Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Waals-Brabant is glooiend fiets- en wandelland onder Brussel
Foto: Neda Kekil / Pexels
Waals-Brabant is de overgang tussen Brussel en de Ardennen: golvende akkers, abdijruïnes, het slagveld van Waterloo en kasteelparken vol beuken. De RAVeL-paden over opgebroken spoorlijnen maken het vlak fietsland, met hellingen van hooguit honderd meter.
Geen enkel doel ligt meer dan 30 kilometer van een ander. Dit artikel zet de routes op een rij, van de oude lijn 141 tot het Hallerbos, met afstanden, prijzen en seizoenen.
Naar Villers-la-Ville fiets je over de oude spoorlijn
De abdij van Villers-la-Ville, in 1146 gesticht, is de grootste abdijruïne van het land: gotische bogen zonder dak, een kruidentuin en terrassen tegen de helling. Entree ligt volgens de abdij rond de 10 tot 13 euro en het terrein is dagelijks open.
De fietsroute erheen is de helft van het plezier: de RAVeL-lijn 141 volgt het oude spoortracé door de vallei, zo'n 14 kilometer autoluw asfalt met de ruïne als eindbeeld. Reken op een uur fietsen en twee uur voor de abdij. Kom doordeweeks, want in het weekend stoppen er touringcars.
Waterloo draait om één heuvel en één datum
Op 18 juni 1815 werd hier de veldslag uitgevochten die Europa hertekende, en de Leeuw van Waterloo uit 1826 staat op een kunstmatige heuvel van 226 treden boven de akkers. Het ondergrondse Mémorial vertelt de slag; reken op zo'n 20 euro voor het volledige bezoek en drie uur tijd.
Fietsers rijden de slagveldroute van ongeveer 15 kilometer langs de hoeves die als veldhospitaal en hoofdkwartier dienstdeden, waaronder Hougoumont en Mont-Saint-Jean; in het dorp zit het Wellington Museum in de herberg waar de hertog zijn hoofdkwartier had. De akkers zijn gewoon in gebruik, en juist die nuchterheid maakt de plek sterker dan menig museum.
Het Zoniënwoud is de beukenkathedraal aan de noordrand
Foto: ZHRØ / Pexels
Op de noordrand leunt de provincie tegen het Zoniënwoud: zo'n 4.400 hectare hoog opgaand beukenbos, waarvan een deel sinds 2017 op de werelderfgoedlijst van oude Europese beukenbossen staat. De rechte stammen van ruim veertig meter leverden het bos zijn bijnaam op.
De wandelrondes vanaf de bosranden tellen 5 tot 15 kilometer en honden mogen aangelijnd mee. Toegang is gratis. Het bos is op zijn mooist in de vroege ochtendmist en eind oktober, wanneer het beukengoud op zijn zwaarst hangt.
La Hulpe en Genval zijn samen een halve dag
Foto: Emmanuel Codden / Pexels
Het domein Solvay bij La Hulpe is het grootste park van de streek: ruim 220 hectare gazons, vijvers en rododendrons rond een negentiende-eeuws kasteel, gratis toegankelijk van zonsopgang tot zonsondergang. In de oude hoeve zit de Fondation Folon met het werk van tekenaar Jean-Michel Folon, entree 12 tot 16 euro.
Het meer van Genval bij Rixensart ernaast heeft villa's met torentjes uit de belle époque, een wandelronde van 2 tot 3 kilometer, terrassen aan het water en roeibootjes in het seizoen voor 10 tot 20 euro per uur. Tussen beide is het vier kilometer fietsen.
Nijvel en Louvain-la-Neuve zijn de twee stadsgezichten
Nijvel draagt de oudste stenen: de romaanse collegiale Sinte-Gertrudis uit de elfde eeuw, met een westbouw als een burcht, staat aan de Grote Markt. De fietsroutes de heuvels in beginnen pal achter het koor. Let op: de streekspecialiteit tarte al djote is niet zoet maar hartig, gevuld met snijbiet en oude kaas.
Louvain-la-Neuve is het tegendeel: een universiteitsstad die pas vanaf 1971 uit de akkers werd getekend, volledig voetgangersgebied op een betonplaat met het verkeer eronder. Het Musée Hergé, sinds 2009 gewijd aan de tekenaar van Kuifje, vraagt rond de 12 euro entree.
De hyacinten en de boomgaarden kleuren de seizoenen
Net over de taalgrens bij Halle kleurt het Hallerbos elk jaar in de tweede helft van april twee weken paarsblauw van de wilde hyacinten; vanuit het westen van Waals-Brabant is dat een fietstocht van minder dan een uur. Kom op een doordeweekse ochtend, want in die weken is parkeren bij het bos verboden en rijdt er een pendelbus.
De eigen kleuren liggen oostelijk: rond Jodoigne bloeien de boomgaarden in april en staan de fruitstalletjes vanaf augustus vol appels en peren. De landbouwwegen erdoorheen zijn vrijwel autoloos; dit is het stilste fietskwart van de provincie, met lussen van 25 tot 45 kilometer.
Praktisch en wanneer
De RAVeL-paden en de knooppunten maken het fietsen vlak en veilig; huurfietsen met trapondersteuning kosten in de grotere plaatsen vanaf zo'n 25 euro per dag, en de stations van Waterloo, Nijvel, Waver en Ottignies knopen de routes aan Brussel vast, met reistijden van 25 tot 40 minuten.
April en mei geven bloesem en hyacinten, september en oktober oogst en beukengoud; dat zijn de topmaanden, met 14 tot 22 graden. Let op: de zondagen rond Waterloo en Villers-la-Ville zijn druk, dus kom doordeweeks, en een regenjas hoort hier het hele jaar in de tas.