Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
De dorpen in het Rijndal liggen op een strook van vijfenzestig kilometer
Foto: Maxime Vandenberge / Unsplash
Tussen Bingen en Koblenz staan ze op de smalle rand tussen de rivier en de wijnhellingen, met steeds 5 tot 10 kilometer ertussen. Dat hele Midden-Rijndal staat sinds 2002 als UNESCO-werelderfgoedgebied op de lijst.
Je komt er met de trein, de boot of de fiets, en tussen de oevers met een veerpont. Dit artikel behandelt de dorpen afzonderlijk, met openingstijden, prijzen en afstanden.
Bacharach heeft nog een complete stadsmuur
Dit dorp ligt binnen een muur met torens en poorten, met daarboven Burg Stahleck uit de twaalfde eeuw, die nu jeugdherberg is. Midden in de kern staat de Wernerkapel, de ruïne van een gotische kapel, en ernaast de romaanse Sint-Pieterskerk met vier verdiepingen boven elkaar.
Rondlopen kost niets; over de muur loopt een pad van ongeveer 1,5 kilometer met flink hoogteverschil. Reken op anderhalf uur. Vanaf het dorp klim je in twintig minuten naar de burcht, waar je ook zonder overnachting op het terras terecht kunt.
Boppard ligt aan de grootste rivierbocht van het dal
Hier maakt de Rijn een lus van ongeveer 10 kilometer om een bergrug heen. Vanaf de Vierseenblick boven het stadje lijkt het water op vier losse meren, en de helling eronder, de Bopparder Hamm, is de grootste aaneengesloten wijngaard van de Midden-Rijn.
Een stoeltjeslift brengt je erheen voor 8 tot 12 euro retour, van april tot oktober; wandelen kan over de Oelsbergsteig, een lus van ongeveer 7 kilometer met 300 hoogtemeters. In het stadje staat bovendien de volgens archeologen best bewaarde Romeinse fortmuur van Duitsland, uit de vierde eeuw, gratis te bekijken. Reken op een halve dag voor stadje en uitzicht samen.
Boven Sankt Goar ligt de grootste burchtruïne van het dal
Burg Rheinfels was ooit vijf keer zo groot als wat er nu staat en werd in 1797 door Franse troepen opgeblazen. Er lopen gangen en mijnkelders onder het terrein door, aangelegd om belegeraars van onderaf op te blazen.
Entree kost 6 tot 9 euro; het is van maart tot november open, doorgaans van 9.00 tot 18.00 uur. Neem een zaklamp mee voor de onderaardse gangen, want die zijn niet verlicht en plaatselijk zo laag dat je gebukt loopt. Reken op twee uur. Vanaf het dorp klim je een half uur of je neemt het toeristentreintje voor enkele euro's.
De rots van de Loreley dankt zijn verhaal aan een gedicht uit 1801
Foto: Roman Kraft / Unsplash
Bij Sankt Goarshausen steekt op het smalste punt van de rivier een leisteenrots 132 meter boven het water uit; de Rijn is er nog geen 120 meter breed.
Het verhaal over de zingende vrouw die schippers liet vergaan is geen oude sage, maar in 1801 door een dichter verzonnen en in 1824 door een tweede gedicht beroemd geworden. Het plateau is gratis toegankelijk en het Loreley-bezoekerscentrum vraagt enkele euro's; parkeren kost 3 tot 5 euro. Vanaf de Loreley-rots loopt de Rijnsteig verder over de hoogte.
Bij Kaub staat een tolburcht midden in de rivier
Op een rots in het water staat de Pfalzgrafenstein-burcht, wit met rode luiken, die van 1327 tot 1867 tol hief van passerende schepen. Je komt er met een klein veerbootje vanaf de kade.
De overtocht met entree kost 8 tot 12 euro; het is van maart tot oktober open, van dinsdag tot zondag. Let op: bij hoogwater of ijsgang vaart de boot niet en is de burcht onbereikbaar, wat in de winter geregeld gebeurt. Reken op anderhalf uur inclusief de overtocht. In het dorp zelf zit het Blüchermuseum, over de nacht waarin een Pruisische generaal hier in de Napoleontische oorlogen met zijn leger de Rijn overstak.
Oberwesel heeft zestien torens in zijn stadsmuur
Dit dorp heeft de best bewaarde ommuring van het dal, met zestien torens, de losstaande Ochsenturm aan de noordkant en een pad dat er grotendeels overheen loopt.
Rondlopen kost niets; de wandeling over de muur is ongeveer 3 kilometer met trappen. Reken op anderhalf uur. De rode Liebfrauenkirche heeft een hoogaltaar uit 1331 en is gratis toegankelijk, en in september vult de Weinmarkt de straten met kramen. Dit dorp is aanzienlijk rustiger dan Bacharach en Rüdesheim.
Rüdesheim is het drukste dorp van het dal
De Drosselgasse in het centrum staat vol met wijnlokalen en muziek, en er meren dagelijks meerdere rivierschepen af. In Siegfrieds Mechanisches Musikkabinett staan honderden zelfspelende instrumenten, met rondleidingen van een uur voor rond de 9 euro.
Rondlopen kost niets; de kabelbaan naar het Niederwalddenkmal boven het dorp, opgericht na de stichting van het Duitse Keizerrijk, kost 10 tot 12 euro retour. Let op de drukte: tussen 11.00 en 17.00 uur is de steeg volgelopen met dagjesmensen van de boten. Wie het dorp rustig wil zien, komt voor 10.00 uur of blijft slapen en loopt er 's avonds doorheen. De Rheingauer wijngoeden eromheen schenken vrijwel uitsluitend riesling.
Praktisch
Vanaf de Nederlandse grens rijd je twee tot drie uur. Tussen Koblenz en Mainz ligt geen brug: overzetten gaat met veerponten van 1,50 tot 9 euro, afhankelijk van of je loopt, fietst of rijdt. Duitsland betaalt met de euro. Wie het dal van bovenaf wil zien, loopt etappes van de Rheinsteig over de rechteroever.
April tot oktober geeft 15 tot 28 graden. Langs beide oevers rijden treinen die vrijwel elk dorp aandoen, tot laat op de avond. In september en oktober is het wijnfeestseizoen; dan zijn de dorpen vol en de hotels maanden vooruit geboekt. Aan de rechteroever tussen Kaub en Rüdesheim ligt Lorch, met het Hilchenhaus als belangrijkste renaissancegebouw van het dal; ten noorden van Koblenz, dus buiten het beschermde gebied, liggen het vakwerkstadje Linz en Bad Hönningen met Slot Arenfels op de helling erboven.