Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Bosnië en Herzegovina is twee reizen in één land
Bosnië en Herzegovina is voor Nederlandse begrippen dichtbij en toch onbekend, en het land bestaat uit twee werelden: het groene, bergachtige Bosnië rond Sarajevo, en het kalkstenen, mediterrane Herzegovina rond Mostar, waar de Neretva turquoise kleurt en de zomers heet zijn. Daartussen ligt hooguit twee uur rijden.
Wat beide delen delen is het prijspeil, een van de laagste van Europa, en een geschiedenis die overal zichtbaar is, van Ottomaanse bruggen tot de littekens van de oorlog van de jaren negentig. Dit artikel zet de hoofdzaken op een rij, met prijzen, afstanden en de eerlijke kanttekeningen.
Sarajevo is het verplichte begin
De hoofdstad ligt in een dal op ruim vijfhonderd meter en stapelt drie tijdlagen: de Ottomaanse bazaarwijk Baščaršija uit de vijftiende eeuw met de Sebilj-fontein en de Gazi Husrev-beg-moskee uit 1531, de Oostenrijks-Hongaarse binnenstad met de Latijnse Brug waar op 28 juni 1914 Franz Ferdinand werd doodgeschoten, en de sporen van het beleg van 1992 tot 1996. De kabelbaan naar de berg Trebević kost 30 mark retour en de Tunnel of Hope bij het vliegveld 20 mark.
Reken op twee tot drie dagen. Eten is goedkoop en goed: ćevapi in somun voor 7 tot 8 mark per halve portie en Bosnische koffie voor 1 à 2 euro. Let op: bij windstil winterweer houdt het dal smog vast; de olympische bergen Jahorina en Bjelašnica uit 1984 zijn dan de uitwijk.
De Stari Most van Mostar is het beroemdste beeld van het land
De Stari Most, in 1566 voltooid in opdracht van Süleyman de Grote, overspant de Neretva op 24 meter hoogte en stond 427 jaar, tot hij op 9 november 1993 werd stukgeschoten. De herbouwde brug, geopend op 23 juli 2004, staat met de oude stad en de koperslagersstraat Kujundžiluk op de werelderfgoedlijst.
De brugspringers van de plaatselijke duikclub springen in het seizoen dagelijks tussen elf en drie, na het ophalen van voldoende fooi; het springen is sinds 1664 gedocumenteerd en levensgevaarlijk voor ongetrainden, met water van 10 tot 14 graden. Vanaf de minaret van de Koski Mehmed-Pasha-moskee kijk je op de brug uit voor een paar mark. Kom voor tien uur of na vijf uur, want midden op de dag lopen de dagtochten uit Kroatië de oude stad vol.
Kravica en Blagaj zijn de uitstapjes van Herzegovina
Op een half uur rijden van Mostar liggen de twee natuuruitjes van het zuiden. De Kravica-watervallen storten in de Trebižat in een wijde boog in een groen meer waarin gezwommen mag worden; de entree is 20 mark, zo'n 10 euro, en parkeren kost 3 mark per uur. In juli en augustus is het er vanaf de late ochtend vol; wie om negen uur komt heeft het meer bijna voor zichzelf.
Blagaj is het contrast: aan de voet van een klif van zo'n 200 meter borrelt de Buna op, een van de krachtigste karstbronnen van Europa, met ernaast een derwisjenklooster uit omstreeks 1520. De entree van de tekke is zo'n 3 euro en het bronwater blijft het hele jaar rond de 9 graden. In Stolac verderop ligt de necropolis van Radimlja, met middeleeuwse grafstenen die sinds 2016 werelderfgoed zijn, en onderweg passeer je het vestingstadje Počitelj.
Het noordwesten heeft de Una, de mooiste rivier van het land
In de verre noordwesthoek, rond Bihać, beschermt het Nationaal Park Una een rivier die in terrassen en watervallen naar beneden komt, met Štrbački buk als grootste val. De entree per sectie is volgens de parktarieven 3 tot 7 mark, omgerekend hooguit 3,50 euro, en de Una is het raftingwater van het land.
De Una ligt niet op de route tussen Sarajevo en Mostar en vraagt dus een eigen dag of twee; vanaf Bihać is Zagreb met zo'n 160 kilometer dichterbij dan Sarajevo met ruim 300. Onderweg liggen Jajce, waar de Pliva midden in de stad ruim twintig meter naar beneden valt, en Travnik met zijn vesting; Banja Luka is de tweede stad van het land.
De bergen zijn het onbekendste deel
In het zuidoosten ligt het Nationaal Park Sutjeska met het Perućica-oerbos, een van de laatste van Europa, en de Maglić die met 2.386 meter de hoogste berg van het land is; aan zijn voet ligt het Trnovačko-meer. Toegang tot het park kost enkele mark en rafting op de Tara wordt vanuit Foča georganiseerd.
Dichter bij Sarajevo ligt op de Bjelašnica het dorp Lukomir, met 1.469 meter het hoogste bewoonde dorp van het land, bereikbaar over een onverharde weg die in de winter dicht ligt. In Konjic, halverwege Sarajevo en Mostar, staat de Ottomaanse brug en even buiten de stad Tito's atoombunker uit de Koude Oorlog, te bezoeken met een gids voor rond de 20 mark.
Reizen door het land is goedkoop maar traag
Bosnië rekent in de konvertibilna marka met een vaste koers van 1,95583 mark per euro; delen door twee geeft de europrijs. Een volwaardige maaltijd kost 8 tot 12 euro, een nacht in een middenklasse-onderkomen ligt ver onder West-Europees niveau en de entrees zijn overal enkele euro's.
De keerzijde is het vervoer. Treinen zijn er nauwelijks, bussen zijn goedkoop maar traag en de wegen slingeren: Sarajevo naar Mostar is 130 kilometer maar kost ruim twee uur. Een huurauto is voor wie het land wil zien de logische keuze. Let op: veel kassa's, van de tunnel tot de watervallen, nemen alleen contant geld aan.
De oorlog is zichtbaar, en dat hoort erbij
Wie door het land reist ziet de oorlog van 1992 tot 1996 nog overal: kogelgaten in gevels, ruïnes tussen nieuwbouw en begraafplaatsen met witte stèles uit dezelfde jaren. Dat is geen reden om weg te blijven maar iets om op voorbereid te zijn; in Sarajevo zijn de Tunnel of Hope en het War Childhood Museum, entree 10 mark, de indrukwekkendste adressen.
Eén praktische waarschuwing hoort erbij: verlaat in de bergen de gemarkeerde paden en wegen niet. Het land is grotendeels geruimd, maar in afgelegen gebied liggen nog mijnenvelden uit de oorlog, aangegeven met borden en linten. Op de paden en bij de attracties speelt dit geen enkele rol.
Wanneer je gaat
Mei, juni en september zijn de beste maanden voor het hele land: 20 tot 28 graden, de rivieren op hun mooist en de drukte beperkt. In juli en augustus is Herzegovina heet, geregeld boven de 35 graden rond Mostar; het zwemwater bij Kravica en de koelte van Sarajevo op vijfhonderd meter zijn dan de uitwijk.
De winter deelt het land in tweeën: rond Sarajevo wordt geskied op Jahorina en Bjelašnica, terwijl Herzegovina zacht maar winderig is. Half augustus is Sarajevo een week vol rond het filmfestival, het grootste van Zuidoost-Europa. Wie de brugspringers van Mostar wil zien, komt tussen mei en oktober; buiten het seizoen springt er niemand voor de leegte.