Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Fietsen en wandelen in Oost-Vlaanderen langs de Schelde en de meersen
Foto: Mayumi Maciel / Pexels
Oost-Vlaanderen oogt stedelijk, maar tussen de kernen ligt een dicht net van rivieroevers, meersen en bossen: getijdennatuur langs de Schelde, vogelrijke reservaten aan de rand van Gent en met het Drongengoed het grootste bos van de provincie.
Alles is vlak en op knooppunten geordend. Dit artikel zet de routes op een rij, van de Scheldedijken tot het Molsbroek, met afstanden, ondergrond en seizoenen.
De Schelde in Oost-Vlaanderen is een getijdenrivier tot in Gent
De Schelde kent tot diep in Vlaanderen eb en vloed, met een verschil dat bij Dendermonde nog altijd enkele meters bedraagt. De jaagpaden volgen dat ritme: slikken en schorren die twee keer per dag van gezicht wisselen, veerpontjes tussen de oevers en cafés op de dijken.
De klassieke dagrit volgt de rivier stroomafwaarts naar Dendermonde, 30 tot 50 kilometer naar keuze, langs de Kalkense Meersen. In Berlare ligt het Donkmeer, een oude turfput, met paling in 't groen als streekgerecht voor rond de 25 euro. Let op: op de dijken staat vrijwel altijd wind, dus rijd stroomafwaarts als hij uit het zuidwesten komt.
De Bourgoyen-Ossemeersen in Oost-Vlaanderen liggen aan de rand van Gent
Aan de westrand van Gent liggen de Bourgoyen-Ossemeersen, rond de 230 hectare natte meersen die in de winter vollopen en dan duizenden watervogels trekken. De rondwandeling van zo'n 5 kilometer met kijkhutten is het hele jaar gratis toegankelijk vanaf het bezoekerscentrum.
Voor stadsbezoekers is dit de ochtend vóór de musea: eerst de grutto's en smienten, dan koffie op de Graslei op een kwartier fietsen. De tram brengt je er vrijwel voor de deur. Let op: buiten de zomer staat het pad deels onder water, dus laarzen zijn dan geen overbodige luxe.
Het Drongengoed in Oost-Vlaanderen is het grootste bos van de provincie
Foto: Alex Vasey / Unsplash
In het Meetjesland bij Ursel ligt het Drongengoed, volgens de boswachterij met ruim zevenhonderd hectare het grootste aaneengesloten bos van Oost-Vlaanderen: rechte dreven, heiderestanten en de oude abdijhoeve als middelpunt. Wandelrondes van 3 tot 12 kilometer en brede fietsdreven verdelen het gebied.
Toegang en parkeren zijn gratis. De heide bloeit in augustus paars en de hoeve schenkt streekbier na afloop. Dit is de stilste hoek van de provincie; zelfs op zondag verdelen de bezoekers zich over de dreven. In de omgeving liggen het bosdomein Het Leen bij Eeklo en de kreken bij Sint-Laureins en Assenede.
Het Molsbroek in Oost-Vlaanderen heeft een verhard rondpad
Bij Lokeren ligt het Molsbroek, een moerasreservaat langs de Durme van rond de honderd hectare, met een verhard rondpad van een paar kilometer: geschikt voor rolstoel en buggy, met de rietvelden en waterpartijen binnen handbereik en een bezoekerscentrum als startpunt.
Toegang is gratis en het pad is het hele jaar begaanbaar. Juist die toegankelijkheid maakt het de eerste natuurervaring voor gezinnen en de vaste ronde voor wie minder mobiel is. Reken op anderhalf uur met een stop in een kijkhut; reigers en ijsvogels trekken zich van het asfalt niets aan.
Praktisch voor fietsen en wandelen in Oost-Vlaanderen
De knooppuntennetwerken dekken de hele provincie en de startpunten hebben vrijwel overal gratis parkeren; de treinstations van Gent, Lokeren, Dendermonde en Wetteren liggen op fietsafstand van deze gebieden. De veerpontjes over de Schelde varen in het seizoen dagelijks, doorgaans van negen tot zes, en zijn gratis of kosten enkele tientallen centen.
Let op: de meersen zijn in de natte maanden echt nat, dus van oktober tot april horen laarzen of hoge schoenen bij de uitrusting. De cafés op de dijken sluiten doorgaans op maandag. Wie kasseien wil, rijdt naar de Vlaamse Ardennen, waar de Koppenberg en de Paterberg op 30 kilometer van Gent liggen.
De beste reistijd voor fietsen en wandelen in Oost-Vlaanderen
Mei en juni geven de meersen hun bloei en de oevers hun groenste kant, met 16 tot 24 graden; september en oktober kleuren de bossen en brengen de trekvogels. De winter is hier verrassend sterk: als de meersen vollopen, tellen de kijkhutten duizenden vogels.
De zomer is fiets- en terrastijd, met de ochtenden voor tienen voor de reservaten en de middagen voor de dijkcafés. De gebieden zijn het hele jaar gratis toegankelijk; alleen het waterpeil bepaalt de schoenkeuze.