Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Vanuit Interlaken is elke dagtocht een treinreis
Interlaken ligt tussen het Thunersee en het Brienzersee en heeft twee stations, Interlaken Ost en Interlaken West, waarvandaan treinen, kabelbanen en boten het Berner Oberland in waaieren. Je kunt de auto dus laten staan, en dat is hier geen compromis: de spoorlijnen zelf horen bij de attracties.
Dit artikel zet de dagtochten op een rij, met reistijden, prijzen in franken en de volgorde-logica: welke tocht bij welk weer, want in de bergen beslist de lucht het programma.
Lauterbrunnen is de eerste en de makkelijkste
Een kwartier met de trein ligt de Lauterbrunnen-vallei, het gletsjerdal met loodrechte wanden en tweeënzeventig watervallen. Het programma: de gratis Staubbachwaterval van bijna 300 meter, het vlakke dalpad naar Stechelberg en de Trümmelbachfälle, waar het gletsjerwater door de berg dondert; entree daar kost 18 frank, het is van april tot begin november open en kinderen onder de vier mogen er niet in.
Dit is de dagtocht die bij elk weer werkt: bij zon schitteren de vallen, bij bewolking blijven ze zichtbaar terwijl de toppen schuilgaan. Reken op een halve tot hele dag. Trekt de lucht open, neem dan de kabelbaan naar Grütschalp of naar het autovrije Mürren, met vandaar de Allmendhubelbahn en het uitzicht op het Schilthorn.
Het Jungfraujoch bewaar je voor de helderste dag
De grote klapper is de treinreis naar het Jungfraujoch, met 3.454 meter het hoogste spoorwegstation van Europa: met de Jungfraubahn vanaf Kleine Scheidegg dwars door de Eiger omhoog, langs het station Eigergletsjer, naar een ijspaleis in de gletsjer en het panorama over de Aletschgletsjer. Een retour begint volgens de spoorwegmaatschappij rond de 130 frank en de hele tocht kost een dag.
De enige juiste strategie: boek pas als het weerbericht een heldere ochtend belooft, want bij bewolking zie je boven niets en is het duurste kaartje van de vakantie verdampt. Neem winterkleding mee, ook in augustus, drink veel tegen de hoogte en vertrek met de eerste treinen. Vanaf Grindelwald gaat de Eiger Express-gondel er in een kwartier naartoe; via Wengen rijdt de Wengernalpbahn langs Alpiglen dezelfde berg op.
Grindelwald heeft de First en de Männlichen
Grindelwald ligt op een half uur met de trein en is het startpunt voor twee banen. De Firstbahn brengt je naar 2.166 meter, waar de Cliff Walk als stalen loopbrug langs de rotswand hangt en waar paden naar het Bachalpsee lopen; de Männlichen-kabelbaan gaat naar 2.230 meter, met vandaar de vlakke panoramaweg naar Kleine Scheidegg in ruim een uur.
Een retour kost per baan 30 tot 70 frank, afhankelijk van de baan en de pas die je hebt. Die wandeling tussen Männlichen en Kleine Scheidegg is de bruikbaarste bergwandeling van de streek: 4,5 kilometer, nauwelijks stijging en het hele traject met zicht op Eiger, Mönch en Jungfrau. Let op dat de banen bij onweer stilvallen en dat je dan soms uren op de afdaling wacht.
Over het Brienzersee ligt de mooiste boottocht
De lijnboot over het turquoise Brienzersee vaart in ruim een uur naar Brienz, het houtsnijdersdorp aan het eind van het meer, met de vervoerspassen inbegrepen of half geprijsd. Onderweg passeer je de Giessbachwatervallen, waar een kabelspoortje uit 1879 naar het hotel erboven rijdt.
Bij Brienz klimt in het zomerseizoen een stoomtandradtrein naar het Brienzer Rothorn op 2.244 meter; die is stevig geprijsd, dus reken hem vooraf door met je pas. Vlak bij het dorp ligt het openluchtmuseum Ballenberg, waar ruim honderd historische boerderijen uit het hele land zijn heropgebouwd; entree kost rond de 32 frank en je bent er een dag zoet. De boot terug in de vroege avond is het rustigste moment van de dag.
Thun is de stadsdag van de streek
Aan het andere meer ligt Thun, een middeleeuws stadje met een kasteel boven de daken en houten bruggen over de Aare; je bent er in een half uur met de trein of langer met de boot over het Thunersee. Dit is de bestemming voor de dag dat de benen rust willen: kasteel, steegjes, terrassen aan het water en surfers die in de rivier op de staande golf spelen.
De boot passeert onderweg de kastelen aan de oever, en wie tijd heeft stapt bij een van de kasteeldorpen uit. Vanaf Beatenberg gaat een baan naar het Niederhorn op 1.950 meter, waar met enige kans steenbokken lopen. Houd er rekening mee dat musea en kastelen doorgaans op maandag dicht zijn en dat een lunch aan het water 20 tot 30 frank kost.
De Schynige Platte is de dagtocht voor wandelaars
Vanaf Wilderswil, één halte sporen, klimt de nostalgische tandradtrein volgens de dienstregeling van medio juni tot eind oktober naar de Schynige Platte op 1.967 meter: een hoogvlakte met een alpentuin van zo'n 650 plantensoorten en het frontale zicht op Eiger, Mönch en Jungfrau. Boven liggen rondwandelingen van een uur tot een halve dag over de graskammen, waaronder de Panoramaweg.
Met de regiopassen voor het Berner Oberland of een Swiss Travel Pass reis je vrij of voor de helft, en dat geldt voor vrijwel alle tochten in dit artikel; wie er drie of meer plant, rekent de pas als eerste door. Start vroeg, want de middagbuien gelden ook hier en de vroege treinen hebben het uitzicht zonder de rijen. Wie verder wil, loopt vanaf Isenfluh naar de Lobhornhütte voor hetzelfde uitzicht zonder trein.
Praktisch voor alle tochten
Zwitserland rekent in frank, met een koers rond de 1,05 euro per frank. De treinen en boten zijn stipt en de overstappen kort en betrouwbaar, maar losse kaartjes stapelen snel: de regiopassen zijn bij twee of meer bergtochten vrijwel altijd voordeliger en kinderen reizen met gezinskaarten vaak gratis. Wie met de trein aankomt, rijdt met de GoldenPass Line vanaf Montreux via Zweisimmen of met de Luzern-Interlaken Express door de dalen.
De vaste dagindeling: bergen en hoogte in de ochtend, meren en steden in de middag, want de bewolking groeit vrijwel elke zomerdag in de loop van de middag tegen de toppen op. Neem elke dag lagen mee, ook bij een strakblauwe start, en een gevulde fles; kraanwater en dorpsfonteinen zijn overal drinkbaar. In Interlaken zelf ligt aan de rand het JungfrauPark, een themapark dat bij regen een middag vult.
Wanneer je gaat
Juni tot en met september is het volledige dagtochtenseizoen, met alle treinen, banen en boten in bedrijf en 18 tot 25 graden in het dal. September is de beste keuze voor de bergdagen, met het stabielste weer, heldere lucht en ruimte in de treinen.
In oktober rijden de nostalgische treinen hun laatste weken en kleuren de hellingen. Van november tot mei krimpt het aanbod tot de meren en de skigebieden en vallen de mooiste tochten uit dit artikel grotendeels stil, dus wie voor de dagtochten komt reist in de zomerhelft van het jaar.