Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Fietsen langs de Eems
Foto: Wolfgang Weiser / Pexels
De Eems is ongeveer 370 kilometer lang en stroomt van het Teutoburgerwoud naar de Dollard bij Emden. De fietsroute erlangs volgt de rivier over vrijwel de hele lengte en is nagenoeg vlak, met minder dan 100 meter hoogteverschil in totaal. Onderweg passeer je sluizen, veenontginningsdorpen en de scheepswerf bij Papenburg, waar cruiseschepen worden gebouwd die via de rivier naar zee worden gevaren. Die uitvaarten zijn enkele keren per jaar en trekken duizenden toeschouwers.
Wandelen in de Harz
Foto: Mark Plötz / Pexels
Het nationale park in de Harz beslaat ongeveer 247 vierkante kilometer en heeft ruim 600 kilometer gemarkeerde paden. Grote delen van het sparrenbos zijn na de droge zomers vanaf 2018 afgestorven; die dode bomen blijven staan zodat er vanzelf gemengd bos terugkomt. Let op: bij storm worden de paden door dat dode bos afgesloten wegens vallende stammen, en die afsluitingen gelden ook als het elders droog is. Het hoogste punt binnen Nedersaksen is de Wurmberg met 971 meter.
De Wezerroute
Foto: Utkarsh Malviya / Pexels
De fietsroute langs de Wezer loopt over ongeveer 520 kilometer van Hann. Münden naar Cuxhaven en geldt al jaren als een van de drukst bereden van Duitsland. Het profiel is vlak en de route wisselt tussen dijken, uiterwaarden en stadjes in wezerrenaissance. Veerpontjes steken op tientallen plekken over, doorgaans van april tot oktober voor een paar euro. Treinstations liggen om de 20 tot 30 kilometer, wat losse etappes mogelijk maakt.
Het Teutoburgerwoud aan de Nedersaksische kant
Het grootste deel van het Teutoburgerwoud ligt in Noordrijn-Westfalen; de Nedersaksische kant beslaat de heuvels rond Osnabrück en Bad Iburg. Daar loopt een kamroute over hoogtes tot ongeveer 330 meter, met korte maar stevige klimmetjes. Bij Bad Iburg staat een boomtoppenpad van ruim 400 meter dat sinds 2018 open is. De vindplaats van de Romeinse veldslag uit het jaar 9 ligt bij Kalkriese, ongeveer 20 kilometer ten noorden van Osnabrück.
Langs de Diemel
De Diemel is ongeveer 110 kilometer lang en stroomt door Hessen en Noordrijn-Westfalen voordat hij bij Bad Karlshafen in de Wezer uitmondt; Nedersaksen raakt hij nauwelijks. De route langs het dal is smal en heuvelachtig, met stijgingen tot 200 meter per dag. Wie vanuit Nedersaksen komt, begint doorgaans bij het samenvloeiingspunt en fietst stroomopwaarts. De omgeving is dunbevolkt, dus plan de tussenstops vooruit.
De Wildeshauser Geest
Dit natuurpark ten zuiden van Bremen beslaat ongeveer 1.500 vierkante kilometer en is daarmee een van de grootste van Duitsland. Er liggen tientallen hunebedden uit ongeveer 3.500 voor Christus, waarvan de bekendste bij Visbek op enkele honderden meters van een parkeerplaats liggen. Het terrein is licht glooiend met zandruggen van hooguit 60 meter. Door het park lopen honderden kilometers fietsroutes over rustige wegen.
Het Elbedal
Langs de Elbe ligt in Nedersaksen een biosfeerreservaat van ongeveer 568 vierkante kilometer met uiterwaarden, oude armen en dijkbossen. Tot 1989 liep de binnengrens hier vlak langs de rivier, waardoor het gebied decennialang nauwelijks werd bewerkt; dat verklaart de rijkdom aan ooievaars en watervogels. De fietsroute langs de rivier is onderdeel van een traject van ruim 1.200 kilometer. Pontjes steken in het seizoen over, meestal tussen 9.00 en 18.00 uur.
Het Waddengebied
Nationaal Park Niedersächsisches Wattenmeer beslaat ongeveer 3.450 vierkante kilometer en staat sinds 2009 samen met het Nederlandse en Deense deel op de werelderfgoedlijst. Wadlopen mag alleen met een gecertificeerde gids, want het getijverschil bedraagt volgens de parkbeheerder hier ongeveer 2 tot 3 meter en mist komt onaangekondigd op. Tochten duren twee tot drie uur en kosten rond de 15 euro per persoon. De vertrektijden verschuiven dagelijks met het tij.
Het natuurpark Südheide
De Südheide ligt ten noordoosten van Celle en beslaat ongeveer 500 vierkante kilometer bos, heide en beekdalen. Het is er beduidend rustiger dan in het bekendere noordelijke heidegebied, terwijl het landschap vergelijkbaar is. Door het park lopen honderden kilometers fietspaden, grotendeels over verharde bosbanen. Het hoogste punt reikt tot ongeveer 130 meter.
Het veen van het Emsland
Het Emsland was tot in de negentiende eeuw een aaneengesloten hoogveengebied dat op grote schaal is ontgonnen; wat resteert wordt sinds de jaren tachtig weer vernat. Het veenmuseum bij Geeste beslaat ongeveer 90 hectare in de buitenlucht en toont turfwinning met smalspoor. Het is van maart tot november dagelijks open en kost rond de 10 euro. In de restveengebieden lopen vlonderpaden waar je niet vanaf mag, omdat de bodem er meters diep en drassig is.
Langs de Aller
De Aller is ongeveer 260 kilometer lang en stroomt bij Verden in de Wezer. De fietsroute erlangs telt zo'n 250 kilometer en is nagenoeg vlak, met veel gedeelten over dijken. Onderweg liggen Celle en Verden, beide met een station en een historische kern. De route is minder druk dan die langs de Wezer, wat vooral in juli en augustus merkbaar is.
Het Drömling
Het Drömling ligt op de grens van Nedersaksen en Saksen-Anhalt en beslaat ongeveer 450 vierkante kilometer. Het gebied kreeg in 2023 de status van biosfeerreservaat bij Unesco. Het is een oud moerasgebied dat vanaf de achttiende eeuw met duizenden kilometers greppels is ontwaterd en nu gedeeltelijk weer wordt vernat. De paden zijn vlak en de kans op ooievaars, kraanvogels en bevers is er groot.