Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.

Home › Zwitserland › Uri › Bezoek de Gotthard-pas, Tell-kapel en het meer van Uri
Bestemming 9 min lezen

Bezoek de Gotthard-pas, Tell-kapel en het meer van Uri

Ricardo Veldmeijer
Ricardo Veldmeijer Redacteur · 27 mei 2025

Gotthard, Tellkapel en het meer zijn een dagroute door de geschiedenis

De drie iconen van Uri liggen op één noord-zuidlijn van nog geen 60 kilometer: het Urnersee met de Tell-kapel aan de oever, de Schöllenen-kloof met de duivelsbrug en de Gotthardpas op 2.106 meter. Dit artikel rijdt en vaart de lijn af; prijzen staan in franken, reken grofweg 1,05 euro voor een frank. De route werkt beide kanten op; hieronder van noord naar zuid, van het water de Alpen in, zoals reizigers het al eeuwen doen.

Begin op het water, waar de sage woont

De ochtend hoort aan het Urnersee, de zuidelijke arm van het Vierwoudstrekenmeer: vanaf Flüelen of Brunnen vaart de boot langs de steile wanden naar de Tell-kapel, gebouwd in 1879 en 1880 op de rots waar Wilhelm Tell volgens de sage uit het schuitje van de Habsburgse landvoogd sprong. Binnen vertellen vier fresco's van Ernst Stückelberg het hele verhaal. De kapel is gratis; de boot rekent volgens de rederij enkele tientallen franken voor een dagkaart. Wie liever loopt, neemt het oeverpad van de Weg der Schweiz, dat in 1991 voor het zevenhonderdjarig bestaan van Zwitserland werd aangelegd en bij het Rütli begint; de etappe naar de kapel is vlak en goed te doen. De vroege boot loont dubbel: stil water voor de foto's en tijd genoeg voor het bergdeel van de middag.

Altdorf is de tussenstop met het monument

Aan de voet van het dal ligt hoofdplaats Altdorf, waar het bronzen Tell-monument van beeldhouwer Richard Kissling sinds 1895 het plein bewaakt: de held met de kruisboog en zijn zoon, het beeld dat in elk Zwitsers schoolboek staat. Het stadje eromheen heeft stegen, een burchttoren en koffiehuizen voor de pauze. Tien minuten verderop ligt Bürglen, het geboortedorp uit de sage, met het Tell-museum in een middeleeuwse toren voor enkele franken entree, doorgaans van mei tot oktober open. Samen zijn ze een uur of twee waard, genoeg om te begrijpen waarom een land zonder koningen een boogschutter als stamvader koos.

De Schöllenen-kloof is het duivelse middelpunt

Voorbij Göschenen wringt de weg zich de Schöllenen-kloof in, het granieten keelgat waar de Reuss kolkt en de Teufelsbrücke zo'n 60 meter boven het water hangt. De eerste brug kwam er volgens de overlevering rond 1200; de duivel hielp bouwen en werd met een geitenbok betaald, zegt de sage, en het duivelsbeeld op de rots houdt de legende levend. Parkeren kan bij de brug; wandelpaden en trappen voeren langs de oude en nieuwe bruggen en langs het monument voor de Russische veldtocht van generaal Soevorov in 1799, dat in 1899 in de rots werd uitgehouwen. Houd er rekening mee dat het er altijd waait en stuift van het water; een jas hoort mee, ook op zomerdagen.

De Gotthardpas is het dak van de route

Boven Andermatt klimt de weg naar de Gotthardpas op 2.106 meter, de grens tussen het Duitstalige Uri en het Italiaanstalige zuiden, waar al sinds de kapelwijding van 1230 een hospitium staat. Boven wachten het pasmeer, het nationale pasmuseum en de vestingwereld Sasso San Gottardo in de rotsen, met entrees van 10 tot 20 frank. De pas is een zomerweg, doorgaans open van juni tot oktober; controleer de passtatus voor vertrek. Wie boven is, loopt minstens tot het uitzichtpunt over de zuidkant; daar ligt de beloning van de hele dag in één blik.

De Tremola is de mooiste afdaling van de Alpen

De zuidafdaling is het monument zelf: de Tremola, de historische kasseienweg die in 24 haarspeldbochten van de pashoogte naar Airolo duikt, zo'n 13 kilometer graniet die als het langste wegmonument van Zwitserland geldt. Auto's, motoren en fietsers delen de bochten en haast heeft er niemand. Rijd de Tremola omlaag en de moderne pasweg terug, of andersom voor fietsers die de klim willen. De kasseien vragen droog weer en rustige banden; bij regen kies je de nieuwe weg en bewaar je het monument voor de terugkomst, want dit wegdek verdient zon.

Praktisch op de noord-zuidlijn

Zonder auto is de lijn verrassend compleet te doen: boot naar de kapel, trein door het dal, postbus over de pas; het regionale dagabonnement bundelt alles. Let op met de tunnels, want er zijn er twee: de Gotthardtunnel voor auto's uit 1980 is 16,9 kilometer lang en kent vakantiefiles van uren, terwijl de Gotthard-basistunnel voor treinen uit 2016 met 57 kilometer de langste spoortunnel ter wereld is en er in twintig minuten onderdoor gaat. De pasweg erboven loopt vaak vrij door en is mooier. Reken voor de volle dag op een vroege start: boot om negen uur, kloof rond het middaguur, pas in de middag en de Tremola als toetje. Eten kan overal onderweg, van kapelkiosk tot pashospiz, met bergkost van 20 tot 35 frank per gerecht.

Wanneer je het beste gaat

De volledige lijn werkt van juni tot oktober, wanneer de pas open is; juli en augustus geven het zekerste weer en de meeste medereizigers, juni en september de ruimte. De Tremola is op droge dagen het mooist en voor fietsers in de vroege ochtend het rustigst. Buiten het passeizoen blijft het noordelijke deel overeind: meer, kapel en kloof zijn het hele jaar bereikbaar, en de besneeuwde Schöllenen is een winterfoto waard. De pas zelf slaapt dan onder meters sneeuw; wat rest is de tunnel, en het vooruitzicht van juni.
Ricardo Veldmeijer
Over de auteur
Ricardo Veldmeijer

Redacteur bij Vakantiewoningen.nl.

Alle artikelen van Ricardo Veldmeijer →
Bij dit artikel

Drie huizen uit ons aanbod

Bekijk prijs en beschikbaarheid bij onze boekingspartner. Je ziet de totaalprijs vóór je betaalt.

Lees ook

Meer uit het magazine