanden, hoogteverschillen en wat het kost.
De bruggenroute is de kortste wandeling met het meeste te zien
Langs de zuidoever en terug over de kade loopt u in ongeveer drie kilometer langs alle bruggen. De boogbrug uit 1928 werd door hetzelfde bedrijf ontworpen dat kort daarna de haven van Sydney overspande, de dubbeldekse brug uit 1849 draagt boven de trein en onder het wegverkeer.
De nieuwste, uit 2001, is een voetgangersbrug die in ongeveer vier minuten om zijn lengteas kantelt om schepen door te laten. Dat gebeurt niet volgens een vaste dienstregeling, dus vraag ernaar bij het kunstcentrum aan de overkant. Lopen kost niets; reken op anderhalf uur.
De muur van de Romeinen begint aan de oostkant van de stad
Het langeafstandspad langs de Romeinse grensmuur is 135 kilometer lang en start bij het fort in de oostelijke voorstad, dat u met de metro in een kwartier bereikt voor enkele ponden.
De eerste etappe naar het centrum is ongeveer zes kilometer, vlak en langs het water. Wie doorfietst, volgt de nationale fietsroute die over 280 kilometer van kust tot kust loopt. Toegang tot het pad is gratis; het museum bij het fort vraagt enkele ponden en is van woensdag tot zondag open.
Vanaf de kade fietst u de stad in twintig minuten uit
Langs beide oevers ligt een grotendeels vrijliggend pad zonder kruisend autoverkeer, waarover u stroomafwaarts in ongeveer tien kilometer bij de riviermonding en de zee uitkomt.
Fietsverhuur in het centrum kost 20 tot 30 pond per dag; er staan daarnaast deelfietsen en elektrische steps die per minuut afrekenen. Let op: het pad langs de noordoever heeft twee onderbrekingen waar u een stuk over de weg moet, en de klim van de kade terug het centrum in is kort maar stevig.
Het oude industriedal loopt vanaf de rivier de stad in
Ten oosten van het centrum ligt een smal dal waar tot in de twintigste eeuw fabrieken en pakhuizen stonden en dat nu vol zit met werkplaatsen, cafés en een gratis stadsboerderij met varkens, geiten en kippen.
U loopt er vanaf de kade in twintig minuten naartoe, of fietst er in tien. De boerderij is dagelijks open, doorgaans van tien tot vier. Het pad door het dal loopt daarna door naar het parklandschap, wat een route van ongeveer zes kilometer geeft die vrijwel volledig groen is.
Het ravijnpark werd in 1883 aan de stad geschonken
Anderhalve kilometer noordelijker ligt een bebost ravijn van ruim twee kilometer lang dat een negentiende-eeuwse industrieel liet aanleggen en daarna aan de stad gaf. Er loopt een pad langs de beek, met een waterval en een oude molen.
Toegang is gratis en het park is van zonsopgang tot zonsondergang open. Vanaf het centrum bent u er in een half uur lopen of een kwartier fietsen. De paden zijn hier smal en deels onverhard; met een bakfiets of kinderwagen is het beneden in het ravijn lastig.
Midden in de stad grazen koeien op vierhonderd hectare
Ten noorden van het centrum ligt een gemeenschappelijke weide van ongeveer 400 hectare, groter dan de bekendste Londense parken bij elkaar, waar volgens eeuwenoude rechten nog altijd vee van stadsburgers loopt.
Toegang is gratis en er lopen verharde paden dwars overheen, waardoor het de snelste fietsroute naar de noordelijke wijken is. Loop niet tussen de koeien door en houd honden aangelijnd. Eind juni staat er een week lang een grote kermis, waardoor een deel dan afgesloten is.
De middeleeuwse stad zit verstopt tussen de winkelstraten
Van de stadsmuur uit de dertiende eeuw staan aan de westkant nog stukken overeind met torens erin. De burcht waar de stad naar is genoemd, dateert uit 1172 en staat ingeklemd tussen het spoor; entree kost rond de 9 pond.
De kerk ernaast heeft een vijftiende-eeuwse toren met een open stenen kroon erop, waarvan er in het land maar een handvol bestaan; die is gratis en overdag open. Een rondje middeleeuwse stad is ongeveer twee kilometer en kost met stops anderhalf uur.
Praktisch
Vanuit Nederland vliegt u in ongeveer een uur en tien minuten; de luchthaven ligt met de metro op twintig minuten van het centrum. Vanaf Amsterdam vaart er ook een nachtveerboot naar de riviermonding, met een overtocht van ongeveer zestien uur. Betalen gaat in ponden en vrijwel overal met de kaart.
Mei tot september geeft 15 tot 21 graden. Er valt hier minder regen dan aan de westkust van het land, maar de wind komt van zee en het voelt vaak kouder dan het is; neem ook in juli een windjack mee. In de winter is het licht om vier uur al weg.