Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.

Home › Zwitserland › Uri › Wandelen door de Schöllenenkloof en bergweiden
Bestemming 7 min lezen

Wandelen door de Schöllenenkloof en bergweiden

Robin van den Bosch
Robin van den Bosch Redacteur · 27 mei 2025

Wandelen in Uri gaat van duivelskloof tot bloemenweide

Uri wandelt in twee registers: het rauwe graniet van de Schöllenen-kloof met haar duivelsbrug, en de zachte bergweiden en meerpaden die het kanton zijn Zwitserse ansichtkant geven. Dit artikel zet de mooiste routes van beide op een rij; prijzen in franken, reken grofweg 1,05 euro voor een frank. Het niveauverschil is de charme: dezelfde dag kan een vlakke oeverwandeling én een passtuk op 2.000 meter bevatten, met trein en postbus als lift ertussen.

De Schöllenen-kloof is de wandeling met de duivel

De klassieker begint bij het station van Göschenen: het kloofpad klimt langs de kolkende Reuss naar de Teufelsbrücke, die zo'n 60 meter boven het water hangt op de plek waar volgens de overlevering rond 1200 de eerste brug kwam, met hulp van de duivel, zegt de sage. Trappen en galerijen voeren langs oude en nieuwe bruggen en het Russenmonument uit de veldtocht van 1799. Reken op een uur tot anderhalf uur voor het kloofdeel, gratis en zwaar van indrukken. Houd er rekening mee dat het pad nat stuift van het water en de leuningen koud blijven; een jas en grip onder de schoenen horen erbij, ook in augustus.

De Weg der Schweiz is de oevermars langs de geschiedenis

De zachte klassieker is de Weg der Schweiz rond het Urnersee: zo'n 35 kilometer, aangelegd voor het jubileum van 1991, van de Rütli-weide naar Brunnen, met de Tellskapelle als beroemdste tussenstop. De dagversie loopt van Flüelen naar Sisikon langs de kapel, vlak en met badplekjes onderweg. De boten en de trein maken elke etappe afkortbaar; wie bij de kapelsteiger opstapt, vaart in stijl terug. De oostoever vangt de middagzon vol; start voor 9.00 uur, neem zwemgoed mee en laat de lunch aan een van de grillplaatsen aan het water.

Boven Andermatt beginnen de passenwandelingen

Rond Andermatt liggen de hoge routes: de passtukken van Oberalp, Furka en Gotthard, met paden die tussen de 2.000 en 2.500 meter golven door een wereld van meertjes, kruipdennen en marmotten. De postbussen en treinen brengen wandelaars naar de pashoogtes; het net maakt lussen en overstappen eenvoudig. De klassieke dagkeuze: vanaf de Oberalp naar de bron van de Rijn, een lus van drie tot vier uur naar het meer waar de grote rivier begint. Boven de 2.000 meter gelden de bergregels onverkort: weer checken, lagen mee en voor 9.00 uur starten, want de middag bouwt hier zijn eigen wolken.

De bergweiden zijn het Zwitserland van de kalender

Tussen meer en passen liggen de weidedorpen op de zonneterrassen, met paden die van alp naar alp slingeren langs vee, kapelletjes en melkhutten. De kleine kabelbaantjes van het dal, vaak zelfbediende gondeltjes voor zo'n 10 frank retour, ruim 10 euro, tillen wandelaars naar de terrassen; het netwerk is een attractie op zich. Onderweg verkopen de alpen kaas en most aan de deur, en de banken staan er op de uitzichten gericht. Dit is het register voor gezinnen en genieters: hoogtemeters zonder gevaar, een uur of drie per lus, en een dorpskern met restaurant aan het einde.

Hutten, watervallen en de stillere valleien

Wie verder wil, kiest de zijdalen: het Maderanertal met zijn watervallen en de historische berghotelroute, het Schächental met de hoge watervallen boven de weiden, en de huttenpaden naar de klimgebieden van de Urner Alpen. Overnachten in een hut kost met halfpension rond de 80 tot 100 frank, omgerekend 84 tot 105 euro. De zijdalen zijn dunner ontsloten en juist daarom de tip voor herhaalbezoekers: dezelfde bergen, een fractie van het volk. De bussen rijden er wel maar dun; check de laatste afvaart voor vertrek, vaak al rond 17.00 uur, want de wandeling terug naar het dal is lang.

Praktisch voor wandelaars

De bewegwijzering is Zwitsers voorbeeldig: gele borden met looptijden, wit-rood voor de bergpaden, en de tijden kloppen voor gemiddeld tempo. Het regionale dagabonnement bundelt trein, bus, boot en veel baantjes; voor wandelaars die etappes knippen, verdient het zich in één dag terug; losse baantjesritten kosten al gauw 5 tot 15 frank, omgerekend tot 16 euro. De uitrusting volgt het register: stevige zolen volstaan aan het meer, echte bergschoenen horen boven de boomgrens, en de kloof vraagt grip en een jas. Water is overal; de dorpsfonteinen zijn drinkbaar tenzij een bordje anders zegt, en dat is in Uri de normaalste luxe van het wandelen.

Wanneer je gaat

Juni tot en met september is het volle seizoen: meerpaden vanaf mei, de hoge passen vanaf eind juni, en september als heldere finale met stille paden en de eerste sneeuw op de toppen als decor. Juli en augustus vragen starts voor 8.00 uur tegen drukte en middagwolken. Oktober geeft gouden lariksen in de zijdalen en de laatste passenweken; van november tot april horen de hoogtes aan de wintersport en blijven meer en kloof over als winterwandelingen. De Schöllenen onder ijspegels is voor de liefhebber het geheimste plaatje van het kanton.
Robin van den Bosch
Over de auteur
Robin van den Bosch

Redacteur bij Vakantiewoningen.nl.

Alle artikelen van Robin van den Bosch →
Bij dit artikel

Drie huizen uit ons aanbod

Bekijk prijs en beschikbaarheid bij onze boekingspartner. Je ziet de totaalprijs vóór je betaalt.

Lees ook

Meer uit het magazine