Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Wandelen en fietsen draaien hier om meren en terrils
Foto: LIZHI LIANG / Pexels
De natuur van Henegouwen is anders dan die van de Ardennen: zachter, waterrijker en doorweven met een industrieel verleden dat groen is geworden. De stuwmeren van l'Eau d'Heure in het zuiden, de begroeide mijnsteenbergen rond Charleroi en La Louvière en de vlakke jaagpaden langs de kanalen vormen er een eigen buitengebied.
Het reliëf blijft mild, met klimmen van hooguit honderd hoogtemeters. Dit artikel zet de routes op een rij, met afstanden, prijzen en seizoenen.
De meren van l'Eau d'Heure hebben zeventig kilometer oever
Foto: Fran Bambust / Pexels
De vijf stuwmeren op de zuidrand van de provincie, waarvan la Plate Taille het grootste is, vormen met zo'n 70 kilometer oever het grootste waterwerk van België. Om het hele stelsel loopt een fietsroute van ongeveer 45 kilometer; voor wandelaars zijn er oeverlussen van 5 tot 15 kilometer en vlonderpaden door de stille armen.
De dam van la Plate Taille met zijn uitkijktoren is het vaste hoogtepunt, en het bezoekerscentrum legt uit hoe deze meren sinds de jaren zeventig de waterstand van de Samber regelen. Fietsen huren kost volgens de verhuurders 15 tot 25 euro per dag; waterfietsen en kajaks gaan per uur. Let op: op zomerse weekenden zijn de strandzones vol en is de parkeerplaats voor elf uur bezet.
De terrils zijn de bergen die mensen hebben gemaakt
Foto: Karel Meuleman / Pexels
De mijnsteenbergen van het steenkoolverleden zijn begroeid tot heuvels met eigen natuur: berkenbossen, orchideeën op de warme zuidhellingen en toppen die als uitkijkpunt dienen. Gemarkeerde paden beklimmen de bekendste rond Charleroi en La Louvière, met 50 tot 100 hoogtemeters in één ruk.
Beklimmen is gratis. Doe het in de zomer voor elven, want de zwarte grond houdt de warmte vast en er staat geen boom op de kam. Combineer het met een mijnsite: van de vier Waalse mijnsites die sinds 2012 op de werelderfgoedlijst staan, liggen er drie in deze provincie, namelijk Grand-Hornu bij Bergen, Bois-du-Luc bij La Louvière en Bois-du-Cazier in Marcinelle, waar op 8 augustus 1956 262 mijnwerkers omkwamen. Entree kost per site 8 tot 12 euro.
Bossen en kasteelparken dragen de klassieke rondes
Bij Bon-Secours op de Franse grens ligt een van de grootste bossen van de provincie, met de basiliek op de heuvel als baken en rechte dreven die al eeuwen wandelaars leiden; het hoort bij het natuurpark Plaines de l'Escaut. Bij Stambruges ligt in datzelfde bos een open zandvlakte die de Mer de Sable heet.
Oostelijker ligt het kasteel van Beloeil van de familie de Ligne, met een park van tientallen hectaren rond een grote vijver; entree kost 10 tot 16 euro en het park is van april tot oktober open. De wandelnetwerken zijn op knooppunten geordend, met rondes van 5 tot 15 kilometer langs bos, veld en dorpscafé.
De jaagpaden zijn vlak en autovrij
Wie afstand wil zonder hoogtemeters volgt het water: de jaagpaden langs het Canal du Centre passeren de vier oude scheepsliften en de hefkolos van Strépy-Thieu van 73 meter, en de oude kanaalarmen zijn volledig autovrij. Het RAVeL-netwerk sluit erop aan richting Bergen, Thuin aan de Samber en de Scheldevallei.
Fietsen kost niets en de paden zijn verhard. Reken op 25 tot 60 kilometer per dag, afhankelijk van hoeveel liften je aandoet. Met de rondvaartboot erbij wordt de fietsdag half varen; in het seizoen zijn er combikaartjes van rond de 20 euro.
Praktisch in het Henegouwse groen
De startpunten hebben vrijwel overal gratis parkeren, picknickbanken volgen elkaar om de 2 tot 3 kilometer op en de knooppuntborden maken kaarten bijna overbodig; de app van het Waalse netwerk vult aan. Stevige zolen volstaan, alleen de terrilpaden vragen grip na regen.
Let op: de horeca rust hier op maandag, dus dan is de rugzaklunch de betrouwbare optie. De oostelijke oevers van de meren blijven ook op drukke dagen stil, en tussen de dorpen rijdt de streekbus enkele keren per dag, dus reken niet op openbaar vervoer als plan B.
Wanneer je gaat
Mei, juni en september zijn de beste maanden, met 15 tot 24 graden, open verhuur en ruimte op de paden. In juli en augustus draait het rond de meren vol en zijn de vroege ochtenden de stille uren.
De herfst kleurt de terrils en de bossen fel, en in de winter is het hier leeg wandelland met 2 tot 8 graden; dan spiegelen de zeventig kilometer oevers het mooist. De paden zijn het hele jaar gratis toegankelijk, alleen de verhuur en de bezoekerscentra werken buiten het seizoen op beperkte dagen.