Zwitserland is bergen, meren en comfort in één land
Zwitserland stapelt op een klein oppervlak wat elders continenten vraagt: vierduizenders en gletsjers, meren in alle kleuren blauw, treinen die op de minuut door dat alles heen rijden en een verblijfscultuur die comfort tot kunst verhief. Prijzen in franken; reken grofweg 1,05 euro per frank.
Dit artikel zet het land op een rij per regio en thema, als menukaart voor wie zijn eerste of volgende Zwitserse reis samenstelt.
Het Berner Oberland is het klassieke ansichtkaartgebied
Het hart van de klassieke Alpenreis ligt rond Interlaken: het dal van Lauterbrunnen, waar volgens de streek 72 watervallen van de wanden storten en de Staubbachval 297 meter vrij valt, en de meren van Thun en Brienz, waarvan het Brienzermeer het beroemdste turquoise van het land draagt.
Boven het dal rijden de treintjes naar de autoloze terrasdorpen en verder het hooggebergte in. Wie één regio moet kiezen voor een eerste keer, kiest deze; nergens is het beroemde Zwitserland dichter opeen gebouwd.
Wallis draait om de Matterhorn en de langste gletsjer
Het zuidelijke Wallis draagt de beroemdste berg van het land: de Matterhorn van 4.478 meter boven het autovrije Zermatt, de piramide van elke chocoladeverpakking. Noordelijker stroomt de Aletschgletsjer, met ruim 20 kilometer de langste van de Alpen en sinds 2001 werelderfgoed.
Het dal is ook badland: de thermen van Leukerbad, de grootste van de Alpen, laten u in warm bronwater naar besneeuwde wanden kijken. Wallis is de regio voor wie de superlatieven wil; de treinen en kabelbanen doen het klimwerk.
Graubünden combineert wildernis met winterglamour
Het oosten is het land van de Bernina Express, de spoorlijn over de 2.253 meter hoge pas die sinds 2008 werelderfgoed is, en van het Zwitserse Nationale Park, in 1914 het eerste van de Alpen, waar de natuur al ruim een eeuw ongestoord haar gang gaat.
Sankt Moritz voegt de glamour toe: tweevoudig gastheer van de Winterspelen, in 1928 en 1948, en nog altijd het mondaine winteradres van Europa. De skigebieden eromheen, en westelijker rond Verbier, horen bij de grootste en hoogste van de Alpen.
De meren zijn de zachte helft van het land
Het Meer van Genève is met zo'n 580 vierkante kilometer het grootste Alpenmeer, met wijnterrassen en flaneersteden aan de oevers; het Vierwoudstrekenmeer bij Luzern wint op drama, met raderstoomboten tussen de bergwanden. Zwemmen is in de zomer overal normaal; de stedelijke badplaatsen aan de meren zijn een nationale traditie.
De vuistregel: bergregio plus meerregio in één reis geeft het volledige land. De treinen maken elke combinatie moeiteloos; de boot is telkens de mooiste laatste kilometer.
Luxe is hier breed verkrijgbaar, ook betaalbaar
De beroemde luxe van Zürichs winkelstraten en de grand hotels bestaat, maar de toegankelijke versie is minstens zo Zwitsers: wellnessbaden met bergzicht voor dagkaarten van 25 tot 45 frank, panoramatreinen met gewone tickets en berghutten waar de rösti van 15 tot 20 frank belangrijker is dan het decorum.
Het vakantiehuis is het betaalbare anker: zelf koken halveert de dagkosten, en de gastenkaarten van veel regio's dekken bussen en banen. Zo blijft ook een frankenland binnen een gezinsbudget.
Praktisch in Zwitserland
Het autosnelwegvignet kost 40 frank per kalenderjaar en is verplicht; de treinen zijn het comfortabele alternatief, met bagagediensten en haltes tot in de kleinste dalen. Pinnen kan overal, fooien zijn inbegrepen en kraanwater is drinkbaar tot uit de dorpsfonteinen.
Houd er rekening mee dat juli, augustus en de wintervakanties de piek zijn: reserveer treinen met verplichte plaatsen en de beroemde uitzichtpunten vroeg. Een hoofdgerecht kost al gauw 25 tot 35 frank, zo'n 26 tot 37 euro; de supermarkt en het huis vangen dat op.
Wanneer u gaat
Juni tot en met september is de volle zomertijd, met juli en augustus voor de hoogste paden en september als stabiele kennersmaand. December tot en met maart is het skiseizoen, met pistes tot boven de 3.000 meter en januari als stille sneeuwmaand.
Mei en de late herfst zijn de tussentijden waarin banen onderhoud draaien; dan zijn de meren en steden de betere helft. Het land zelf kent geen laagseizoen, alleen wisselende hoofdrollen; precies daarom komen bezoekers hier levenslang terug.