Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
De heuvel op het slagveld is gemaakt van het slagveld zelf
Foto: Neda Kekil / Pexels
Voor het monument bij Waterloo is volgens de beheerder in de jaren twintig van de negentiende eeuw grond afgegraven van het terrein waar op 18 juni 1815 werd gevochten, en tot een kegel opgeworpen. Daardoor ligt het landschap er anders bij dan tijdens de slag, waarin Napoleon het aflegde tegen de troepen van Wellington en de Pruisen van Blücher.
Dat is het eerste wat je moet weten als je er staat. Dit artikel behandelt het slagveld en de andere plekken in Waals-Brabant, met entreeprijzen, openingstijden en afstanden.
Naar de Leeuw op de Butte du Lion gaan 226 treden
Op de kunstmatige heuvel van ruim veertig meter, de Butte du Lion, staat sinds 1826 een gietijzeren leeuw op een sokkel. Je komt er via een trap van 226 treden, en van boven overzie je het hele slagveld.
Een combinatiekaart met het ondergrondse museum kost 20 tot 25 euro en kinderen betalen minder. Het is dagelijks open, met kortere tijden in de winter; reken op drie uur voor heuvel en museum samen. Op de trap is geen schaduw en bij wind staat het boven behoorlijk koud, dus neem een jas mee ook op een zomerse dag.
Het museum ligt onder de grond
Bij de heuvel is in 2015 een ondergronds bezoekerscentrum geopend dat de slag vanuit meerdere kanten vertelt, met uniformen, wapens en films. Ernaast staat een rond gebouw uit 1912 met een geschilderd panorama van 110 meter omtrek, waarop de ruiteraanval is afgebeeld.
Beide zitten in hetzelfde kaartje. Op ongeveer een kilometer ligt de hoeve van Hougoumont, die tijdens de slag urenlang werd verdedigd en die in 2015 is gerestaureerd; die is apart of met een uitgebreider kaartje te bezoeken en kost een uur extra. In het dorp Waterloo zelf staat het huis waar Wellington zijn hoofdkwartier had, nu een museum voor rond de 8 euro.
De abdij van Villers-la-Ville dateert uit 1146
Twintig kilometer zuidelijker liggen de resten van de cisterciënzerabdij van Villers-la-Ville uit 1146, met een kerk zonder dak, een kloostergang en een molen. Het complex beslaat enkele hectaren en was in zijn bloeitijd een van de grootste van de Lage Landen.
Entree kost rond de 10 euro en het is dagelijks open, met kortere tijden in de winter; reken op anderhalf uur. In de zomer worden er in de ruïne toneelvoorstellingen en concerten gehouden, met kaarten van 20 tot 45 euro die los te koop zijn.
Louvain-la-Neuve is pas in 1971 gebouwd
Foto: Alex Vasey / Unsplash
Na de splitsing van de Université catholique de Louvain werd hier vanaf 1968 een compleet nieuwe stad gebouwd, die in 1971 de eerste studenten kreeg. Het centrum is autovrij omdat het op een betonnen dek ligt, met de wegen, parkeergarages en het station eronder.
Rondlopen is gratis. Dat dek is de reden dat je er nergens verkeer tegenkomt terwijl er wel duizenden auto's staan. Er zijn winkels, terrassen en een meer aan de rand, en met de trein ben je er vanuit Brussel in een klein uur.
In dezelfde stad staat het Hergé Museum
Sinds 2009 staat in Louvain-la-Neuve een museum gewijd aan Hergé, pseudoniem van Georges Remi, de tekenaar van de Kuifje-strips, in een gebouw met scheve wanden en gekleurde vlakken van de Franse architect Christian de Portzamparc.
Entree kost rond de 12 euro en het museum is van dinsdag tot zondag open; reken op twee uur. Let op dat fotograferen binnen niet is toegestaan en dat daarop wordt gelet. Voor kinderen werkt het vanaf een jaar of acht, want het gaat vooral over het maakproces en niet over de avonturen zelf.
De Sint-Gertrudiskerk in Nijvel is elfde-eeuws en herbouwd
In Nijvel in het westen van de provincie staat aan de Grote Markt de Sint-Gertrudiskerk, een romaanse kerk uit de elfde eeuw met twee koren, een van de grootste van haar soort in de Lage Landen. Ze werd in mei 1940 door brand verwoest en is daarna decennialang hersteld.
Toegang tot de kerk is gratis; voor de crypte en de rondleiding betaal je enkele euro's. Reken op een uur. Wat je ziet is dus deels reconstructie: de opbouw en de plattegrond zijn origineel, veel van het beeldhouwwerk niet.
Wat vaak bij deze provincie wordt genoemd, ligt er net buiten
Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren, dat regelmatig in dit rijtje opduikt, ligt in Vlaams-Brabant en niet in deze provincie; vanaf het slagveld rijd je er in ongeveer een half uur naartoe, en het arboretum met exotische bomen ligt ernaast.
Binnen de provincie zelf ligt bij Wavre wel een groot attractiepark, dat in 1975 opende en dat met achtbanen en een waterpark een volledige dag vult; een dagkaart kost 40 tot 50 euro en online boeken scheelt. Dat is de bruikbaarste optie als je met kinderen reist en de geschiedenis hebt gehad.
Praktisch
Het slagveld ligt op ongeveer 20 kilometer van Brussel; met de trein en een bus ben je er in drie kwartier, met de auto in een half uur. Vanuit Nederland rijd je in twee tot drie uur. België betaalt met de euro en in het zuiden van deze provincie wordt Frans gesproken, terwijl je in de toeristische plekken ook met Nederlands of Engels terechtkunt.
April tot oktober geeft 13 tot 24 graden. Rond 18 juni worden er op het slagveld herdenkingen gehouden, en elke vijf jaar een grote naspeling met duizenden deelnemers; dan zijn kaarten maanden vooruit uitverkocht en zijn de wegen eromheen afgesloten.