Wandelen en fietsen draaien hier om meren en terrils
Foto: LIZHI LIANG / Pexels
De natuur van Henegouwen is anders dan die van de Ardennen: zachter, waterrijker en doorweven met een industrieel verleden dat groen is geworden. De meren van l'Eau d'Heure, de beboste mijnsteenbergen en de vlakke jaagpaden maken er een eigen buitenland van. Dit artikel zet de routes op een rij.
Het reliëf blijft mild; dit is genietersterrein waar e-bike en wandelschoen gelijkwaardig zijn.
De meren van l'Eau d'Heure zijn het rondje van formaat
Foto: Fran Bambust / Pexels
De vijf stuwmeren op de zuidrand vormen met zo'n 70 kilometer oever het grootste merengebied van België, en de paden eromheen zijn het hoofdprogramma: het grote meerrondje voor fietsers, kortere oeverlussen voor wandelaars en vlonderpaden door de stille armen.
De stuwdam is het vaste hoogtepunt, met uitzicht over het hele stelsel; het bezoekerscentrum legt uit hoe het water hier de rivieren tembaar maakte. Verhuur van fietsen en waterfietsen zit bij de centra; volgens de verhuurders kost een dag 15 tot 25 euro.
De terrils zijn de bergen die mensen maakten
Foto: Karel Meuleman / Pexels
De mijnsteenbergen van het steenkoolverleden zijn begroeid tot heuvels met eigen natuur: berkenbossen, orchideeën op de warme hellingen en toppen die als uitkijkpunten dienen. Gemarkeerde paden beklimmen de bekendste, met de vlaktes van Henegouwen als beloning.
De klimmetjes zijn kort maar stevig, doorgaans 50 tot 100 hoogtemeters; beklim ze in de zomer voor 11.00 uur, dan is de zwarte grond nog koel, en voor kinderen zijn het echte bergexpedities op zakformaat. De combinatie terril plus mijnmuseum maakt er een verhaaldag van.
Bossen en kastelen dragen de klassieke rondes
Rond Bon-Secours op de Franse grens ligt een van de mooiste bossen van de provincie, met de basiliek op de heuvel als baken en rechte dreven die al eeuwen wandelaars leiden. Oostelijker wachten de kasteelparken, met Beloeil als barokke ster.
De wandelnetwerken zijn op knooppunten geordend zoals in Vlaanderen; rondes van 5 tot 15 kilometer rijgen bos, veld en dorpscafé aaneen. De cafés zelf zijn het halve doel; de saison staat er koud.
De jaagpaden zijn de vlakke kilometervreters
Wie afstand wil zonder hoogtemeters, volgt het water: de jaagpaden langs het kanaal van het Centrum passeren alle scheepsliften, inclusief de kolos van Strépy-Thieu van 73 meter, en de oude kanaalarmen zijn autovrij fietsgebied.
De liften geven de route haar ritme: elke lift een stop, elke stop een verhaal. Met de rondvaartboot als bonus wordt de fietsdag half varen; de combitickets regelen dat in het seizoen.
Praktisch in het Henegouwse groen
De startpunten hebben vrijwel overal gratis parkeren, picknickbanken volgen elkaar om de 2 tot 3 kilometer op, en de knooppuntborden maken kaarten bijna overbodig; de app van het Waalse netwerk vult aan. Stevige zolen volstaan; alleen de terrilpaden vragen grip na regen.
Houd er rekening mee dat de meren op zomerse weekenden het drukst zijn bij de strandzones; de oostelijke oevers blijven ook dan stil. En de horeca rust op maandag; de rugzaklunch is die dag de betrouwbare optie.
Wanneer u gaat
Mei, juni en september zijn de topmaanden: groen of nazomerlicht, open verhuur en ruimte op de paden. De zomer draait vol rond de meren, met de ochtenden als stille uren.
De herfst kleurt terrils en bossen verrassend fel, en de winter maakt er leeg wandelland van; de 70 kilometer meeroevers spiegelen dan het mooist. Het Henegouwse groen kent geen sluitingstijd, alleen wisselende gezelschappen.