Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Bács-Kiskun is de grootste provincie van Hongarije en bestaat uit zand
Deze provincie tussen de Donau en de Tisza is met ruim 8.400 vierkante kilometer de grootste van het land. De bodem bestaat grotendeels uit zand, met daartussen zoutmeertjes, moerassen en graslanden.
Dat levert een landschap op dat kinderen nergens anders zien: vlak, open en met kuddes. Dit artikel behandelt de uitjes, met entreeprijzen, leeftijden, openingstijden en afstanden.
Het Kiskunság Nationaal Park bestaat uit negen losse stukken
Het Kiskunság Nationaal Park beslaat volgens het parkbestuur ongeveer 50.000 hectare, verdeeld over negen niet aaneengesloten gebieden met zandduinen, zoutmeertjes en graslanden waarop Hongaarse grijze runderen en racka-schapen met gedraaide hoorns lopen.
Entree tot de bezoekgebieden kost 1.500 tot 3.000 forint per persoon. Er zijn bezoekerscentra die van april tot oktober dagelijks open zijn, doorgaans van negen tot vijf. De paden zijn vlak; met kinderwagens kom je op de meeste plekken vooruit, al zakt een smal wiel weg zodra je van het pad af gaat.
In Bugac worden de ruitershows gegeven
In Bugac, 40 kilometer ten zuiden van Kecskemét, wordt een programma gegeven met paarden en csikós in traditionele kleding, waaronder het beeld waarbij een ruiter staand op twee paarden een span van vijf stuurt.
Een kaartje kost 3.500 tot 6.000 forint voor volwassenen en minder voor kinderen; er zijn doorgaans twee voorstellingen per dag van april tot oktober. Reken op twee uur inclusief het herdersmuseum in de ronde schaapskooi. Let op: de zweepslagen zijn hard en jonge kinderen schrikken daarvan; ga op afstand zitten.
Het Kolon-meer bij Izsák is een vogelgebied
Bij Izsák, 25 kilometer van Kecskemét, ligt het Kolon-tó, een ondiep moerasmeer met riet en wilgen waar volgens de parkbeheerder ruim tweehonderd vogelsoorten zijn geteld.
Toegang kost enkele honderden forint of zit in de parkkaart. Er ligt een vlonderpad met kijkhutten; reken op anderhalf uur. Neem een verrekijker mee. In het voorjaar staat het water hoog en zijn er de meeste vogels; in augustus valt een deel droog en zijn er vooral muggen.
In Kecskemét staat een speelhuis voor kinderen
Kecskemét telt ongeveer 110.000 inwoners en heeft naast een jugendstilcentrum een interactief speel- en ontdekhuis voor kinderen, waar alles bedoeld is om aan te raken.
Entree kost 1.500 tot 3.000 forint; het is doorgaans van dinsdag tot zondag open, van tien tot zes. Reken op twee uur. In dezelfde stad zit een speelgoedmuseum en staat het Cifra Paleis uit 1902, met een gevel vol gekleurde Zsolnay-tegels die kinderen zonder uitleg mooi vinden.
In Kalocsa zit een museum over paprika
In Kalocsa aan de Donau wordt al eeuwen paprika geteeld en gemalen; er zit een museum over de teelt, het drogen en het malen, met de oude houten molens waarin de gedroogde peulen tot poeder werden gestampt.
Entree kost 1.000 tot 2.000 forint; het is van dinsdag tot zondag open, doorgaans van tien tot vijf. Reken op een uur. In september en oktober hangen in Kalocsa de gevels vol slierten drogende paprika's, en dat is het moment om er te zijn. In hetzelfde stadje zit een museum over het borduurwerk waar de streek om bekendstaat.
Bij Baja rijdt een treintje door het ooibos
Bij Baja begint het Gemenc-gebied, een ooibos langs de Donau dat bij het Duna-Dráva Nationaal Park hoort en bij hoogwater deels onder water staat. Er leven edelherten, zwarte ooievaars en zeearenden.
Door het bos rijdt een smalspoortreintje over een traject van ruim tien kilometer; een retour kost 1.500 tot 3.000 forint en de rit duurt ongeveer een uur enkele reis. Het rijdt van april tot oktober, met minder ritten buiten het hoogseizoen. Reken op een halve dag met de wandeling erbij.
De zwemplassen zijn oude grindgaten en zoutmeren
Langs de Tisza aan de oostgrens liggen oude grindwinningen die als zwemplas worden gebruikt, met zandstrandjes en ondiepe randen. In het westen ligt bij Dunapataj het Szelidi-meer, een langgerekt zoutmeer waar het water door de mineralen zacht aanvoelt, en bij Soltvadkert het Vadkert-meer met een zandbodem.
Toegang kost 500 tot 2.500 forint per persoon; ze zijn van juni tot begin september open, doorgaans van negen tot zeven, met toezicht. Het water haalt in juli en augustus 22 tot 26 graden. Dit is het alternatief voor de thermale baden, die voor kinderen vaak te warm zijn.
De thermale baden hebben een koeler deel voor kinderen
In de grotere plaatsen van de provincie, waaronder Kecskemét en Kiskunhalas, liggen badcomplexen met warmwaterbassins en daarnaast een deel met koeler water, glijbanen en een kleuterbad.
Een dagkaart kost 2.500 tot 4.500 forint voor volwassenen en minder voor kinderen; ze zijn dagelijks open, doorgaans van negen tot zeven. Reken op een halve dag. Let op: de warmste bassins zijn 36 tot 38 graden en niet bedoeld voor jonge kinderen; die grens staat bij elk bassin aangegeven, meestal met een maximale badtijd erbij.
Praktisch
Vanuit Nederland vlieg je in ongeveer twee uur op Boedapest en rijdt daarna 85 tot 150 kilometer in een tot anderhalf uur over de snelweg. Hongarije betaalt met de forint en niet met de euro; voor de snelweg heb je een vignet nodig van rond de 5.000 forint voor tien dagen. Net over de provinciegrens bij Ópusztaszer ligt een erfgoedpark met een rondschilderij van 120 meter over de komst van de Hongaren, dat met oudere kinderen indruk maakt.
Mei, juni en september geven 20 tot 28 graden. In juli en augustus is het 30 tot 36 graden op deze open vlakte, met weinig schaduw; plan buitenuitjes dan voor elf uur. In de winter is het rond het vriespunt en zijn de parkgebieden en de ruitershows gesloten.