Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Het land is vlak, maar het zand bepaalt welke band je nodig hebt
Bács-Kiskun ligt op de Grote Laagvlakte en kent nauwelijks hoogteverschil: tussen het laagste en het hoogste punt zit minder dan honderd meter. Dat maakt het op papier ideaal fietsland, maar een deel van de paden ligt op los zand waar een racefiets of een gewone stadsfiets wegzakt.
Reken dus op een hybride of mountainbike zodra je van het asfalt af gaat. Dit artikel behandelt de routes door de duinen, de bossen en langs de Donau, met afstanden, ondergrond en het seizoen.
Bij Fülöpháza bewegen de duinen nog steeds
De Fülöpházi-zandduinen liggen 25 kilometer ten westen van Kecskemét en vormen volgens het parkbestuur het bekendste stuk stuifzand van het Kiskunság Nationaal Park, dat sinds 1975 beschermd is. Het zand is hier na de laatste ijstijd door de wind opgeworpen en een deel van de ruggen verplaatst zich nog altijd, omdat de begroeiing het niet vasthoudt.
Er loopt een leerpad van ongeveer 2,5 kilometer met borden over de planten die op puur zand groeien. Toegang is gratis, het bezoekerscentrum vraagt 1.500 tot 2.500 forint. Let op: op de open duinen is geen schaduw en het zand kaatst de zon terug, dus doe dit voor elf uur of na vijf uur en neem twee liter water mee.
Rond Bugac staat een jeneverbesbos op het zand
Bij Bugac groeit op de zandruggen een open bos van jeneverbes en populier, een begroeiing die vrijwel alleen op dit soort bodem voorkomt. Er lopen wandelpaden van 3 tot 8 kilometer en bredere zandwegen die met de fiets te doen zijn.
Lopen is gratis; het toegangskaartje voor het gedeelte met de herdersvoorstelling en het museum kost 4.000 tot 7.000 forint. Onderweg kom je langs tanya's, de alleenstaande boerderijen die typerend zijn voor deze streek, en langs kudden Hongaarse grijze runderen. Vanaf Kecskemét is het 40 kilometer.
Bij Harta loopt een dijkpad langs de Donau
Harta ligt aan de Donau in het westen van de provincie, in een strook waar vanaf 1723 Duitse kolonisten werden gevestigd; dat zie je nog aan de langgerekte huizen en aan het dialect dat er tot in de twintigste eeuw werd gesproken.
Over de dijk loopt een verhard pad waarover ook de Europese fietsroute EuroVelo 6 gaat, die de Donau van de bron tot de Zwarte Zee volgt. Fietsen is gratis en het pad is vlak en autovrij. Let op: op de dijk staat bijna altijd wind en er is geen beschutting; plan de wind mee op de terugweg in plaats van andersom.
In Baja splitst de rivier zich rond het centrum
Baja, 80 kilometer zuidelijker aan dezelfde rivier, ligt aan de Sugovica, een zijarm van de Donau, met een centraal plein dat op het water uitkomt. Vanaf hier lopen fietsroutes het rivierbos in, een ooibos dat bij hoogwater deels onderloopt.
Rondlopen en fietsen kost niets; een pont naar de overkant kost enkele honderden forint. De stad is bekend om zijn vissoep, die in juli op het plein in honderden ketels tegelijk wordt gekookt. Een kom in een restaurant kost 2.500 tot 4.000 forint. Reken op 25 tot 40 kilometer voor een lus door het rivierbos.
Het meer bij Soltvadkert is de plek om af te koelen
Soltvadkert ligt tussen de wijngaarden en heeft een meer met een zandbodem waar je gewoon in kunt zwemmen; het water is ondiep en warmt in de zomer snel op. Er ligt een strandbad met ligweide.
Entree kost 1.000 tot 2.500 forint en het is van juni tot eind augustus open, doorgaans van 9.00 tot 19.00 uur. Rond het dorp liggen fietsroutes van 20 tot 35 kilometer langs de wijnhuizen van de Kunsági-streek. Dit is de logische middagstop op een warme dag, want zwemwater is in deze provincie schaars.
Kiskunhalas is bekend om zijn kant
Kiskunhalas, in het zuiden van de provincie, maakt sinds 1902 handgemaakte kant die met naald en draad wordt gemaakt in plaats van geklost; het is een techniek die alleen hier wordt beoefend en waarvan een middelgroot stuk maanden werk kost.
Het kantmuseum vraagt 1.000 tot 2.000 forint entree en is van dinsdag tot zondag open; je ziet er vrouwen aan het werk. Reken op een uur. De stad ligt aan doorgaande fietsroutes tussen de wijndorpen en heeft een thermaalbad waar je na een dag op de fiets terechtkunt.
Wanneer je gaat en wat je meeneemt
April, mei, september en oktober zijn de beste maanden: 15 tot 25 graden, weinig muggen en zacht licht op de vlakte. In juli en augustus loopt het overdag naar 33 tot 38 graden en is er tussen elf en vijf op de open zandvlakte niet te fietsen.
Neem water voor de hele tocht mee, want onderweg is buiten de dorpen niets te koop. Controleer na een wandeling door hoog gras op teken, die hier voorkomen. In de moerasdelen staan in juni en juli veel muggen; bij de sodameren is dat het ergst tegen de avond.
Praktisch
Kecskemét is het logische vertrekpunt: 85 kilometer van Boedapest, een uur over de snelweg of anderhalf uur met de trein voor rond de 2.500 forint. Fietsen huren kost 3.000 tot 5.000 forint per dag en kan in Kecskemét, Bugac en Baja; in de kleinere dorpen is er niets, dus regel het vooraf.
Treinen nemen fietsen mee tegen een kleine toeslag, wat handig is om een enkele reis te fietsen en terug te sporen. Hongarije betaalt met de forint en op de snelweg heb je een digitaal vignet nodig van rond de 15 euro voor tien dagen.