Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Drie stadslagen in één dal
Sarajevo ligt in een langgerekt dal op ruim vijfhonderd meter, met de bergen er direct bovenop, en de stad zelf bestaat uit drie leesbare lagen. De Ottomaanse bazaar uit de vijftiende eeuw, de Oostenrijks-Hongaarse binnenstad die er vanaf 1878 tegenaan werd gebouwd, en de littekens van het beleg van 1992 tot 1996. Alles op loopafstand, en dat is de kracht van de stad.
Dit artikel zet de hoofdzaken op een rij: de bazaar, de geschiedenis, de bergen en de musea, met prijzen en tijden erbij. Wie drie dagen heeft, kan het allemaal doen; wie er één heeft, leest hieronder wat voorrang verdient.
Baščaršija is het hart, en het werkt nog
De bazaarwijk Baščaršija stamt uit de vijftiende eeuw en is nog altijd naar ambacht ingedeeld, met de kopersmeden in de Kazandžiluk-steeg en het houten Sebilj-fonteintje op het duivenplein als middelpunt. Midden in de wijk staat de Gazi Husrev-beg-moskee, voltooid in 1531 en het belangrijkste Ottomaanse gebouw van het land.
Koop hier de koperen koffiesetjes waar de wijk om bekendstaat bij de smeden zelf; wat in de souvenirrekken hangt, komt lang niet altijd uit de steeg ernaast. Houd er rekening mee dat de wijk tussen 11.00 en 15.00 uur vol dagjesmensen staat; vroeg in de ochtend heeft u de stegen voor uzelf.
Aan de Latijnse brug begon de Eerste Wereldoorlog
Vijf minuten van de bazaar, aan de rivier de Miljacka, ligt de Latijnse brug. Op de hoek werd op 28 juni 1914 troonopvolger Franz Ferdinand doodgeschoten, het schot waarmee de Eerste Wereldoorlog begon; een plaquette en een klein museum markeren de plek.
Schuin ertegenover staat de Vijećnica, het pseudo-Moorse stadhuis uit 1896 dat in de nacht van 25 op 26 augustus 1992 uitbrandde als nationale bibliotheek, waarbij volgens de bibliotheek zo'n negentig procent van de collectie verloren ging. Sinds de heropening op 9 mei 2014 is het voor 10 mark te bezoeken, en de zuilenhal alleen al is dat waard.
De Tunnel of Hope is het indrukwekkendste oorlogsverhaal
Tijdens het beleg van 5 april 1992 tot 29 februari 1996, langer dan het beleg van Leningrad, was een tunnel onder de startbaan van het vliegveld de enige verbinding met de buitenwereld. Het bewaarde stuk is nu een museum waar je gebukt door het originele tracé loopt.
De entree is 20 mark, scholieren en studenten betalen 8 mark. Van april tot en met oktober is het open van 8.30 tot 17.30 uur, in de winter van 9.00 tot 16.00 uur, en er wordt alleen contant in marken afgerekend. Het museum ligt aan de rand van de stad; reken met taxi of tram plus wandeling op een dagdeel.
De kabelbaan brengt de bergen op tien minuten afstand
Vanaf de rand van de oude stad zweeft de kabelbaan in ongeveer tien minuten naar de flank van de Trebević, boven de duizend meter. De baan stamt uit 1959 en draait sinds de herbouw van 2018 weer; een retour kost 30 mark voor buitenlandse bezoekers.
Boven liggen wandelpaden, terrassen en het uitzicht over het hele dal. De baan draait doorgaans van 9.00 tot 17.00 uur, in de zomer langer, maar valt op maandagochtend geregeld uit voor onderhoud. Wie de laatste afdaling mist, wandelt anderhalf tot twee uur terug naar beneden.
De olympische bobsleebaan is de vreemdste wandeling van Europa
Sarajevo organiseerde in 1984 de Olympische Winterspelen, en de betonnen bobslee- en rodelbaan uit 1982 ligt nog altijd in het bos op de Trebević. In de oorlog was het een stelling, nu is het een vrij toegankelijke wandelbaan vol graffiti; de toegang kost niets en vanaf het bergstation van de kabelbaan is het een korte wandeling.
Door de bochten en de tunnel van een echte olympische baan lopen is voor jong en oud het onverwachte hoogtepunt van de stad. Let op dat het beton stellenwijs glad en gebrokkeld is en dat er geen toezicht is; stevige schoenen zijn geen overbodige luxe.
In het Nationaal Museum ligt een handschrift van onschatbare waarde
Het Nationaal Museum, de Zemaljski muzej uit 1888, bewaart de Sarajevo Haggadah, een verlucht joods handschrift dat rond 1350 in Barcelona ontstond en via omzwervingen in Bosnië belandde. Het overleefde de Tweede Wereldoorlog doordat medewerkers het voor de bezetter verborgen, en het beleg in een kluis.
Het museum is van dinsdag tot en met vrijdag open van 10.00 tot 19.00 uur en in het weekend tot 18.00 uur; maandag is het dicht. De entree is 20 mark, kinderen en studenten betalen 2 mark. De originele Haggadah is alleen op afspraak met een conservator te zien en dat moet minstens drie dagen vooraf; in de vaste opstelling hangt een facsimile.
Voor het moderne uitzicht is er de Avaz-toren
Wie de stad van bovenaf wil zien zonder berg, neemt de lift in de Avaz Twist Tower, de gedraaide kantoortoren van 175 meter aan de westkant van het centrum. Het uitzichtplatform op de 36ste verdieping kost 5 mark en kijkt 360 graden over het dal en de bergen.
Een verdieping lager zit een café waar de koffie weinig meer kost dan beneden, met hetzelfde uitzicht achter glas. Dat is bij regen of vrieskou de betere keuze, en het bespaart de entree; houd er rekening mee dat het rond zonsondergang vol zit.
De wijken op de hellingen vertellen de rest van het verhaal
Boven de bazaar klimmen de woonwijken Bistrik, Vratnik en Bjelave tegen de hellingen op, met smalle straten en huizen die na de oorlog opnieuw zijn opgebouwd. Bij Vratnik staat de Gele Bastion op ongeveer 700 meter hoogte, een vestingrest uit de achttiende eeuw waar de stad zich 's avonds verzamelt en waar tijdens de ramadan het kanon het einde van de vastendag aangeeft. Onder de wallen ligt de begraafplaats Kovači met de graven van de gevallenen uit de jaren negentig. Het is vanaf de bazaar een klim van rond de tien minuten en de toegang is overal vrij.
Op de hoofdstraat komen vier gebedshuizen samen
De Ferhadija loopt van de Ottomaanse bazaar naar de Habsburgse gevels van de negentiende eeuw, met halverwege het punt waar de moskee van Gazi Husrev-beg uit 1531, de orthodoxe kathedraal uit 1868, de katholieke kathedraal uit 1889 en de synagoge binnen een paar honderd meter van elkaar staan. In de bazaar staat de Sebilj, de houten waterfontein uit 1891 die het beeldmerk van de stad is. De Vijećnica, het stadhuis in Moorse stijl uit 1896, brandde in 1992 met de nationale bibliotheek af en ging na de restauratie in 2014 weer open, nu als museum en concertzaal.
Eten en drinken hoort bij het programma
De stad eet Ottomaans: ćevapi in somun voor 7 tot 8 mark per halve portie, pita uit de bakplaat voor 1,50 tot 2,50 euro per stuk, en Bosnische koffie uit de koperen džezva voor 1 à 2 euro, met lokum erbij. De zaken die maar één ding maken zijn steevast de beste.
Bosnië rekent in de konvertibilna marka, met een vaste koers van 1,95583 mark per euro; delen door twee geeft de europrijs. Houd er rekening mee dat kleine zaken en kassa's alleen contant geld aannemen; een pinstop per dag voorkomt gedoe.
Drie dagen is de goede maat
Dag één is voor de bazaar, de moskee, de Vijećnica en de Latijnse brug, allemaal binnen één kilometer. Dag twee voor de berg: kabelbaan omhoog, bobsleebaan, wandelen en boven eten. Dag drie voor de Tunnel of Hope en een museum naar keuze, van het Nationaal Museum tot het War Childhood Museum, dat dagelijks van 11.00 tot 19.00 uur open is en 10 mark kost.
Wie maar één dag heeft, doet de bazaar te voet en de berg met de kabelbaan, en laat de musea voor een volgende keer. De stad is compact genoeg om dat zonder haast te halen, en goedkoop genoeg om er weinig voor te hoeven plannen.
Wanneer je gaat
Mei, juni en september geven met 20 tot 27 graden overdag het beste stadsweer, en de bergflanken zijn dan groen. In juli en augustus loopt het dal geregeld boven de dertig graden en is de berg de uitwijk; half augustus is de stad bovendien een week vol rond het filmfestival, het grootste van Zuidoost-Europa.
De winter heeft twee gezichten. Bij helder vriesweer is de combinatie sneeuw op de bergen en kabelbaan op zijn mooist, maar bij windstil weer houdt het dal smog vast en wordt de stad grauw. Wie dan komt, plant de bergdagen op de heldere dagen en de musea op de grauwe.