Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Wandelen in het Allgäu is kiezen tussen wei en wand
Foto: Edwin Dingjan / Unsplash
Het Allgäu wandelt op twee niveaus: de zachte voorbergen met almen, meertjes en kaasstops, en de Allgäuer Hochalpen rond Oberstdorf, waar de paden boven de 2.000 meter klimmen. Beide horen bij dezelfde vakantie; de kunst is per dag het juiste niveau te kiezen.
Dit artikel zet de routes op een rij, van kinderwagenvlak tot kamtocht, met de kabelbanen als grote gelijkmakers en met prijzen, afstanden en hoogtes erbij.
De Nebelhorn opent de hooggebergtewereld
De Nebelhornbahn vanuit Oberstdorf naar 2.224 meter is de snelste route naar het grote werk: vanaf het topstation lopen paden langs de graat, met een uitzicht dat op heldere dagen honderden toppen telt, waaronder de Mädelegabel van 2.645 meter, de Trettachspitze en de Hochvogel. De klassieker is de afdaling langs het Seealpsee-meer naar het middenstation, ongeveer 7 kilometer met 600 hoogtemeters omlaag.
Een bergretour kost volgens de bergbanen al gauw rond de 33 euro, en dat is hier goed besteed, want de baan vervangt een klim van een halve dag. Start voor tien uur, want de middagwolken komen in de bergen vrijwel op schema. Wie meerdaags wil, slaapt in de Rappenseehütte, de grootste berghut van de Duitse Alpenvereniging.
De Fellhorn is de bloemenberg voor genieters
De Fellhorn aan de andere kant van het dal is de zachtere tweeling: brede ruggen die in juni onder de alpenrozen staan, met panoramapaden van 3 tot 6 kilometer tussen het top- en het middenstation die ook voor ongeoefende wandelaars haalbaar zijn. De grens met Oostenrijk loopt over de kam, dus je wandelt zo het Kleinwalsertal in.
Dit is de berg voor de eerste hoogtedag van de week: veel beloning, weinig risico en almen op strategische afstand, waar karnemelk en kaasbrood rond de 5 euro kosten. De combinatie met de buurbaan maakt er desgewenst een volledige overschrijding van.
De Breitachklamm is de wandeling door de rots
Bij Oberstdorf heeft de Breitach zich ruim 100 meter diep door de rots gesneden, en de vlonderpaden voeren dwars door die kloof: druipende wanden, kolkend water en een temperatuur die ook in augustus om een jas vraagt. De entree kost rond de 8 euro, parkeren een paar euro, en de Breitachklamm-route is ongeveer 2,5 kilometer lang.
Loop de kloof voor tien uur of tegen het eind van de middag, want daartussen schuifelen de groepen. In de winter verandert de kloof in een ijslandschap en blijft ze open; dat is de stilste topwandeling van het koude seizoen. De Breitach vormt samen met de Trettach en de Stillach bij Oberstdorf de Iller, die bij Ulm in de Donau uitkomt.
De voorbergen zijn het dagelijkse wandelbrood
Foto: Admir Nakic / Pexels
Tussen de toppen en de meren golft het klassieke Allgäuer boerenland: gemarkeerde rondwandelingen van 5 tot 15 kilometer langs almen, kapelletjes en uitzichtbanken, met de Grote Alpsee bij Immenstadt als vlakke klassieker voor de rustdag. De Mittagberg erboven en de Grünten met de Grüntenhütte zijn de huisbergen van dat gebied, en bij Oberstaufen brengt een kabelbaan je op de Hochgrat.
Dit is ook het terrein van de kaasroutes, wandelingen die sennerijen aaneenrijgen met proeverijen als ingebouwde pauzes. In de Hörnerdörfer, waaronder Bolsterlang, Fischen, Obermaiselstein, Ofterschwang en Balderschwang, en rond Bad Hindelang met Hinterstein en het Imberger Horn liggen tientallen van die rondjes. Veel ervan vallen binnen het Natuurpark Nagelfluhkette.
Praktisch op de Allgäuer paden
Foto: Erik Schereder / Pexels
De markeringen zijn degelijk en de kabelbanen draaien in het zomerseizoen dagelijks, ruwweg van 8.30 tot 16.30 uur; veel gastenkaarten van verblijfsadressen geven korting op bussen en soms op de banen. Bergschoenen zijn boven de middenstations geen overdrijving en een regenlaag hoort het hele jaar in de rugzak.
Let op: het bergweer slaat in de middag om, dus vroeg starten is hier geen sportiviteit maar systeem. De almen zijn de betrouwbare bevoorrading, met de rekening in contanten als vaste gewoonte. Bij Burgberg en langs de Iller liggen de vlakke fietspaden voor een dag zonder klimmen.
Wanneer je gaat
Half juni tot half oktober is het volle wandelseizoen: de sneeuw is dan van de hoge paden en de almen zijn bemand. Juni geeft de bloemen, september en begin oktober het stabielste weer en de veescheidingsfeesten in de dorpen.
Juli en augustus zijn de drukste weken op de banen; wie dan komt wandelt vroeg en brengt de middag bij de meren door. In de winter blijven de kloof, de winterwandelpaden en de panoramabanen open, en is het hooggebergte aan de skiërs en de gidsen.