Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.

Home › Zwitserland › Uri › Uri, waar Zwitserland begon met bergen en geschiedenis
Bestemming 11 min lezen

Uri, waar Zwitserland begon met bergen en geschiedenis

Jorrit Drenth
Jorrit Drenth Redacteur · 27 mei 2025

Uri is het kanton waar Zwitserland begon

Uri is klein, steil en historisch onevenredig belangrijk: aan het Urnersee zwoeren volgens de overlevering in 1291 de eerste eedgenoten hun verbond, Willem Tell schoot hier zijn appel en de Gotthardroute maakte het dal eeuwenlang tot de belangrijkste doorgang van de Alpen. Prijzen in franken; reken grofweg 1,05 euro voor een frank. Voor reizigers is Uri een dubbelpakket: oergeschiedenis aan het meer en hooggebergte rond de passen, alles binnen een uur van elkaar.

Het Rutli en het meer zijn de geboortegrond

De Rütli-weide, waar de eed van 1291 gezworen zou zijn, ligt aan de westoever van het Urnersee en is bewust onbereikbaar per auto: wie komt, komt per boot en wandelt vanaf de steiger omhoog, precies zoals het hoort. De weide zelf is gratis en gewoon een weide; de lading zit in het verhaal en het uitzicht. De boten van het Vierwoudstrekenmeer, deels historische raderstomers, doen de steigers rond het meer aan; een dagkaart voor het meer kost volgens de rederij zo'n 40 tot 60 frank, omgerekend tot 63 euro. De fjordachtige zuidarm met zijn steile wanden is de mooiste vaart van Midden-Zwitserland.

De Tell-plekken liggen op een snoer langs het water

De Tell-geografie is compact: de Tellskapelle uit 1880 staat met haar fresco's op de oeverrots waar de held volgens de sage uit de boot sprong, het bronzen Tell-monument siert het plein van hoofdstad Altdorf, en het geboortedorp Bürglen huisvest het Tell-museum, entree enkele franken. Of Tell echt bestond, doet er hier weinig toe; de plekken zelf zijn de moeite. De kapel bereikt u per boot of via het wandelpad langs het meer, en Altdorf is een gaaf stadje met stegen en een burchttoren, dat de meeste doorreizigers ten onrechte overslaan.

De Weg der Schweiz maakt de geschiedenis beloopbaar

Voor wandelaars is er sinds 1991 de Weg der Schweiz: een route van zo'n 35 kilometer rond het Urnersee, geopend voor het zevenhonderdjarige jubileum van het verbond, waarbij elk kanton een stuk pad kreeg naar rato van inwonertal. De volledige lus kost twee tot drie dagen; de etappe langs de oostoever met de Tellskapelle is de populairste dagversie. Het pad is goed gemarkeerd en de boten en de trein maken elke etappe afkortbaar. Houd er rekening mee dat de oosthelling in de zomermiddag vol zon staat; vroeg starten en zwemgoed meenemen is het lokale recept, want de badplekjes onderweg zijn talrijk.

De Schollenen en de Gotthard zijn het rauwe zuiden

Zuidwaarts knijpt het dal zich samen in de Schöllenen-kloof, waar de Teufelsbrücke zo'n 60 meter boven de kolkende Reuss hangt; de eerste brug kwam er volgens de overlevering rond 1200, en de duivel eiste er zijn legendarische loon. Vandaag rijden weg en spoor er doorheen en is de kloof een fotostop met wandelpaden. Daarboven wacht de Gotthardpas op 2.106 meter, met het pasmuseum en aan de zuidkant de Tremola, de historische kasseienweg die in 24 haarspeldbochten omlaag duikt en als langste wegmonument van Zwitserland geldt. De pas is open van ruwweg juni tot oktober; de tunnel doet de rest van het jaar het werk.

Andermatt en de hoogtes zijn het vierde seizoen

Achter de kloof ligt Andermatt, het oude garnizoensdorp dat is uitgegroeid tot bergsportcentrum: in de winter skiën op de hoge hellingen rond de Gemsstock, in de zomer passenwandelingen en de treinklassiekers over de Oberalp. De dagpassen en banen rekenen Zwitserse prijzen; de dorpskern bleef gemoedelijk. Voor doorreizigers is Andermatt de logische bergbasis: hotels en appartementen in alle maten, restaurants met bergkost voor 25 tot 40 frank per hoofdgerecht, omgerekend tot 42 euro, en de passen naar drie kanten als dagtochten.

Praktisch in het passenland

Uri is verrassend goed ontsloten: de Gotthard-treinlijn en de snelweg lopen door het dal, de boten dekken het meer en de gele postbussen klimmen naar de passen tot boven de 2.000 meter. Wie zonder auto komt, redt zich hier beter dan bijna overal in de Alpen; het regionale dagabonnement bundelt boot, trein en bus. Met de auto geldt passenplanning: de Gotthardpas en de Tremola zijn zomerwegen, de tunnel kent vakantiefiles die u met vroege of late uren ontloopt. Parkeren bij de attracties kost 5 tot 10 frank per dag, omgerekend ruim 5 tot 10 euro; de dorpen zelf zijn klein en te voet te doen.

Wanneer u gaat

Juni tot en met september is de volle periode: passen open, boten op zomerdienst en badwater in het meer dat richting de 20 graden kruipt. Juli en augustus brengen de meeste drukte op de klassiekers; juni en september geven hetzelfde met ruimte. Mei en oktober zijn de kiermaanden: het meer en de Tell-plekken werken, de hoge passen wisselen per week. De winter hoort aan Andermatt en de sneeuw; het meer ligt er dan stil en glashelder bij, en de geschiedenis wacht geduldig op de lente.
Jorrit Drenth
Over de auteur
Jorrit Drenth

Redacteur bij Vakantiewoningen.nl.

Alle artikelen van Jorrit Drenth →
Bij dit artikel

Drie huizen uit ons aanbod

Bekijk prijs en beschikbaarheid bij onze boekingspartner. Je ziet de totaalprijs vóór je betaalt.

Lees ook

Meer uit het magazine