Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Eén stad, twee gezichten, op loopafstand van elkaar
Sarajevo is een van de weinige steden waar je de overgang tussen twee werelden letterlijk op straat kunt aanwijzen. In de voetgangersstraat Ferhadija ligt sinds 2014 een markering in het plaveisel, Sarajevo Meeting of Cultures, met aan de ene kant de Ottomaanse bazaar en aan de andere kant de Oostenrijks-Hongaarse winkelstraat. Ga erop staan en kijk twee kanten op: oostwaarts houten daken en minaretten, westwaarts gevels die zo uit Wenen komen.
Dat maakt wandelen hier de beste manier om de stad te begrijpen. De historische kern is compact, vrijwel alles ligt binnen twee kilometer, en het enige serieuze klimwerk zit in de route naar de oude stadsmuren. Dit artikel beschrijft de logische volgorde, met tijden, prijzen en het klimwerk erbij.
Begin bij de Sebilj en loop de ambachtsstegen door
Het klassieke startpunt is de Sebilj, het houten fonteintje uit de Ottomaanse tijd op het duivenplein van de bazaarwijk Baščaršija, die zelf uit de vijftiende eeuw stamt. De wijk is nog altijd naar ambacht ingedeeld; in de Kazandžiluk-steeg hameren de kopersmeden de kannetjes en koffiesetjes die je overal in de stad terugziet.
Neem hier de tijd voordat je verder loopt, want dit is het dichtst bebouwde stuk van de route. Let op: tussen elf en drie staat de wijk vol dagjesmensen; wie om een uur of negen begint, heeft de stegen nog leeg en het licht laag.
De Gazi Husrev-beg-moskee is het Ottomaanse hoogtepunt
Midden in de bazaar staat de Gazi Husrev-beg-moskee, voltooid in 1531 en het belangrijkste Ottomaanse bouwwerk van het land. Het complex eromheen hoort erbij: de overdekte bazaar, de madrassa en de klokkentoren die als een van de weinige ter wereld de tijd naar maanstand aangeeft.
Bezoekers zijn buiten de gebedstijden welkom tegen een kleine entree, met bedekte schouders en knieën; doeken zijn er te leen. Reken op een halfuur. Let op: rond het vrijdagmiddaggebed is de moskee dicht voor bezichtiging, dus plan de route er dan omheen in plaats van te wachten.
Binnen vijfhonderd meter staan vier godshuizen van vier religies
Vanaf de moskee passeer je in een kwartier lopen de oude orthodoxe kerk van de Heilige Aartsengelen Michaël en Gabriël, de katholieke Katedrala Srca Isusova uit 1889 en de Ashkenazi-synagoge aan de Miljacka; binnen een straal van zo'n vijfhonderd meter staan de godshuizen van vier religies. Die dichtheid is de reden dat Sarajevo het Jeruzalem van Europa wordt genoemd, en te voet is het geen claim maar een route.
Het museum bij de oude orthodoxe kerk heeft een van de rijkste iconenverzamelingen van de Balkan, met entree van enkele mark. Houd er rekening mee dat elk godshuis eigen tijden en regels heeft; wie alle vier van binnen wil zien, trekt er een halve dag voor uit.
De Vijećnica is het mooiste en zwaarste gebouw van de route
Aan de rivier, vijf minuten van de bazaar, staat de Vijećnica, het pseudo-Moorse stadhuis dat op 20 april 1896 openging als pronkstuk van het Oostenrijks-Hongaarse bestuur. Na de Tweede Wereldoorlog werd het de nationale bibliotheek, en in de nacht van 25 op 26 augustus 1992 brandde het uit onder beschietingen; volgens de bibliotheek ging ongeveer negentig procent van de collectie verloren. Na bijna twee decennia herbouw ging het op 9 mei 2014 weer open.
De entree is 10 mark, zo'n 5 euro, en de kleurige zuilenhal is dat geld waard; neem de tentoonstelling in de kelder mee, die de brand en de herbouw behandelt. Reken op een uur. Aan de overkant van de Miljacka staat de Inat kuća, het koppige huis dat steen voor steen werd verplaatst omdat de eigenaar zijn grond niet wilde afstaan.
Bij de Latijnse brug begon de twintigste eeuw
Schuin tegenover de Vijećnica ligt de Latijnse brug, een Ottomaanse boogbrug over de Miljacka. Op de hoek ervan werd op 28 juni 1914 de Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand doodgeschoten door Gavrilo Princip, het schot dat de Eerste Wereldoorlog inleidde. Het museum op de hoek behandelt Sarajevo onder Oostenrijks-Hongaars bestuur en de aanslag zelf, voor een paar mark.
Verwacht geen groot gedenkteken; er is een plaquette en een klein museum, en juist die nuchterheid past bij de plek. Wie hier langer wil stilstaan, doet dat het best vroeg op de dag, voordat de tourgroepen in golven aankomen.
De klim naar de Gele Bastion is het uitzichtpunt van de stad
Vanaf de bazaar klim je door de oude wijk Vratnik naar de Žuta tabija, de Gele Bastion, onderdeel van de achttiende-eeuwse stadsommuring. De wandeling omhoog duurt vijftien tot twintig minuten, deels over trappen, naar een punt dat zo'n honderd meter boven de bazaar ligt; de toegang is gratis. Onderweg passeer je de begraafplaats Kovači, waar Alija Izetbegović ligt.
Boven ligt de hele stad in het dal aan je voeten, en dit is waar Sarajevo zelf de zonsondergang komt kijken; in de ramadan wordt hier bij zonsondergang het kanonschot gelost dat het vasten breekt. Neem iets te drinken mee. Let op: rond zonsondergang is het er druk, een uur eerder heb je het terras van de stad vrijwel alleen.
Doorlopen naar de Witte Vesting is het echte muurwerk
Wie verder wil, loopt vanaf de Gele Bastion in nog eens twintig tot dertig minuten door naar de Bijela tabija, de Witte Vesting, het hoger gelegen fort op de rots boven de oostelijke stadsingang. Onderweg passeer je de resten van de ommuring van Vratnik, gebouwd in de eerste helft van de achttiende eeuw na de Oostenrijkse inval van 1697.
De vesting zelf is een ruïne met vrij zicht over het dal en de bergen, en de stilte boven is het grootste contrast met de bazaar beneden. Let op het schoeisel: het laatste stuk is steil en onverhard, en na regen glad. Terug naar beneden is het een halfuur dalen naar de Sebilj.
De littekens horen bij de route
Wie door Sarajevo loopt, loopt ook door het beleg van 5 april 1992 tot 29 februari 1996, bijna vier jaar waarin de stad vanaf de omringende bergen werd beschoten. In het asfalt liggen op tientallen plekken de rozen van Sarajevo: granaatinslagen die met rood hars zijn gevuld op plaatsen waar doden vielen.
Ze zijn onderdeel van de openbare ruimte en geen attractie, en dat bepaalt de omgang: erbij stilstaan is passend, erop poseren niet. Wie de context wil, neemt het War Childhood Museum op in de route, dagelijks open van elf tot zeven voor 10 mark entree.
Praktisch lopen in Sarajevo
De hele beschreven route, van de Sebilj via de Vijećnica en de Latijnse brug naar de Gele Bastion en terug, is ongeveer vijf kilometer en kost met bezichtigingen een dag; zonder binnenbezoeken is het een ochtend. Het centrum is vlak, al het klimwerk zit in het laatste deel. Wie hoogte zonder klim wil, neemt de lift van de Avaz Twist Tower, met 176 meter het hoogste gebouw van het land, voor een paar mark.
Draag schoenen met grip, want de bazaar ligt op gladde keien en de klim naar de muren is deels onverhard. Contant geld in marken is nodig voor de kleine entrees; de koers ligt vast op 1,95583 mark per euro. In juli en augustus loopt het kwik overdag geregeld boven de dertig graden en is de ochtend het beste wandelvenster.
Wanneer je gaat
April tot en met juni en september tot en met oktober zijn de wandelmaanden, met overdag 15 tot 27 graden en de bergen groen of herfstkleurig. De klim naar de bastions is dan op zijn prettigst.
In de winter kan het dal bij windstil weer smog vasthouden en zijn de uitzichtpunten grauw; sneeuw maakt de trappen naar Vratnik bovendien glad. Half augustus is de stad een week vol rond het filmfestival, het grootste van Zuidoost-Europa, en dan is vroeg boeken het verschil tussen een onderkomen in het centrum of erbuiten.