Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Buiten de steden is Florida vooral water en bos
Het beeld van Florida is strand en pretpark, maar het grootste deel van de staat is iets anders: moerasbos, prairie, naaldbos en honderden heldere bronnen. Er zijn ruim 175 state parks en drie national forests, en de meeste liggen op een uur rijden van de bekende plaatsen.
Dit artikel gaat over die gebieden: welke er zijn, wat ze kosten, en hoe je er komt zonder tussen de drukte te belanden.
De bronnen zijn het meest onderschatte van de staat
Verspreid over Noord- en Midden-Florida liggen honderden springs: plekken waar grondwater uit de kalksteen omhoog komt met een constante temperatuur van ongeveer 22 graden, jaarrond. Het water is helder genoeg om de bodem op tien meter diepte te zien.
Bij de grotere bronnen mag je zwemmen, snorkelen en kajakken; entree ligt doorgaans rond de 6 dollar per auto voor een state park. Bekende zijn Ichetucknee, Ginnie Springs, Silver Springs en Rainbow Springs. Houd er rekening mee dat de populairste bronnen in het weekend een instroomlimiet hanteren en soms voor de middag al vol zitten; kom op een doordeweekse ochtend.
Zeekoeien zien lukt het best in de winter
Bij Crystal River en Homosassa aan de golfkust verzamelen zich van ongeveer november tot maart honderden zeekoeien in de bronnen, omdat het bronwater dan warmer is dan de Golf van Mexico. Dat is de betrouwbaarste plek ter wereld om ze te zien.
Zwemmen met zeekoeien is hier onder strikte regels toegestaan, met begeleide tochten vanaf zo'n 60 tot 80 dollar; aanraken, achtervolgen of ze naar de oppervlakte drijven mag niet, en er wordt op gehandhaafd. Wie liever alleen kijkt, gaat naar het observatiepunt bij Homosassa Springs. Buiten de winter zijn de dieren verspreid en is de kans klein.
Ocala National Forest is dennenbos en zand
Ocala National Forest beslaat ongeveer 155.000 hectare tussen Orlando en Gainesville en is het grootste zandpijnbos ter wereld. Er lopen honderden kilometers pad, waaronder een deel van de Florida National Scenic Trail van ruim 2.000 kilometer.
In het bos liggen meerdere bronnen met zwemgebieden, zoals Juniper Springs, waar ook een kanoroute van ongeveer 11 kilometer door smalle bosbeek begint. Dat is een van de mooiste kanotochten van de staat, maar wel technisch: laaghangende takken, bochten en geen uitstapmogelijkheden onderweg. Reken op vier uur.
De wetlands buiten de Everglades
Big Cypress National Preserve ligt naast de Everglades en is met ruim 290.000 hectare vergelijkbaar in omvang, maar veel rustiger. Er loopt een scenic drive over onverharde weg waar je vanuit de auto alligators, reigers en soms een panter ziet; toegang is gratis.
Verder noordelijk ligt Myakka River State Park bij Sarasota, met een loopbrug van 25 meter hoog dwars door het bladerdak en een van de grootste alligatorconcentraties van de staat. Paynes Prairie bij Gainesville is prairie met vrij rondlopende bizons en wilde paarden. Houd bij alle drie afstand van alligators; de vuistregel is minimaal 10 meter en nooit tussen een dier en het water gaan staan.
Vogels kijken kan hier het hele jaar
Florida ligt op de Atlantische trekroute en telt volgens de vogelorganisaties meer dan 500 vastgestelde soorten. Merritt Island National Wildlife Refuge naast het ruimtevaartcentrum is het bekendste gebied: een autoroute door zoutmoeras met lepelaars, ibissen en in de winter duizenden eenden.
Andere goede plekken zijn Ding Darling op Sanibel, de wetlands rond Viera en de kust van Apalachicola. Beste tijd is oktober tot april, wanneer de trekvogels er zijn en het klimaat aangenaam is. Kom bij zonsopgang, neem een verrekijker mee en reken op muggen zodra de wind wegvalt.
Kanoën en kajakken op de rivieren
De Blackwater River in het uiterste noordwesten geldt als een van de zandigste rivieren ter wereld, met witte zandbanken en helder water; tochten van 6 tot 20 kilometer zijn er standaard, met verhuur en terugbrengservice vanaf ongeveer 30 dollar.
Ook de Wekiva, de Ichetucknee en de bovenloop van de St. Johns zijn geschikt. De St. Johns is bijzonder omdat hij als een van de weinige rivieren ter wereld noordwaarts stroomt over ruim 500 kilometer. Neem droogzakken mee voor telefoon en sleutels, want omslaan hoort erbij, en kijk de weersverwachting na op onweer.
Wat het kost en hoe je het aanpakt
De state parks rekenen doorgaans 4 tot 6 dollar per auto, national forests en preserves zijn vaak gratis of vragen een dagpas van enkele dollars. Een jaarpas voor de state parks kost rond de 60 dollar voor een gezin en verdient zich terug vanaf een dag of tien. De parken openen doorgaans om 8.00 uur en sluiten bij zonsondergang.
Het meeste is alleen met de auto bereikbaar; openbaar vervoer bestaat buiten de steden nauwelijks. Neem per persoon minstens twee liter water mee, insectenwerend middel met deet, en gesloten schoenen tegen slangen in het hoge gras. Houd er rekening mee dat het mobiele bereik in de grotere gebieden wegvalt; download de kaart vooraf.
Praktisch en wanneer je gaat
Voor de Verenigde Staten heb je een ESTA van ongeveer 21 dollar nodig, ruim vooraf aan te vragen. Reken op zo'n 1,08 dollar per euro en op 30 tot 60 dollar per dag voor een huurauto. Vanuit Orlando of Tampa ligt het grootste deel van de gebieden hierboven binnen twee tot drie uur rijden.
November tot april is het beste seizoen: droog, 20 tot 26 graden, weinig muggen en de zeekoeien en trekvogels zijn er. Juni tot oktober is heet en vochtig met dagelijkse onweersbuien en het orkaanseizoen; wandelen door open prairie is dan zwaar. De bronnen zijn juist in de zomer aangenaam, omdat het water dan koeler aanvoelt dan de lucht.