Alles wat de stad is geweest, staat op een strook van nog geen kilometer aan de Tyne: een Romeinse grenspost, een Normandische burcht, negentiende-eeuwse spoorbruggen en een graanpakhuis dat nu een museum is.
Dit artikel behandelt vijf plekken die die geschiedenis dragen, plus wat u praktisch moet weten aan openingstijden, prijzen in pond en vervoer.
De bruggen staan achter elkaar in de bocht
Binnen een halve kilometer liggen er zeven over de rivier, uit heel verschillende tijden. De hoogste dateert uit 1849 en is een dubbeldeksconstructie met treinen boven en verkeer eronder; daaronder ligt een draaibrug uit 1876 die op waterdruk werkt en waarvan het middendeel opzij zwenkt.
De bekendste is de boogbrug uit 1928, en de nieuwste is een voetgangersbrug uit 2001 die als een ooglid kantelt om schepen door te laten. Kijken kost niets, en de kade aan beide zijden is autovrij. Reken op een uur voor de hele rij, heen over de ene brug en terug over de andere.
Het kasteel is door de spoorlijn doorsneden
De stad dankt haar naam aan een burcht die tussen 1172 en 1177 door Hendrik II in steen werd opgetrokken. Daarvan staan nu nog twee delen overeind: de donjon en de poort uit 1247, met daartussen de spoorlijn die er in de negentiende eeuw dwars doorheen is gelegd.
U kunt ze allebei binnen; een kaartje voor beide kost rond de 9 pond en het is doorgaans van tien tot vijf open. Vanaf het dak van de donjon kijkt u over de daken en de bruggen. Voor wie één historisch gebouw doet, is dit het gebouw.
Grainger Town is in tien jaar tijd gebouwd
Het centrum bestaat uit een aaneengesloten stuk classicistische straten die tussen ongeveer 1834 en 1842 in opdracht van één projectontwikkelaar werden neergezet. De bekendste straat maakt een lange bocht omhoog naar een zuil met standbeeld uit 1838.
Die zuil is ruim 40 meter hoog en op een beperkt aantal dagen te beklimmen. Het geheel is opvallend gaaf gebleven, met zandstenen gevels, zuilenrijen en een theater uit dezelfde periode. Rondlopen kost niets en het is de aangenaamste plek van de stad voor een koffie tussen twee bezoeken door.
De markthal draait sinds 1835
Een paar honderd meter verderop staat een overdekte markt uit hetzelfde bouwproject, met hoge gietijzeren spanten en gangen vol slagers, groenteboeren, kaaskramen en eetstalletjes. Het is een werkende markt, geen toeristische versie ervan.
In een hoek zit nog het oorspronkelijke kraampje waarmee een bekende Britse winkelketen in de negentiende eeuw begon. De markt is doordeweeks en op zaterdag overdag open en op zondag dicht. Een lunch kost er 5 tot 10 pond, ruim onder het niveau van de restaurants aan de kade.
Aan de overkant staat kunst in een meelfabriek
Op de zuidoever, in Gateshead, is een graansilo uit de jaren vijftig omgebouwd tot een centrum voor hedendaagse kunst dat in 2002 opende. Toegang is gratis en er zit een uitkijkverdieping met het beste zicht op de bruggenrij.
Ernaast staat een concertgebouw uit 2004 met een golvend glazen dak, ontworpen door een bekend Brits architectenbureau; het foyergedeelte is overdag vrij toegankelijk en kijkt eveneens over het water. Voor wie geen kaartje voor een voorstelling heeft, is dat alsnog een aardige stop.
De muur van Hadrianus begint hier
De Romeinse grens liep dwars door wat nu de stad is; het oostelijke eindpunt lag aan de monding, ongeveer zes kilometer stroomafwaarts. Daar ligt een opgegraven fort van ongeveer 1,6 hectare, in gebruik van rond het jaar 120 tot het einde van de Romeinse aanwezigheid, met een uitkijktoren van 35 meter van waaruit u de plattegrond in één oogopslag ziet.
U komt er met de metro in een kwartier vanaf het centrum. Entree kost rond de 8 pond. In het stadsmuseum bij de universiteit, dat gratis is, staat een maquette van de hele muur; die twee samen geven meer beeld dan een van de losse forten verderop in het landschap.
Het beeld boven de snelweg is acht kilometer zuidelijk
Op een heuvel bij Gateshead staat sinds 1998 een stalen beeld van ongeveer 20 meter hoog met vleugels van 54 meter breed, dat het symbool van de streek is geworden. Het staat op een voormalige mijnschacht, en dat is bewust gekozen.
Het is gratis en dag en nacht toegankelijk; met de bus bent u er in ongeveer een half uur vanaf het busstation. Reken op een uur inclusief heen en terug. Bij harde wind is het er guur, want het staat vrij op de heuvel, maar juist dan is het effect het grootst.
Waar u in het weekend rekening mee houdt
Let op: Newcastle heeft een uitgaansleven met landelijke bekendheid, en in de straten rond de oude marktpleinen is het vrijdag- en zaterdagnacht luidruchtig tot in de kleine uurtjes. Volgens de gemeente trekt het uitgaansgebied elk weekend tienduizenden bezoekers; wie daar een hotel of appartement boekt, slaapt slecht.
Kies in dat geval de kade of de wijken ten noorden van het centrum. Datzelfde uitgaansleven betekent overigens ook dat u er op elk uur iets te eten vindt. Op zondag zijn winkels beperkt open, meestal van elf tot vijf, en musea juist wel.
Praktisch
Vanaf Nederland vliegt u in ruim een uur; de luchthaven ligt aan de metrolijn en u bent in 25 minuten in het centrum. Vanuit Londen rijdt de trein er in ongeveer drie uur naartoe. Het Verenigd Koninkrijk betaalt met ponden en rijdt links.
Een dagkaart voor metro en bus kost rond de 6 pond en het centrum zelf is goed te belopen. Musea zijn hier voor een groot deel gratis, wat de stad goedkoper maakt dan veel andere Britse bestemmingen. Mei tot september geeft het beste weer met 15 tot 20 graden; reken het hele jaar op wind vanaf de Noordzee.