Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Brandenburg is het waterrijke land rond Berlijn
Foto: János Csatlós / Pexels
Brandenburg omringt Berlijn met ongeveer 3.000 meren, dennenbossen en kastelen, met Potsdam als paleizenstad en de Spreewald als waterdoolhof. Wie stad en natuur in één reis wil, vindt hier de kortste afstanden van Duitsland.
Dit artikel zet de deelstaat op een rij: de paleizen, het merenland, de Spreewald en de praktische kanten van een week, met prijzen, afstanden en openingstijden.
Potsdam is de Pruisische schatkamer
Foto: Patrice Werner / Pexels
De paleizen en parken van Potsdam staan sinds 1990 op de UNESCO-werelderfgoedlijst, met Sanssouci als bekendste: het paleis boven de druiventerrassen dat Frederik de Grote tussen 1745 en 1747 liet bouwen als zomerverblijf, in dezelfde jaren waarin Franse vorsten Versailles uitbreidden. Eromheen liggen kilometers park met fonteinen en bijpaleizen, gratis toegankelijk.
De stad zelf heeft een Nederlandse wijk van ruim 130 rode bakstenen huizen uit de jaren 1730, gebouwd voor ambachtslieden uit de Republiek, en het Museum Barberini, dat sinds de heropening in 2017 impressionisten toont voor rond de 18 euro entree. Potsdam is minstens twee dagen waard; aan de Havel ligt verder het Caputh-paleis, het zomerslot van de keurvorstelijke familie.
De meren zijn de zomerse hoofdattractie
Foto: Tuba Nur Dogan / Pexels
Met ongeveer 3.000 meren is Brandenburg het waterrijkste binnenland van Duitsland: badmeren met strandbaden, zeilrevieren als de Schwielowsee en het Beetzsee-landschap, en stille bosmeren waar de zeearend jaagt. De waterkwaliteit wordt elk seizoen gemeten en is over de brede linie goed.
De vuistregel is dat elke basis een badmeer binnen 10 kilometer heeft, en de mooiste zijn zelden de bekendste. Kano's en roeiboten huur je in de dorpen vanaf 25 euro per dag, en de meren verbinden zich tot routes voor meerdere dagen. Aan de Berlijnse rand liggen de drukke Wannsee en Schlachtensee bij het Grunewald.
De Spreewald is het waterlabyrint
Ten zuidoosten vertakt de Spree zich in de Spreewald, sinds 1991 biosfeerreservaat: honderden kilometers waterlopen tussen hooilanden en elzenbossen, van oudsher bevaren met platte kanen die er nog altijd de post en de bezoekers vervoeren. Lübbenau en Burg zijn de bekendste vertrekplaatsen.
De augurk is er het streekproduct, in tientallen varianten uit de tonnetjes van de dorpen; een tocht met een kaanvaarder van twee uur kost 12 tot 18 euro en een kano huur je voor 20 tot 30 euro per dag. Dit is ook het kerngebied van de Sorbische minderheid, wat je terugziet in de tweetalige plaatsnaamborden.
Kastelen en historie liggen dicht gezaaid
Naast Potsdam liggen er tientallen kastelen en landgoederen, van waterburchten tot jachtsloten in Engelse en Franse parken. Cecilienhof in Potsdam draagt de zwaarste geschiedenis, want hier bepaalden de geallieerden in 1945 na de Tweede Wereldoorlog de naoorlogse orde; entree kost rond de 14 euro.
Het slot van Oranienburg werd gebouwd voor Louise Henriette van Nassau, de echtgenote van de Grote Keurvorst, en geldt als het oudste barokke slot van de deelstaat. Rheinsberg ligt aan het Grienerickmeer en het klooster Chorin in het biosfeerreservaat Schorfheide-Chorin is een van de mooiste voorbeelden van baksteengotiek. De Glienicker Brücke tussen Potsdam en Berlijn, waar in de Koude Oorlog spionnen werden uitgewisseld, kost niets.
Praktisch in Brandenburg
De deelstaat ligt op ongeveer 650 kilometer van Utrecht en is per auto in een dag te doen; Berlijn is vanaf elke Brandenburgse basis een treindagtocht, wat parkeerzorgen scheelt. De wegen zijn rustig en de dorpen goed bevoorraad.
Let op: Sanssouci werkt volgens de kassa met tijdsloten en verkoopt in de zomer uit, dus boek het paleis online en houd de parken, die gratis zijn, als flexibele buffer. Een dagschotel kost 12 tot 16 euro. Voor skeeleraars ligt in het zuiden de Flaeming-Skate, ruim 200 kilometer glad asfalt zonder autoverkeer.
Wanneer je gaat
Mei tot en met september is de volle tijd, met meren van 20 tot 24 graden van juni tot in september en de parken op hun weelderigst. Juli en augustus zijn de weken waarin Berlijners uitwijken naar deze meren; doordeweeks blijft het ook dan ruim.
De herfst kleurt de parken goud en de winter maakt er stille wandeldecors van, met de musea en de overdekte badparadijzen als opvang voor koude dagen. In het Barnim ten noorden van Berlijn liggen dan de rustigste routes, onder meer door het Biesenthaler Becken.