Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Newcastle is een stad die je langs de rivier leest
Alles wat de stad is geweest, staat op een strook van nog geen kilometer aan de Tyne: het Romeinse Pons Aelius, een Normandische burcht, negentiende-eeuwse spoorbruggen en een graanpakhuis dat nu een museum is.
Dit artikel behandelt vijf plekken die die geschiedenis dragen, plus wat je praktisch moet weten aan openingstijden, prijzen in pond en vervoer.
De bruggen staan achter elkaar in de bocht
Binnen een halve kilometer liggen er zeven over de rivier, uit heel verschillende tijden. De High Level Bridge dateert uit 1849 en is een dubbeldeksconstructie met treinen boven en verkeer eronder, ontworpen door Robert Stephenson; daaronder ligt de Swing Bridge uit 1876, die op waterdruk werkt en waarvan het middendeel opzij zwenkt.
De bekendste is de Tyne Bridge uit 1928, en de nieuwste is de Gateshead Millennium Bridge uit 2001, die als een ooglid kantelt om schepen door te laten. Kijken kost niets, en de kade aan beide zijden is autovrij. Reken op een uur voor de hele rij, heen over de ene brug en terug over de andere.
Het kasteel is door de spoorlijn doorsneden
De stad dankt haar naam aan een burcht die tussen 1172 en 1177 door Hendrik II in steen werd opgetrokken. Daarvan staan nu nog twee delen overeind: de Castle Keep en de Black Gate uit 1247, met daartussen de spoorlijn die er in de negentiende eeuw dwars doorheen is gelegd.
Je kunt ze allebei binnen; een kaartje voor beide kost rond de 9 pond en het is doorgaans van tien tot vijf open. Vanaf het dak van de Keep kijk je over de daken en de bruggen. Voor wie één historisch gebouw doet, is dit het gebouw.
Grainger Town is in tien jaar tijd gebouwd
Grainger Town bestaat uit een aaneengesloten stuk classicistische straten die tussen ongeveer 1834 en 1842 in opdracht van bouwer Richard Grainger werden neergezet. De Grey Street maakt een lange bocht omhoog naar Grey's Monument uit 1838.
Die zuil is ruim 40 meter hoog en op een beperkt aantal dagen te beklimmen. Het geheel is opvallend gaaf gebleven, met zandstenen gevels, zuilenrijen en het Theatre Royal uit 1837. Rondlopen kost niets en het is de aangenaamste plek van de stad voor een koffie tussen twee bezoeken door.
De markthal draait sinds 1835
Een paar honderd meter verderop staat de Grainger Market uit hetzelfde bouwproject, met hoge gietijzeren spanten en gangen vol slagers, groenteboeren, kaaskramen en eetstalletjes. Het is een werkende markt, geen toeristische versie ervan.
In een hoek zit nog het Original Penny Bazaar, het kraampje waarmee Marks and Spencer in 1895 op deze markt begon. De markt is doordeweeks en op zaterdag overdag open en op zondag dicht. Een lunch kost er 5 tot 10 pond, ruim onder het niveau van de restaurants aan de kade.
Aan de overkant staat kunst in een meelfabriek
Op de zuidoever, in Gateshead, is een graansilo uit de jaren vijftig omgebouwd tot het BALTIC Centre for Contemporary Art, dat in 2002 opende. Toegang is gratis en er zit een uitkijkverdieping met het beste zicht op de bruggenrij.
Ernaast staat het concertgebouw van Sage Gateshead uit 2004, met een golvend glazen dak van Foster and Partners; het foyergedeelte is overdag vrij toegankelijk en kijkt eveneens over het water. Voor wie geen kaartje voor een voorstelling heeft, is dat alsnog een aardige stop.
De muur van Hadrianus begint hier
De muur van Hadrianus liep dwars door wat nu de stad is; het oostelijke eindpunt lag bij Wallsend, ongeveer zes kilometer stroomafwaarts. Daar ligt het opgegraven fort Segedunum van ongeveer 1,6 hectare, in gebruik van rond het jaar 120 tot het einde van de Romeinse aanwezigheid, met een uitkijktoren van 35 meter van waaruit je de plattegrond in één oogopslag ziet.
Je komt er met de metro in een kwartier vanaf het centrum. Entree kost rond de 8 pond. In het Great North Museum bij de universiteit, dat gratis is, staat een maquette van de hele muur; die twee samen geven meer beeld dan een van de losse forten verderop in het landschap.
Het beeld boven de snelweg is acht kilometer zuidelijk
Op een heuvel bij Gateshead staat sinds 1998 de Angel of the North van Antony Gormley, een stalen beeld van ongeveer 20 meter hoog met vleugels van 54 meter breed, dat het symbool van de streek is geworden. Het staat op een voormalige mijnschacht, en dat is bewust gekozen.
Het is gratis en dag en nacht toegankelijk; met de bus ben je er in ongeveer een half uur vanaf het busstation. Reken op een uur inclusief heen en terug. Bij harde wind is het er guur, want het staat vrij op de heuvel, maar juist dan is het effect het grootst.
Waar je in het weekend rekening mee houdt
Let op: Newcastle heeft een uitgaansleven met landelijke bekendheid, en in de straten rond de Bigg Market is het vrijdag- en zaterdagnacht tot 3.00 uur luidruchtig. Volgens de gemeente trekt het uitgaansgebied elk weekend tienduizenden bezoekers; wie daar een hotel of appartement boekt, slaapt slecht.
Kies in dat geval de Quayside of Jesmond ten noorden van het centrum. Datzelfde uitgaansleven betekent overigens ook dat je er op elk uur iets te eten vindt. Op zondag zijn winkels beperkt open, meestal van elf tot vijf, en musea juist wel.
Praktisch
Vanaf Nederland vlieg je in ruim een uur; de luchthaven ligt aan de metrolijn en je bent in 25 minuten in het centrum. Wie meer musea wil: het Discovery Museum met de Turbinia, de Laing Art Gallery en Seven Stories over kinderboeken in de Ouseburn zijn alle drie gratis of goedkoop. Vanuit Londen rijdt de trein er in ongeveer drie uur naartoe. Het Verenigd Koninkrijk betaalt met ponden en rijdt links.
Een dagkaart voor metro en bus kost rond de 6 pond en het centrum zelf is goed te belopen. Musea zijn hier voor een groot deel gratis, wat de stad goedkoper maakt dan veel andere Britse bestemmingen. Mei tot september geeft het beste weer met 15 tot 20 graden; reken het hele jaar op wind vanaf de Noordzee.