Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
De wijn bij het Balatonmeer groeit op uitgedoofde vulkanen
Aan de noordoever staan afgeplatte bergen van basalt die resten zijn van vulkanen. Op die hellingen liggen de wijngaarden, en het basalt houdt overdag de warmte vast en geeft die 's nachts af.
Dat verklaart waarom de wijn van deze oever anders smaakt dan die van de vlakke zuidkant. Dit artikel behandelt de wijnstreken rond het meer, met proeverijprijzen, seizoenen en de rijregels die hier strenger zijn dan je denkt.
Op alcohol achter het stuur staat hier nul tolerantie
In Hongarije geldt voor bestuurders een limiet van nul promille. Let op dat één glas wijn dus al te veel is, en er wordt streng op gecontroleerd, ook op landwegen tussen de wijndorpen; boetes lopen op tot enkele honderdduizenden forint.
Regel daarom een chauffeur, ga met de fiets of gebruik de veerboot en de trein die langs beide oevers rijden. Aanbieders van wijntochten met vervoer vragen 15.000 tot 30.000 forint per persoon voor een halve dag. Wie zelf rijdt, laat één persoon nuchter en laat die ook echt niet proeven. De afstand tussen twee wijndorpen aan de noordoever is doorgaans 5 tot 15 kilometer, wat met de fiets een half uur is.
Op de Badacsony groeit de kéknyelű
De Badacsony van 437 meter aan de noordoever is bekend om de kéknyelű, een witte druif met een blauwachtige steel die bijna alleen hier wordt geteeld. De plant heeft een andere druivensoort nodig om bestoven te worden, waardoor de oogst klein en de wijn duur blijft; daarnaast staat er veel olaszrizling.
Een fles kost 4.000 tot 9.000 forint bij het huis. Proeverijen kosten 3.000 tot 8.000 forint per persoon en duren een uur, dus bel een dag vooruit. Vanaf de kelders loop je in een half uur naar het uitzichtpunt op de berg, langs de Szent Donát-kapel, en kijk je over het hele meer.
De dorpen in het Káli-bekken zijn van steen
Achter de eerste heuvelrij ligt het Káli-bekken met dorpen die van plaatselijke steen zijn gebouwd, met rieten daken en wijnkelders in de helling. Bij Szentbékkálla ligt het Kőtenger, een veld met losse basaltblokken waar kinderen overheen klauteren, en er staan galeries en kleine restaurants.
Rondrijden en rondlopen kosten niets en een maaltijd kost 5.000 tot 9.000 forint per persoon. Dit is het deel dat in juli en augustus vol Boedapesters zit die hier een tweede huis hebben, terwijl het in mei, juni en september stil is en de kelders gewoon open zijn.
Csopak heeft een eigen wijnaanduiding
Csopak, een klein dorp aan de noordoever bij Balatonfüred, mag sinds enkele jaren zijn naam op het etiket zetten voor olaszrizling, de meest verbouwde witte druif van het land, die hier door de kalkbodem droger en mineraliger uitvalt dan elders. Wijnhuizen als Jásdi en Sandahl, dat door een Zweedse familie wordt gerund, liggen er naast elkaar.
Proeven kost 3.000 tot 6.000 forint. De wijnhuizen zijn doorgaans van donderdag tot zondag open en op afspraak daarbuiten. In dit dorp begint ook een wandelroute over de heuvels van ongeveer acht kilometer, met uitzicht op het meer en langs bronnen. Het schiereiland Tihany ligt op een kwartier rijden, met lavendelvelden en een abdij uit 1055.
De mousserende wijn komt van de zuidoever
De zuidkant van het meer is vlak en zanderig, en daar liggen grotere bedrijven die vooral mousserende wijn maken volgens de flesgistingsmethode.
Rondleidingen kosten 4.000 tot 8.000 forint en duren een uur, en de meeste huizen zijn van dinsdag tot zaterdag open. Dit is de kant waar de meeste badplaatsen liggen, wat een middag wijn na een ochtend strand praktisch maakt; de noordoever vraagt meer rijden. Westelijk, voorbij Balatonmagyaród, ligt het moerasgebied Kis-Balaton, en bij Zalakaros liggen de thermale baden.
De wijnfeesten vallen tussen juli en september
Aan beide oevers worden in de zomer wijnweken gehouden, met kramen langs de promenade, muziek en glazen die je voor enkele honderden forint koopt en houdt.
De oogstfeesten volgen in september. Toegang is meestal gratis. In die weken zijn de kampeerplaatsen en pensions vol en liggen de prijzen 20 tot 40 procent hoger, dus boek vooruit of kies een doordeweekse dag buiten die periodes.
Wat vaak in dit rijtje staat, komt van ver
De zoete aszú-wijnen van furmint uit Tokaj in het noordoosten, waar huizen als Disznókő en Royal Tokaji zitten, de rode kadarka en kékfrankos uit Szekszárd in het zuiden, de egri bikavér uit Eger met de kelders in de Szépasszonyvölgy, de vallei van de schone vrouw, en de wijn van de abdij van Pannonhalma in het noordwesten worden geregeld bij dit meer genoemd, maar die gebieden liggen op 100 tot 250 kilometer. Ook de juhfark van de Somló, de kleinste wijnstreek van het land, hoort daar niet bij het Balaton.
Je vindt die flessen wel in de wijnwinkels aan het meer, doorgaans voor 3.000 tot 15.000 forint. Wie de streken zelf wil zien, moet er twee tot drie uur voor rijden, en als dagtocht vanaf het meer is dat lang.
Praktisch
Vanuit Boedapest rijd je in ongeveer twee uur naar de noordoever; er rijden treinen langs beide kanten van het meer en er varen veerboten tussen de oevers, met een overtocht van een half uur. Hongarije betaalt met de forint.
Mei tot september is het seizoen met 20 tot 30 graden. De oogst valt in september en begin oktober, wanneer het in de kelders het drukst en het interessantst is. In de winter zijn veel kleine huizen gesloten en werken ze alleen op afspraak.