Noord-Duitsland heeft twee zeeën met een heel ander karakter
Foto: Ann H / Pexels
De Noordzeekust is wad: eb en vloed, zandplaten die droogvallen en eilanden die u met de veerboot bereikt. De Oostzeekust is het tegenovergestelde: nauwelijks getij, zandstranden met strandstoelen, en steile krijtkusten. Tussen die twee ligt een vlak land met baksteensteden en heide.
Dit artikel gaat langs beide kusten en het achterland, met reistijden vanuit Nederland en het beste seizoen.
Het wad staat op de werelderfgoedlijst
Foto: Simon BB / Pexels
De Waddenzee van Nederland, Duitsland en Denemarken staat sinds 2009 op de werelderfgoedlijst, volgens UNESCO als het grootste aaneengesloten getijdengebied ter wereld. Het Duitse deel is verdeeld over drie nationale parken.
Wadlopen mag hier alleen met een gecertificeerde gids; tochten duren twee tot vier uur en kosten rond de 15 tot 25 euro per persoon. Ga niet op eigen houtje: het tij keert sneller dan u loopt en er zijn geulen. In Sleeswijk-Holstein liggen bovendien de Halligen, kleine onbedijkte eilandjes die bij storm gewoon onderlopen terwijl de huizen op opgeworpen heuvels droog blijven.
De Oostzeekust is strandstoelenland
Van Kiel tot Usedom liggen brede zandstranden met de karakteristieke rieten strandkorf, die u per dag huurt voor 8 tot 12 euro en die tegen de wind beschut. Het water is er minder zout dan de Noordzee en er is vrijwel geen getij.
In juli en augustus haalt het water 18 tot 20 graden. De bekendste badplaatsen liggen op Rügen en Usedom, met de witte badarchitectuur uit de 19e eeuw: houten villa's met veranda's en torentjes. Buiten juli en augustus is het aan deze kust merkbaar rustiger dan aan de Noordzee.
De krijtrotsen van Rügen zijn het bekendste beeld
Aan de oostkant van Rügen ligt Nationaal Park Jasmund, met krijtkliffen die tot ongeveer 118 meter boven zee oprijzen. Het bekendste punt is de Königsstuhl, waar een uitkijkplatform boven de rand hangt.
Erachter ligt oud beukenbos dat sinds 2011 als onderdeel van de oude beukenbossen van Europa op de werelderfgoedlijst staat. Er lopen paden over de kliprand met steile trappen naar het strand. Let op: het krijt kalft af en er vallen geregeld stukken naar beneden; blijf op de paden en loop niet vlak onder de wand.
Lübeck en de baksteengotiek
Foto: Wolfgang Weiser / Pexels
Omdat Noord-Duitsland geen natuursteen heeft, bouwde men hier met baksteen, en dat leverde een eigen bouwstijl op: hoge kerken met getrapte gevels en versieringen van geglazuurde steen. Lübeck is er het toonbeeld van; de oude stad staat sinds 1987 op de werelderfgoedlijst.
De Holstenpoort uit 1478 is het herkenningspunt, scheefgezakt omdat hij op moerasgrond staat. De stad is ook de bakermat van marsepein, dat hier sinds de 19e eeuw industrieel wordt gemaakt. Reken op een halve dag voor de oude stad en 5 tot 15 euro entree per museum.
Hamburg en Bremen zijn de handelssteden
Hamburg is met ruim 1,8 miljoen inwoners de tweede stad van Duitsland en heeft de grootste haven van het land. De Speicherstadt, een wijk van bakstenen pakhuizen op eikenhouten palen, staat sinds 2015 op de werelderfgoedlijst; ernaast staat de concertzaal op een oud havenpakhuis, met een openbaar uitzichtplateau dat gratis toegankelijk is met een tijdslot.
Bremen is kleiner en compacter, met het raadhuis en het Rolandbeeld op de werelderfgoedlijst en de smalle Schnoor-wijk erachter. Beide steden liggen op drie tot vier uur rijden vanaf de Nederlandse grens.
De Lüneburger Heide bloeit in augustus
Tussen Hamburg en Hannover ligt een heidegebied van ruim 1.000 vierkante kilometer, waarvan het kerngebied al sinds 1921 beschermd is. De Wilseder Berg is er met 169 meter het hoogste punt.
Het kerngebied is autovrij: u gaat te voet, per fiets of met een paardenkoets, die rond de 15 tot 20 euro per persoon kost. De heide bloeit doorgaans van half augustus tot half september, en dan kleurt het gebied paars; dat is ook de drukste periode. Buiten die weken is het er stil en dan ziet u het landschap zonder de kleur.
Schwerin en de merenstreek
Het slot van Schwerin staat op een eiland in een meer en kreeg zijn huidige vorm in het midden van de 19e eeuw, met torens en koepels die aan een sprookjeskasteel doen denken. Sinds 2024 staat het ensemble op de werelderfgoedlijst. Entree ligt rond de 10 euro.
Eromheen ligt de Mecklenburgse merenstreek met duizenden meren, waarvan de Müritz de grootste is. Dat is kano- en zeilgebied, met verhuur vanaf ongeveer 25 euro per dag. Voor wie de kust te druk vindt, is dit het rustige alternatief op een uur rijden.
Praktisch
Vanaf de Nederlandse grens rijdt u in twee tot drie uur naar de Oost-Friese kust, in drie tot vier uur naar Hamburg en in vijf tot zes uur naar Rügen. Duitsland betaalt met de euro en er is geen tol op de snelweg. Voor de Waddeneilanden reserveert u de veerboot vooraf, zeker met auto.
Mei tot september is het brede seizoen; juli en augustus zijn het drukst en het warmst, met 20 tot 24 graden. Augustus geeft de heidebloei, september de rust en het warmste zeewater. Van november tot maart is het aan beide kusten guur en sluit een deel van de horeca, terwijl de steden dan juist hun kerstmarkten hebben.