De Chiemsee is met ongeveer tachtig vierkante kilometer het grootste meer van Beieren
Foto: John Apps / Unsplash
Het meer meet volgens de provincie ongeveer 80 vierkante kilometer en ligt tussen München en Salzburg, met de Alpen als achtergrond en drie eilanden erin. Twee daarvan zijn bewoond en het derde wordt alleen begraasd.
Rond het meer ligt een vlakke fietsroute en op het water varen lijnboten. Dit artikel behandelt de eilanden, de kastelen en het water, met prijzen, tijden en afstanden.
Het slot op het grote eiland is nooit afgebouwd
Koning Ludwig de tweede begon er in 1878 aan een kopie van Versailles. Bij zijn dood in 1886 was maar een deel van de vertrekken klaar; de rest is ruwbouw gebleven en zo te zien.
Entree kost 10 tot 12 euro en u komt alleen met een rondleiding binnen; de boot ernaartoe is apart, rond de 10 euro retour. Het eiland is autovrij en van de aanlegsteiger loopt u 20 minuten naar het slot, of u neemt een koets. Reken op een halve dag.
Op het vrouweneiland staat een abdij, geen kasteel
Op het kleinere eiland staat een benedictijnenabdij die rond 782 is gesticht en waar nog altijd zusters wonen. Ernaast staat een poortgebouw uit ongeveer de negende eeuw.
Het eiland is autovrij en gratis toegankelijk; de kerk is open en de poorthal is in het seizoen te bezoeken voor enkele euro's. Reken op twee uur. Er wonen ongeveer driehonderd mensen, er zijn vissers en er is een handvol horeca; het is er buiten de bootaankomsten stil.
De lijnboten varen sinds 1887 en de eilanden zijn autovrij
Vanaf de dorpen aan de oevers varen boten naar beide eilanden, met een rondje over het meer als u wilt. Een retour met beide eilanden kost 12 tot 18 euro per persoon.
Ze varen van april tot oktober meerdere keren per uur en in de winter beperkt. Vanaf de kade in Prien rijdt bovendien een historisch stoomtrammetje uit 1887 naar de aanlegsteiger; een rit kost enkele euro's. Reken op een volle dag voor beide eilanden samen.
Bij storm knipperen er waarschuwingslichten rond het meer
Foto: Roman Kraft / Unsplash
Op de Beierse meren staan lampen die bij naderend noodweer gaan knipperen: veertig keer per minuut betekent dat u binnen enkele uren aan wal moet zijn, negentig keer per minuut dat u er onmiddellijk af moet.
Dat systeem is er omdat het weer hier vanuit de bergen in minuten kan omslaan. Neem het serieus, ook als de lucht boven u nog blauw is. Zeilboten en surfboards huren kost 30 tot 90 euro per dagdeel; verhuurders geven de actuele verwachting mee.
Het water wordt in de zomer ruim twintig graden
Aan de zuidoever is het meer ondiep en warmt het snel op; in juli en augustus haalt het 21 tot 24 graden. Aan de noordkant is het dieper en koeler.
De strandbaden vragen 3 tot 6 euro entree en zijn van mei tot september open, doorgaans van 9.00 tot 19.00 uur. Er zijn ook vrij toegankelijke oeverstukken zonder toezicht. Let op de aanwaaiende wind bij de open oevers: opblaasbanden drijven daar snel het meer op.
Rond het meer ligt een fietsroute van ongeveer zestig kilometer
Het pad loopt grotendeels los van de doorgaande weg, langs rietkragen, badplaatsen en weiland, en is vrijwel vlak.
Fietsen is gratis; huren kost 15 tot 25 euro per dag en elektrisch 30 tot 45 euro. Reken op vier tot vijf uur inclusief stops. U kunt onderweg de boot nemen om een stuk over te steken; fietsen mogen mee tegen een toeslag van enkele euro's, maar niet op elke afvaart.
Op de kaart staat vis uit het meer zelf
Uit de Chiemsee wordt beroepsmatig gevist, vooral op renke, een zalmachtige die hier gerookt en gebakken op de kaart staat.
Een gerookte renke kost 8 tot 15 euro bij een viskraam aan de kade en een bord in een restaurant 18 tot 28 euro. Zelf vissen mag alleen met een vergunning, die per dag of week bij de gemeenten en visserijen te koop is voor 15 tot 30 euro. De Beierse visakte-eisen gelden ook voor buitenlanders.
Praktisch
Vanaf München rijdt u een uur, vanaf Salzburg drie kwartier; er stoppen treinen in Prien en Übersee. Vanaf de Nederlandse grens is het acht tot tien uur. Duitsland betaalt met de euro.
Mei tot september geeft 18 tot 28 graden; in de bergen erachter kan het onweer aan het eind van de middag snel opkomen. In juli en augustus zijn de badplaatsen en de boten vol; in mei, juni en september is het rustiger en zijn de kastelen zonder lange wachttijd te bezoeken.