Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Taunus en Westerwald zijn wandelland zonder poeha
Foto: Masood Aslami / Pexels
De Taunus en het Westerwald zijn de twee middelgebergtes die Hessen aan de westkant inlijsten: beboste ruggen, uitzichttorens en kuurstadjes, zonder de drukte van de bekendste Duitse wandelstreken. Precies dat maakt ze geschikt voor een wandelvakantie met een vakantiehuis als basis.
Dit artikel zet de tochten en gebieden op een rij, van de hoogste top van het Taunusgebergte tot de Romeinse grens die dwars door het bos loopt, met afstanden, prijzen en openingstijden.
De Großer Feldberg is het dak van de Taunus
Foto: CHE-CHI LIN / Unsplash
De Großer Feldberg is met 878 meter de hoogste top van de Taunus, met een uitzichtplateau dat bij helder weer de skyline van Frankfurt naast de heuvelruggen zet. De paden erheen starten bij de parkeerplaatsen op de flanken en zijn breed en goed gemarkeerd; reken op tochten van 8 tot 14 kilometer voor de klassieke rondjes.
Let op: de top is op zomerse zondagen druk met fietsers en dagjesmensen, terwijl je doordeweeks of voor tien uur de heide en de uitzichten grotendeels voor jezelf hebt. De Altkönig-top ernaast is met 798 meter iets lager, maar draagt ringwallen die de Kelten er in de Tène-periode aanlegden.
De Romeinse grens loopt hier dwars door het bos
Over de Taunuskam loopt de Limes, de oude grens van het Romeinse Rijk die als werelderfgoed door heel Zuid-Duitsland slingert: wallen, wachttorenresten en gereconstrueerde palissades duiken tussen de bomen op, met wandelpaden die het tracé volgen.
Het hoogtepunt is het rond 1900 volledig herbouwde fort Saalburg bij Bad Homburg, waar wachtkamers, poorten en heiligdommen weer overeind staan; volgens het fort is het de enige zo compleet gereconstrueerde limesvesting. Entree kost rond de 7 euro en het is van dinsdag tot zondag open. De combinatie fort plus limespad maakt van een bosdag een geschiedenisles zonder schoolbord.
Het Westerwald is de stillere, ruigere broer
Noordwestelijk golft het Westerwald, met de Fuchskaute van 657 meter als hoogste punt: een land van basaltkoppen, hoogvlaktes en weiden waar de wind vrij spel heeft. De routes zijn hier langer en leger, met dorpsherbergen in plaats van uitspanningen; de WesterwaldSteig loopt er in ruim 230 kilometer doorheen, langs de Holzbachkloof waar de Holzbach-rivier zich door het basalt snijdt.
De oude bierreclame maakte de streek spreekwoordelijk fris, en dat klopt: pak een laag extra in. Onderweg liggen de Basaltsee bij Bad Marienberg, de bezoekersmijn Grube Fortuna en de vakwerkstadjes Hachenburg en Herborn. Voor wie afzondering zoekt is dit de beste hoek van de regio.
Kuurstadjes zijn de rustdagen tussen de tochten
Aan de voet van beide gebergtes liggen kuurstadjes die de rustdag invullen: parken, thermen en koffiehuizen in belle-époquedecor. Bad Homburg aan de Taunuszijde is het statigste, met een slotpark en een casinoverleden; Bad Marienberg en de kleinere badplaatsen doen hetzelfde werk zonder entourage.
Een thermendag is hier geen luxe maar onderdeel van het systeem: wandelen, weken, herhalen. Reken op 20 tot 30 euro entree voor een dagdeel, en veel badhuizen zijn tot 22.00 uur open. De meeste verhuren alles ter plekke, dus de rustdag vraagt geen bagage; alleen reserveren in het weekend is verstandig.
Praktisch in de middelgebergtes
De startpunten liggen verspreid, doorgaans binnen 20 tot 40 kilometer van elk vakantiehuis, en het openbaar vervoer is er dun; de auto is in beide gebergtes het gereedschap, en parkeren bij de startplaatsen kost hooguit 2 tot 3 euro per dag. De markeringen zijn uitstekend, maar neem de kaart-app mee voor de knooppunten waar meerdere routes elkaar kruisen; de VVV-kantoren in de dorpen verkopen papieren kaarten voor enkele euro's.
Het weer draait op de kammen snel: mist en wind horen erbij, ook in de zomer, en de basaltpaden van het Westerwald worden glad na regen. Stevige schoenen en een regenlaag zijn de vaste uitrusting. Wie verder wil kijken, rijdt naar de Lahn bij Limburg, waar Slot Oranienstein in Diez de band met de Oranjes draagt, of naar de Rijnvallei voor een etappe van de Rijnsteig-route.
Wanneer je gaat
Foto: Masood Aslami / Pexels
April tot en met oktober is het wandelseizoen, met mei en juni voor het frisse groen en september en oktober voor de gouden bossen; dat zijn ook de rustigste mooie maanden. De zomer is prima mits je vroeg start, met de schaduwbossen als natuurlijke airco.
De winter heeft eigen charme: rijp op de basaltkoppen, sneeuwrondjes op de Feldberg van 878 meter en thermen die dan hun beste seizoen draaien. Massatoerisme kent deze streek in geen enkel seizoen, en dat is hier precies de bedoeling.