Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Kecskemét werd rijk van fruit en bouwde daarvan zijn centrum
Kecskemét ligt midden op de zandvlakte tussen de Donau en de Tisza, 85 kilometer ten zuidoosten van Boedapest, en telt volgens het statistiekbureau ruim 110.000 inwoners. De stad verdiende rond 1900 goed aan fruit, wijn en vee, en gaf dat geld uit aan een centrum vol gebouwen in de Hongaarse jugendstil, die hier in twee decennia rond het Szabadság tér verrees.
Dat maakt het centrum compact: alles staat binnen een straal van vijfhonderd meter. Dit artikel behandelt de stad en het Kiskunság-gebied eromheen, met entreeprijzen, openingstijden en afstanden.
Het stadhuis van Lechner heeft een carillon dat Kodály speelt
Het stadhuis is tussen 1893 en 1897 gebouwd naar een ontwerp van Ödön Lechner en Gyula Pártos, in de stijl waarmee Lechner een Hongaarse bouwtaal wilde maken: Zsolnay-keramiek op het dak, volksmotieven in de gevel en golvende lijnen. Binnen liggen ceremoniële zalen met glas-in-lood.
In de toren hangt een carillon dat meermaals per dag melodieën van Zoltán Kodály speelt, die hier in 1882 werd geboren; daar staan tussen de middag mensen voor stil op het plein. Het gebouw is in gebruik als stadhuis en alleen op vaste momenten of met een rondleiding van binnen te zien, voor 1.500 tot 3.000 forint.
Het Cifrapalota is van onder tot boven met keramiek bedekt
Het Cifrapalota, het Ornamentale Paleis, werd in 1902 gebouwd naar ontwerp van Géza Márkus en is over de hele gevel bekleed met Zsolnay-tegels in bloem- en hartvormen, met een dak in golvende lijnen. Binnen zit de stedelijke kunstgalerij, met Hongaarse schilderkunst uit de negentiende en twintigste eeuw.
Entree kost 1.500 tot 3.000 forint; het is van dinsdag tot zondag open, doorgaans van 10.00 tot 17.00 uur. Reken op een uur. Ook zonder binnen te gaan is het de moeite: de gevel is het meest gefotografeerde gebouw van de stad.
Het Katona József Theater staat aan hetzelfde plein
Het theater uit 1896 is gebouwd door het Weense bureau Fellner en Helmer, dat in heel Midden-Europa schouwburgen neerzette, in neobarokke stijl met een rijk versierde zaal. Het is genoemd naar de toneelschrijver József Katona, die uit deze stad kwam.
Kaarten voor een voorstelling kosten 2.500 tot 6.000 forint; rondleidingen overdag gaan op afspraak. Voor het gebouw staat een beeldengroep van de Heilige Drie-eenheid uit 1742, opgericht na een pestepidemie. In het Kodály Instituut in het voormalige franciscaanse klooster wordt de muziekmethode onderwezen die wereldwijd naar de componist is genoemd.
Rond het plein staan kerken van vier gezindten
Aan en rond het Kossuth tér staan de Grote Kerk uit 1806, de laatbarokke katholieke hoofdkerk van de stad, de Franciscaner kerk die met haar veertiende-eeuwse kern het oudste gebouw is, de protestantse kerk uit de achttiende eeuw en een orthodoxe kerk. Even verderop staat het voormalige joodse gebedshuis uit 1871, nu een wetenschapscentrum met gipsafgietsels van Michelangelo.
Binnenkijken is doorgaans gratis of kost enkele honderden forint; de openingstijden lopen uiteen en buiten de diensten zijn sommige kerken dicht. Reken op anderhalf uur voor het hele rondje.
De musea liggen op loopafstand van elkaar
Kecskemét heeft het Hongaars Museum voor Naïeve Kunst, een verzameling werk van ongeschoolde schilders die in Europa weinig weerga heeft, en daarnaast een speelgoedmuseum waar kinderen zelf mogen spelen. Ook staat er een museum voor fotografie in een voormalige synagoge.
Entree ligt per museum tussen 1.000 en 2.500 forint en ze zijn van dinsdag tot zondag open. Reken op een uur per museum. Met kinderen is het speelgoedmuseum de beste keuze; de naïeve kunst is met haar felle kleuren voor hen ook goed te volgen.
De Kiskunság is geen woestijn maar een zandsteppe
Het gebied rond de stad wordt weleens woestijn genoemd, maar dat klopt niet: het is een zandsteppe met graslanden, moerassen en duinen die door de wind zijn opgeworpen, en er valt jaarlijks 500 tot 550 millimeter regen. Wel is het het droogste deel van Hongarije, en op de kale zandruggen groeit weinig.
Het Kiskunság Nationaal Park uit 1975 beschermt ongeveer 50.000 hectare, verdeeld over negen losse gebieden. Toegang tot de meeste delen is gratis; bezoekerscentra vragen 1.500 tot 3.500 forint. Tussen de duinen liggen sodameren waarvan de oevers wit uitslaan als het water in de zomer verdampt.
Bij Bugac lopen racka-schapen en rijden de herders
Bugac, op ongeveer 40 kilometer van Kecskemét, is het toegankelijkste deel van het park. Er lopen kudden racka-schapen met rechte, gedraaide hoorns, Hongaarse grijze runderen en mangalica-varkens, en in het seizoen geven de csikós te paard een voorstelling waarbij ze staand op twee dieren een span van vijf sturen.
Een kaartje met huifkarrit kost 4.000 tot 7.000 forint en het duurt anderhalf uur; het seizoen loopt van april tot oktober. In het herdersmuseum in een ronde schaapskooi staat het gereedschap van het vak. Let op: er is geen schaduw en in juli loopt het naar 35 graden, dus ga vroeg.
Praktisch
Vanuit Boedapest rijd je in een uur over de snelweg naar Kecskemét; de trein doet er anderhalf uur over en kost rond de 2.500 forint. Het centrum is te voet te doen, maar voor Bugac en de andere parkdelen is een auto nodig, want de bussen tussen de dorpen rijden een paar keer per dag. Hongarije betaalt met de forint en op de snelweg geldt een digitaal vignet.
Mei, juni en september geven 22 tot 28 graden en zijn het aangenaamst. In juli en augustus loopt het naar 33 tot 38 graden op een vlakte zonder schaduw. In de winter is het er mistig en guur, en dan zijn de bezoekerscentra en een deel van de musea beperkt open.