Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Een universiteit zonder campus, en dat is het hele punt
Oxford heeft geen universiteitsterrein. De universiteit bestaat uit tientallen zelfstandige colleges die als ommuurde stadjes door het centrum verspreid liggen, elk met een eigen poort, binnenplaats en kapel. Bezoeken betekent dus kiezen: welke poorten ga je door, en welke bekijk je van buiten.
Daar zit meteen de valkuil. De beroemdste namen vragen stevige entree, terwijl een deel van de mooiste dingen van de stad niets kost. Dit artikel zet beide op een rij, met prijzen en tijden, zodat je niet per ongeluk 25 pond betaalt voor iets waarvan het gratis alternatief om de hoek ligt.
Christ Church is het duurste en het beroemdste college
Christ Church is het college van dertien Britse premiers, van Alice in Wonderland (auteur Lewis Carroll doceerde er wiskunde) en van de eetzaal die model stond voor de grote zaal van Zweinstein. Het is open van maandag tot en met zaterdag van 9.30 tot 17.00 uur en op zondag vanaf 10.30 uur.
Daar hangt een prijskaartje aan: volwassenen betalen volgens de eigen site zo'n 22,50 tot 24,50 pond, omgerekend 26 tot 29 euro, kinderen van 5 tot 17 iets minder, en online vooraf boeken is goedkoper dan aan de poort. Let op dat de eetzaal rond lunchtijd voor bezoekers dicht is, want er wordt gewoon gegeten; wie speciaal daarvoor komt, plant de ochtend of de late middag.
De Bodleian bezoek je alleen met een rondleiding, en dat is hem waard
De Bodleian Library is een van de oudste bibliotheken van Europa, en de binnenkant, de middeleeuwse Divinity School met zijn waaiergewelf en de leeszaal Duke Humfrey's Library, is uitsluitend met een rondleiding te zien. Die boekingen lopen via de bibliotheek zelf: een korte introductie van een halfuur kost rond de 8 pond, de uitgebreide van anderhalf uur rond de 20 tot 22 pond.
De Radcliffe Camera, de ronde bibliotheek die op elke foto van Oxford staat, zit alleen in de langste rondleiding; van buiten bekijken kan altijd en kost niets. Houd er rekening mee dat de populaire tijdsloten in de zomer dagen vooruit vol zitten; wie zeker wil zijn, boekt voor vertrek.
Vier universiteitsmusea zijn gratis, en de oudste is van 1683
Het minst bekende sterke punt van Oxford is dat de vier grote universiteitsmusea niets kosten. Het Ashmolean opende in 1683 als eerste openbare museum van Groot-Brittannië en heeft een collectie van Egyptische mummies tot Rafaël. Het Museum of Natural History heeft de dinosaurusskeletten en de beroemde dodo-resten, en daarachter ligt het Pitt Rivers Museum, een negentiende-eeuwse wunderkammer met honderdduizenden voorwerpen, alleen bereikbaar dwars door het natuurhistorisch museum heen.
Samen zijn ze met gemak twee dagdelen, en bij regen zijn ze de beste bestemming van de stad. Het nadeel van gratis is drukte in de schoolvakanties; doordeweeks buiten de vakanties lopen de zalen leeg.
Ook zonder entree kom je colleges binnen
Niet elk college rekent entree; verschillende openen hun binnenplaatsen 's middags kosteloos of voor enkele ponden, en de regels wisselen per college en per seizoen, dus kijk bij de poort. De poortwachters, de porters, zijn er bovendien niet om je weg te sturen; vragen wat vandaag open is, is de normaalste zaak van de wereld.
De tweede route is de koordienst. In de kapellen wordt in het studiejaar vrijwel dagelijks evensong gezongen, doorgaans rond 18.00 uur en op zondag vaker, en die diensten zijn vrij toegankelijk, ook voor wie alleen komt luisteren. Het is de enige manier om de kapellen te zien zoals ze bedoeld zijn, en het kost niets. Houd er rekening mee dat er buiten het studiejaar minder gezongen wordt.
De steegjes zijn de stad op haar best
Tussen de grote straten ligt een netwerk van doorgangen dat je zonder plattegrond mist. De bekendste is de Bridge of Sighs bij Hertford College, en de smalste is St Helen's Passage, een spleet van amper een meter breed naast de Brug der Zuchten, de overdekte brug van Hertford College, die uitkomt bij de Turf Tavern, een van de oudste kroegen van de stad, weggestopt tegen de middeleeuwse stadsmuur.
De hele steegjesroute, van de markt via de Brug der Zuchten naar de Turf Tavern, is ongeveer 800 meter lopen. Ga in de vroege ochtend als je hem voor jezelf wilt hebben; vanaf 11.00 uur staan er rijen voor de fotoplekken. En kijk omhoog: de waterspuwers en koppen op de collegegevels zijn een bezienswaardigheid op zich, en ze kosten niets.
De Covered Market draait al meer dan 250 jaar
De overdekte markt in het centrum ging in 1774 open en is sindsdien onafgebroken in bedrijf, van slagers en kaaszaken tot hoedenmakers en lunchzaken. Het is de plek voor een betaalbare lunch tussen de bezienswaardigheden door, en de toegang is vrij.
De markt is het levende tegenwicht tegen de souvenirwinkels op de hoofdstraten: hier kopen de inwoners zelf. Let op de sluitingstijden; anders dan de winkelstraten gaat de markt aan het eind van de middag dicht en op zondag draait maar een deel van de zaken.
Punteren doe je vanaf Magdalen Bridge
De rivieren Cherwell en Theems horen bij de stad, en de klassieke manier om ze te zien is de punt, de platte boot die je met een stok voortduwt. Bij het botenhuis onder Magdalen Bridge huur je er een voor rond de 30 tot 35 pond per uur, goed voor maximaal vijf personen, of je laat je varen door een punter die het wel kan.
Zelf punteren is leuker dan het lijkt en natter dan je hoopt; reken op een half uur stuntelen voordat het lukt, en laat telefoon en camera in een dichte tas. Het seizoen loopt grofweg van maart tot en met oktober, en op zomerse middagen is de rij voor de boten het langst rond twee uur.
Buiten het centrum liggen de weides en een paleis
Ten noordwesten van het centrum ligt Port Meadow, een weiland van rond de 130 hectare langs de Theems dat volgens de stad al meer dan duizend jaar niet is geploegd en waar paarden en koeien vrij lopen; vanaf Walton Street is het tien minuten lopen. Aan de andere kant kijkt de Carfax Tower, de rest van een kerk uit de veertiende eeuw, over de kruising in het midden van de stad. Op ongeveer 13 kilometer ligt Blenheim Palace, het enige niet-koninklijke landhuis in Engeland dat paleis mag heten en de geboorteplaats van Winston Churchill; toegang kost rond de 35 pond en er rijdt een bus naartoe. Reken voor Blenheim op een halve dag.
Wat een dag Oxford kost
De stad kan verrassend goedkoop of verrassend duur zijn, en het verschil zit in de keuzes. Wie Christ Church en de lange Bodleian-rondleiding boekt, is met entree alleen al zo'n 45 pond per persoon kwijt, ruim 50 euro. Wie de gratis musea, de evensong, de steegjes en de markt doet, geeft buiten eten en drinken vrijwel niets uit en ziet niet minder van de stad.
De middenweg is één betaald icoon per dag. Betalen gaat vrijwel overal contactloos, ook in de bussen; contant geld is in Oxford eerder uitzondering dan regel. Reken voor een pubmaaltijd op 15 tot 20 pond.
Wanneer je gaat
April tot en met juni en september zijn de beste maanden: het studiejaar loopt dan (dus evensong en open colleges), het punterseizoen is begonnen en de grote drukte van juli en augustus is er nog niet of alweer af. In de zomervakantie zijn de studenten weg en de tourgroepen op hun talrijkst, en dan zijn de rondleidingen het snelst vol.
Eén datum verdient een aparte vermelding: op 1 mei zingt het koor van Magdalen College om zes uur 's ochtends vanaf de collegetoren, en de halve stad staat dan op de brug te luisteren. Wie er toevallig is, moet vroeg opstaan; wie er speciaal voor komt, moet ver vooruit een slaapplek boeken.