Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Bremen is vlak en heeft een rivier die de stad uit loopt
Foto: Manou Azadi / Unsplash
Bremen ligt aan de Weser, ongeveer 60 kilometer van de Noordzee, en er is nauwelijks hoogteverschil. Langs de rivier loopt de Weserradweg, een doorgaande fietsroute van het Duitse middengebergte bij Hann. Münden tot aan Cuxhaven aan de Noordzeekust, ruim vijfhonderd kilometer lang.
Daardoor ben je vanuit het centrum binnen een half uur in weilanden of veen. Dit artikel behandelt de routes te voet en op de fiets, met afstanden, kosten en de plekken waar fietsen juist niet werkt.
Het Bürgerpark wordt betaald uit giften, niet uit belastinggeld
Foto: Đorđe Pandurević / Unsplash
Ten noorden van het centraal station ligt het Bürgerpark, ruim 200 hectare dat vanaf 1866 werd aangelegd en dat tot op vandaag door een vereniging wordt beheerd en uit donaties en een loterij wordt betaald in plaats van uit de stadskas.
Toegang is gratis en het park is dag en nacht open. Er lopen brede paden, op de Emmasee liggen roeiboten voor enkele euro's per half uur en er staan cafés; in de Waldbühne wordt in de zomer gespeeld. Vanaf het station ben je er in vijf minuten. Voor een ochtendwandeling van 4 tot 6 kilometer is dit het dichtstbijzijnde groen dat er is, met de Stadtwald erachter.
Het Blockland ten noorden ligt onder zeeniveau
Direct achter de stad begint het Blockland, een veen- en weidegebied dat door dijken en gemalen droog wordt gehouden en dat vol sloten en knotwilgen staat. Er lopen smalle asfaltweggetjes doorheen waar nauwelijks auto's komen.
Fietsen kost niets en een rondje is 25 tot 40 kilometer, volledig vlak. Er staan boerderijen die melk, kaas en ijs verkopen. Let op: er is hier geen enkele beschutting, dus bij westenwind fiets je de heenweg makkelijk en de terugweg zwaar; kijk de windrichting na voordat je vertrekt.
Het Schnoorviertel doe je te voet
In het centrum ligt het Schnoorviertel, een wijk met huizen uit de vijftiende tot achttiende eeuw waarvan de straatjes op sommige plekken nog geen twee meter breed zijn. Fietsen heeft er geen zin en is er deels niet toegestaan; je zet je fiets aan de rand neer.
Rondlopen is gratis en kost drie kwartier. De winkeltjes zijn doorgaans van dinsdag tot zaterdag open. Het is het oudste bewaarde deel van de stad en het is klein: verwacht een paar honderd meter straat, geen hele wijk. Even verderop ligt de Viertelwijk rond het Goetheplatz-theater, met cafés en het Universum-wetenschapscentrum bij de universiteit.
Rond het Werdersee loopt een rondje van zeven kilometer
Aan de zuidkant van de Weser ligt het Werdersee, een aangelegde plas met een pad eromheen van ongeveer zeven kilometer dat deels over de dijk loopt. Er zijn ligweiden en een badplek.
Wandelen en fietsen zijn gratis; de badplek is in de zomer bewaakt. Het water haalt in juli en augustus 20 tot 22 graden. Dit rondje is het bruikbaarste ommetje van de stad: bereikbaar met de tram, vlak, en met een terras op de helft.
Naar het kunstenaarsdorp Worpswede is het 25 kilometer
Ten noordoosten ligt in het Teufelsmoor het dorp Worpswede, waar vanaf 1889 schilders neerstreken en een kolonie vormden; het heeft nu meerdere musea en een architectuur die je nergens anders ziet, met de golvende bakstenen gevels van Bernhard Hoetger.
De fietsroute erheen volgt de Hamme en is ongeveer 25 kilometer enkele reis, vlak. De musea vragen 6 tot 12 euro entree en zijn van dinsdag tot zondag open. In het seizoen varen er torfkähne, platte veenboten, waarmee je een stuk terug kunt varen; dat kost 10 tot 20 euro per persoon.
De Weserradweg loopt door tot aan de Noordzee
Vanaf het centrum fiets je stroomafwaarts langs de dijk richting Cuxhaven aan de monding, of stroomopwaarts via Achim en Thedinghausen naar Verden op 40 kilometer, het paardenstadje met een dom uit de dertiende eeuw.
De route is vlak en grotendeels vrijliggend. Terug kun je met de trein, waarin een fiets voor enkele euro's mee mag; dat is de aangenaamste manier om deze afstanden te doen. Reken op vier tot vijf uur voor de rit naar de kust, inclusief pauzes.
In de Wümme-weiden broeden ooievaars
Aan de oostkant van de stad liggen de Wiesen langs de Wümme-rivier, natte weiden waar ooievaars, kieviten en grutto's broeden. Er lopen dijkpaden overheen.
Wandelen en kijken kosten niets. Het beste seizoen is april tot juni, wanneer de weidevogels er zitten; volgens de vogelwacht broeden er tientallen ooievaarsparen. Neem een verrekijker mee. Blijf op de paden en houd honden aangelijnd: dit zijn broedweiden, en dat wordt in het seizoen gecontroleerd.
Praktisch
Foto: Manou Azadi / Unsplash
Vanuit Nederland rijd je in vier tot vijf uur; met de trein ben je vanaf Amsterdam in ongeveer vier uur, met een overstap. In de stad kost fietsverhuur 12 tot 20 euro per dag en er staan deelfietsen. Duitsland betaalt met de euro.
April tot oktober is het seizoen met 14 tot 24 graden. Het waait hier bijna altijd, en dat merk je vooral in het open Blockland. In de winter is het nat en grijs, maar de stadsroutes en het Bürgerpark blijven het hele jaar bruikbaar. De Lüneburger Heide, die vaak in dezelfde adem wordt genoemd, ligt ruim een uur rijden oostelijker en is geen fietsdag vanuit Bremen.