Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.

Home › Zwitserland › Wandelen en fietsen in de Zwitserse Alpen
Bestemming 5 min lezen

Wandelen en fietsen in de Zwitserse Alpen

Jorrit Drenth
Jorrit Drenth Redacteur · 27 mei 2025

Zwitserland heeft 65.000 kilometer gemarkeerd wandelpad, en dat is één systeem

Het land is dichter voorzien van wandelpaden dan van spoorwegen, en die paden zijn niet per streek verschillend geregeld: bewegwijzering, kleurcodes en routenummers zijn overal hetzelfde. Wie het systeem eenmaal doorheeft, kan in elk kanton zonder kaart de weg vinden. Dit artikel legt uit hoe dat werkt, wat een dag in de bergen kost en welke routes de moeite waard zijn om mee te beginnen.

De gele bordjes geven tijd, geen afstand

Op elk kruispunt staat een geel bord met de bestemming en een tijd in uren en minuten. Die tijd is berekend voor een gemiddelde wandelaar zonder zware bagage en houdt rekening met de stijging, niet met pauzes. Dat is even wennen als je gewend bent aan kilometers, maar het is in de bergen bruikbaarder: de norm gaat uit van ongeveer 4 kilometer per uur op vlak terrein en 300 hoogtemeters klimmen per uur, dus drie kilometer omhoog en drie kilometer omlaag zijn hier niet hetzelfde. Reken erop dat de opgegeven tijden strak zijn; met kinderen of een zware rugzak tel je er een derde bij op.

De kleur van de markering zegt hoe zwaar het pad is

Een geel bord met geel-zwarte ruiten betekent een gewoon wandelpad: breed, verhard of goed begaanbaar, geschikt voor iedereen met normale schoenen. Wit-rood-wit op rotsen en palen betekent bergwandelweg, met steile stukken, blootliggende rots en soms kettingen. Let op: wit-blauw-wit is geen zware wandeling maar een alpine route, waar sneeuwvelden, gletsjers of klimpassages bij horen en waarvoor uitrusting en ervaring nodig zijn. Volgens de Zwitserse wandelbond komen elk jaar wandelaars in de problemen doordat ze die kleur voor een wat pittiger pad aanzien. Van de 65.000 kilometer is ongeveer een kwart als bergwandelweg gemarkeerd en enkele honderden kilometers als alpine route.

De routes zijn genummerd, van nationaal tot lokaal

Er zijn zeven nationale wandelroutes en negen nationale fietsroutes, elk met een eigen nummer op groene en blauwe bordjes. Daaronder hangen regionale routes met tweecijferige nummers en lokale met driecijferige. Dat betekent dat je een route kunt volgen op nummer alleen, zonder kaart, over honderden kilometers. Voor elke route bestaan gepubliceerde etappes van doorgaans 15 tot 25 kilometer, met begin- en eindpunt bij een halte van het openbaar vervoer; een enkele rit met de postbus terug kost meestal 5 tot 15 frank.

De Via Alpina loopt van oost naar west over veertien passen

De bekendste lange route is nationale wandelroute 1, de Via Alpina, die in ongeveer twintig etappes en 390 kilometer van Vaduz bij de Liechtensteinse grens naar Montreux aan het Meer van Genève loopt, via Sargans, Altdorf, Engelberg, Meiringen en Gstaad. Onderweg gaat hij over veertien bergpassen, waaronder de Klausenpass en de Hohtürli op ruim 2.700 meter, met bij elkaar tienduizenden hoogtemeters. Elke etappe is een dag lopen van vijf tot acht uur, en aan het eind ligt een dorp met vervoer en overnachting. Je hoeft dus niet de hele route te doen: veel mensen lopen er drie of vier etappes van als vakantie. Het seizoen loopt van eind juni tot begin oktober; daarvoor liggen de passen onder sneeuw.

Wat een dag in de bergen kost

De grote uitgavenpost is niet de overnachting maar de bergbaan. Een retour naar een bekend uitzichtpunt kost al gauw 60 tot 130 frank per persoon, en de duurste tandradbanen zitten daar ruim boven; reken op ongeveer 0,95 euro per frank. Een nacht in een berghut van de alpenvereniging kost 30 tot 50 frank voor leden en meer voor niet-leden, met halfpension rond de 90 tot 110 frank. Een halfprijskaart of een meerdaagse pas verdient zich terug zodra je meer dan een paar bergbanen neemt; reken dat vooraf uit, want zonder korting loopt een week hard op.

Fietsen kan met of zonder de bergen

De nationale fietsroute 1 langs de Rhône loopt over ongeveer 350 kilometer van Oberwald bij de bron via Brig, Sion, Martigny en Lausanne naar Genève, en die richting is bewust gekozen: het gaat vrijwel de hele weg licht bergaf. Dat maakt hem geschikt voor gezinnen en voor wie geen bergfietser is. Wie juist wel wil klimmen, vindt in het zuidoosten de klassieke passen, met stijgingen van 1.000 tot 1.500 hoogtemeters achter elkaar. Bagagevervoer tussen etappeplaatsen wordt door verschillende aanbieders geregeld voor 20 tot 40 frank per stuk per dag, en fietsen mogen tegen betaling mee in de trein.

De Aletschgletsjer is een wandeling, geen excursie

De grootste gletsjer van de Alpen is ongeveer 20 kilometer lang en staat sinds 2001 op de werelderfgoedlijst. Vanaf Riederalp, Bettmeralp en Fiescheralp aan de zonnige kant van het Rhônedal in Wallis brengen kabelbanen je naar een hoogte van rond de 2.300 meter, en vanaf het Eggishorn kijk je er recht op; een panoramapad loopt langs de rand. Dat pad is over lange stukken vlak en goed begaanbaar, met de ijsstroom continu in beeld. Reken op drie tot vijf uur tussen twee kabelbaanstations. De gletsjer trekt zich zichtbaar terug: markeringen langs het pad laten zien waar het ijs decennia geleden nog lag.

De treinen zijn hier deel van de wandeling

Wandelen in Zwitserland gaat zelden zonder spoor: de meeste etappes beginnen en eindigen bij een halte, en de treinen nemen je mee tot ver boven de boomgrens. De Rhätische Bahn over de Albula- en Berninalijn staat sinds 2008 op de werelderfgoedlijst, met het Landwasserviaduct van 65 meter hoog en de spiraaltunnels die het hoogteverschil in de rots wegwerken; een enkele reis van Chur naar Tirano kost rond de 66 frank in het gewone tarief. Vanaf die lijn stap je uit op de hoogste haltes van Europa, zoals Ospizio Bernina op 2.253 meter, waar een pad langs het Lago Bianco begint. Let op: de panoramatreinen zoals de Glacier Express vragen een reserveringstoeslag, terwijl de gewone trein over hetzelfde spoor rijdt en met een halfprijskaart aanzienlijk goedkoper is.

Het rondje langs vijf bergmeren is de klassieke dagtocht

Boven Bad Ragaz ligt op de Pizol de Fünf-Seen-Wanderung: een route van ongeveer 10 kilometer op ruim 2.000 meter die de Wildsee, de Schwarzsee, de Schottensee, de Baschalvasee en de Wangsersee aandoet, elk met een andere kleur door de mineralen in de bodem. Je doet er vier tot vijf uur over, met zo'n 600 hoogtemeters klimmen. Twee kabelbanen brengen je naar het startpunt; het laatste stuk gaat over rotsig terrein. Het is een populaire tocht, dus vertrek met de eerste baan als je het rustig wilt. Het seizoen loopt van juli tot oktober, en ook dan kan er nog sneeuw liggen op de hoogste passage.

Praktisch

Zwitserland betaalt met franken en is duur: reken op 25 tot 35 frank voor een eenvoudige maaltijd en aanzienlijk meer in bergrestaurants. Vanuit Nederland rijd je er in acht tot tien uur naartoe, of neem je de nachttrein. Op de snelwegen heb je een vignet nodig van 40 frank per jaar. Juli tot september is het wandelseizoen op hoogte; in juni liggen de hoge passen vaak nog dicht en in oktober sluiten de eerste bergbanen. Controleer het weer per dag: onweer in de middag is in de zomer normaal, en de meeste ongelukken gebeuren op de afdaling.
Jorrit Drenth
Over de auteur
Jorrit Drenth

Redacteur bij Vakantiewoningen.nl.

Alle artikelen van Jorrit Drenth →
Bij dit artikel

Drie huizen uit ons aanbod

Bekijk prijs en beschikbaarheid bij onze boekingspartner. Je ziet de totaalprijs vóór je betaalt.

Lees ook

Meer uit het magazine