Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
De Hanze was een handelsverbond, geen land
Foto: Jan Bolz / Unsplash
Tussen de dertiende en de zeventiende eeuw sloten koopmansteden rond de Oostzee en de Noordzee zich aaneen om hun handel te beschermen: gezamenlijke privileges, gezamenlijke vloten en op het hoogtepunt volgens historici bijna tweehonderd aangesloten steden.
Dat verbond had geen hoofdstad, wel een leidende stad. Wat je nu bezoekt zijn de gebouwen die dat geld heeft opgeleverd, en die zijn in Noord-Duitsland op een handvol plaatsen geconcentreerd. Dit artikel gaat langs de belangrijkste.
Lübeck gold als de eerste onder de Hanzesteden
De oude stad ligt op een eiland tussen de Trave en de Wakenitz en is sinds 1987 werelderfgoed. Het Holstentor met zijn twee ronde torens werd in 1478 voltooid en zakte door zijn eigen gewicht scheef in de bodem, wat je er nog aan ziet.
In het gebouw zit een stadsmuseum voor rond de 9 euro. Verder staan er zeven kerktorens, waaronder de Marienkirche met het hoogste baksteengewelf ter wereld, het Heiligen-Geist-Hospital uit 1286 en honderden hofjes en gangen tussen de huizen. Reken op een volle dag. De stad is bovendien bekend om marsepein, dat Niederegger sinds 1806 aan de Breite Strasse verkoopt en dat teruggaat op de handel in amandelen en suiker.
Wismar en Stralsund staan samen op de erfgoedlijst
Deze twee kuststeden kregen in 2002 gezamenlijk de werelderfgoedstatus, omdat ze samen laten zien hoe een Hanzestad eruitzag: reusachtige bakstenen kerken, koopmanshuizen met trapgevels en in Wismar een marktplein met de Wasserkunst, het waterhuis uit 1602.
Ze waren van 1648 tot in de negentiende eeuw Zweeds, en dat is in de bouwkunst en in de plaatselijke geschiedenis terug te vinden. De pleinen zijn vrij toegankelijk. Musea vragen 5 tot 10 euro en zijn doorgaans van tien tot vijf open, met kortere tijden in de winter; in Stralsund is het Ozeaneum uit 2008 de uitschieter, met aquaria over de Oostzee en een zaal met walvismodellen op ware grootte.
Baksteengotiek is hier ontstaan uit gebrek aan steen
In deze streek zit geen natuursteen in de bodem. Bouwmeesters gingen daarom werken met gebakken klei, en ontwikkelden daar een eigen bouwstijl mee: strakke vlakken, geprofileerde bakstenen en gevels met nissen in plaats van beeldhouwwerk.
Dat verklaart waarom de kerken hier zo anders ogen dan de kathedralen in Frankrijk of het Rijnland. De Marienkirche in Lübeck haalt een gewelfhoogte van ruim 38 meter en de Nikolaikirche in Stralsund komt daar dicht bij. Ze zijn doorgaans gratis toegankelijk; voor het beklimmen van een toren betaal je een paar euro.
Rostock heeft de oudste universiteit aan de Oostzee
Foto: Roman Kraft / Unsplash
De stad kreeg in 1419 een universiteit, de eerste in het hele Oostzeegebied, en dat bepaalt nog altijd het karakter: er studeren duizenden mensen en het centrum is levendiger dan in de kleinere Hanzesteden.
De binnenstad is in de oorlog zwaar beschadigd en deels in jaren-vijftigstijl herbouwd, met de Kröpeliner Strasse als winkelas en het Kröpeliner Tor als overgebleven poort. Aan de kust ligt op ongeveer 12 kilometer Warnemünde, met een pier en een breed strand, met de tram in een half uur bereikbaar.
Bremen bewaart zijn vrijheid op het marktplein
Verder westelijk, aan de Wezer, staat op het marktplein het Rathaus uit de vijftiende eeuw met een renaissancegevel, en daarvoor de Roland uit 1404, het stenen beeld dat de stedelijke vrijheid symboliseert. Beide staan sinds 2004 op de werelderfgoedlijst.
Rondleidingen door het stadhuis duren ongeveer een uur en kosten enkele euro's; ze gaan een paar keer per dag. Let op: ze zijn meestal alleen in het Duits en het binnenwerk is zonder rondleiding niet te zien, dus wie zonder reservering komt staat voor een dichte deur. Naast het plein ligt de Böttcherstrasse uit de jaren twintig met ambachtswinkels, even verderop het middeleeuwse Schnoorkwartier, en aan het water de Schlachte, de oude kade die nu horeca is.
Hamburg groeide door waar de andere steden stopten
Van alle steden in dit rijtje is Hamburg de enige die van Hanzestad tot wereldhaven doorgroeide. De Speicherstadt aan het water werd vanaf 1883 gebouwd en is met tientallen bakstenen pakhuizen op eikenhouten palen het grootste van zijn soort; sinds 2015 is het werelderfgoed.
Daarnaast ligt de HafenCity op voormalig havengebied, met de Elbphilharmonie op een oud pakhuis waarvan de Plaza op 37 meter gratis toegankelijk is. Een havenrondvaart duurt een uur en kost 20 tot 25 euro. Reken op twee dagen voor de stad.
Lüneburg zakt door het zout
Deze stad ten zuiden van Hamburg leefde eeuwenlang van zout, dat vanaf hier over land en water naar Lübeck ging en de hele Hanzehandel in gezouten haring mogelijk maakte. De winning ging door tot in de twintigste eeuw.
Doordat er zoveel pekel is opgepompt, is de bodem plaatselijk verzakt; verschillende huizen in het oude stadsdeel staan zichtbaar scheef of hebben verstevigde muren. Het Deutsches Salzmuseum vraagt rond de 8 euro, en het plein Am Sande laat de rijkdom van die handel zien. Vanaf Hamburg ben je er met de trein in een half uur, wat het een goede halve dag maakt.
Praktisch
Lübeck en Hamburg liggen op ongeveer vier tot vijf uur rijden vanuit het midden van Nederland, de steden aan de oostelijke Oostzeekust op zes tot zeven. Onderling zijn ze met de trein goed verbonden; Lübeck naar Wismar duurt ongeveer anderhalf uur. Duitsland betaalt met de euro.
Mei tot september geeft het beste weer met 18 tot 24 graden. In de winter is het aan deze kust guur, maar zijn de steden juist rustig en zijn er kerstmarkten op de historische pleinen. Musea zijn op maandag vaak gesloten; kerken doorgaans wel open. Parkeren doe je in een garage aan de rand, want de oude kernen zijn grotendeels autoluw.