Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.

Home › Verenigd Koninkrijk › Peak District › Wandelroutes in het Peak District voor beginners en gevorderden
Bestemming 5 min lezen

Wandelroutes in het Peak District voor beginners en gevorderden

Ricardo Veldmeijer
Ricardo Veldmeijer Redacteur · 27 mei 2025

Het Peak District werd in 1951 het eerste nationale park van Engeland

Dat het er kwam is te danken aan een massale wandelactie op Kinder Scout in 1932, toen honderden mensen bewust een afgesloten hoogvlakte op liepen om toegang tot het landschap af te dwingen; enkelen kregen daarvoor een gevangenisstraf. Het National Park beslaat volgens de parkbeheerder ongeveer 1.437 vierkante kilometer en ligt tussen Manchester en Sheffield. Dit artikel behandelt de routes voor beginners en gevorderden, met afstanden, hoogteverschillen en parkeerkosten.

Het park bestaat uit twee heel verschillende helften

De Dark Peak in het noorden is veen en zandsteen, met hoogvlaktes tot ruim 600 meter, weinig bomen en modderige paden. De White Peak in het zuiden is kalksteen: groene dalen, rivieren en stenen muurtjes tussen de weilanden. Dat verschil bepaalt je dag. In het zuiden loop je droger en makkelijker; in het noorden sta je sneller in mist en modder. Parkeren bij de startpunten kost 5 tot 8 pond per dag, ook bij veel dalparkeerplaatsen, en je hebt er contant geld of een app voor nodig.

De Monsal Trail ligt op een oude spoorlijn

In het zuiden is een opgeheven spoorlijn omgebouwd tot de Monsal Trail, ongeveer 13,7 kilometer van Blackwell Mill bij Buxton tot Bakewell, met vier verlichte tunnels en nauwelijks hoogteverschil. Het pad is verhard en geschikt voor fietsen, rolstoelen en kinderwagens. Wandelen kost niets en fietsverhuur bij de uiteinden kost 20 tot 30 pond per dag. Reken op vier uur lopend of anderhalf uur fietsend voor de hele lijn. Dit is de bruikbaarste route voor wie het landschap wil zien zonder te klimmen, met bij Monsal Head een viaduct dat over Monsal Dale uitkijkt.

De Great Ridge bij Mam Tor is 4,5 kilometer lang

Tussen Mam Tor van 517 meter en Lose Hill loopt de Great Ridge, een smalle kam van ongeveer 4,5 kilometer waarvan het eerste stuk met stenen platen is verhard. Van boven kijk je aan de ene kant in het dal van Castleton en aan de andere kant op de donkere hoogvlakte. De klim is 250 tot 300 hoogtemeters en de tocht kost twee tot drie uur; wandelen is gratis en parkeren bij Mam Nick 5 tot 7 pond. Aan de westkant loopt Rushup Edge door. Onder Mam Tor ligt de oude doorgaande weg die in 1979 definitief is opgegeven omdat de helling bleef schuiven: je loopt nu over gebarsten asfalt dat metersver is verzakt.

Kinder Scout is 636 meter en vraagt navigatie

Het hoogste punt van het park is Kinder Scout, een veenplateau van 636 meter waar geen duidelijke paden over lopen en waar de mist snel invalt. Hier begon de wandelactie van 1932, en bij Edale eronder start ook de Pennine Way, de langeafstandsroute van 431 kilometer naar Schotland. De klim vanaf Edale over Jacob's Ladder is 12 tot 16 kilometer heen en terug met 500 hoogtemeters en kost vijf tot zes uur. Let op dat je kaart en kompas meeneemt en niet alleen op je telefoon vertrouwt: het bereik valt weg en de veenbodem ziet er overal hetzelfde uit. Bij mist keer je hier om.

Bij de stapstenen in Dovedale is het in het weekend schuifelen

In het zuiden ligt Dovedale, een kalksteendal met een rij stapstenen door de rivier de Dove, aangelegd in de negentiende eeuw. Het is een van de bekendste plekken van het park. Wandelen is gratis en de parkeerplaats kost rond de 5 pond. De route langs de rivier is 4 tot 8 kilometer, vlak en met kinderen goed te doen. Kom voor negen uur of na vier uur, want op zonnige zaterdagen staat er een rij bij de stenen en is de parkeerplaats voor tien uur vol. Zuidelijker liggen Lathkill Dale en het dorp Monyash als rustiger alternatief.

Stanage Edge in het oosten is een klimgebied

Aan de oostkant loopt Stanage Edge, een zandstenen rand van ongeveer zes kilometer met honderden klimroutes, waar het Britse rotsklimmen deels is ontstaan. Er loopt ook een gewoon pad bovenlangs. Wandelen kost niets en parkeren 4 tot 6 pond. De route over de rand is 6 tot 10 kilometer en vrijwel vlak, met uitzicht over het dal. Klimmers zie je het hele jaar; wie zelf wil klimmen huurt een gids voor 100 tot 180 pond per dag. Noordelijker liggen in het Derwent-dal de stuwdammen waar in 1943 de bommenwerpers van de Dambusters oefenden.

Bij Castleton wordt een steen gewonnen die verder nergens voorkomt

Bij Castleton in het midden liggen vier grotten die te bezoeken zijn, waaronder Speedwell Cavern, die je deels per boot doet, en Treak Cliff Cavern. In de heuvel eromheen wordt Blue John gewonnen, een paars-gele vorm van vloeispaat die alleen hier voorkomt en waarvan jaarlijks maar enkele honderden kilo's uit de berg komen. Entree per grot kost 12 tot 16 pond en ze zijn dagelijks open, met kortere tijden in de winter. Het is er rond de 9 graden, dus neem een jas mee. Reken op een uur per grot; twee op een dag is genoeg, want de trappen tellen op. Boven het dorp staat de ruïne van een Normandische burcht en ernaast loopt de Winnats Pass tussen de kalksteenwanden door.

Voor een regendag zijn er Chatsworth House en Haddon Hall

Aan de oostkant van het park ligt Chatsworth House, een landhuis met een park van honderden hectares waar sinds de zestiende eeuw dezelfde familie woont, met een collectie schilderijen en beeldhouwwerk. Entree voor huis en tuin kost rond de 30 pond, alleen de tuin ongeveer de helft. Op een kwartier rijden staat Haddon Hall, een middeleeuws landhuis dat eeuwenlang onbewoond bleef en daardoor nauwelijks is verbouwd; entree kost rond de 20 pond en het is in het zomerhalfjaar open. In Bakewell ertussen koop je de pudding die naar het stadje is genoemd, en de markt op maandag is de grootste van de streek.

Praktisch

Vanaf Manchester of Sheffield ben je met de trein in drie kwartier bij de dorpen aan de rand van het park, voor 8 tot 15 pond; de lijn naar Edale stopt midden in het wandelgebied. Vanuit Nederland vlieg je in een uur en tien minuten op Manchester. Betalen gaat in ponden en vrijwel overal met de kaart. April tot oktober geeft 12 tot 21 graden. Het waait en regent hier vaker dan in de laaglanden en de hoogvlaktes zijn ook in juni koud bij wind, dus neem altijd een windjack mee. In de winter kunnen de hoge wegen door sneeuw dicht zijn en is het om vier uur al donker.
Ricardo Veldmeijer
Over de auteur
Ricardo Veldmeijer

Redacteur bij Vakantiewoningen.nl.

Alle artikelen van Ricardo Veldmeijer →
Bij dit artikel

Drie huizen uit ons aanbod

Bekijk prijs en beschikbaarheid bij onze boekingspartner. Je ziet de totaalprijs vóór je betaalt.

Lees ook

Meer uit het magazine