Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Boedapest is pas sinds 1873 één stad
Buda, Óbuda en Pest waren tot 1873 drie zelfstandige steden, gescheiden door de Donau, en pas in dat jaar werden ze samengevoegd. Het hoogteverschil verklaart het meeste: Buda ligt op heuvels tot ruim 500 meter, Pest op een vlakte die tot aan de Grote Laagvlakte doorloopt. De rivier is er ongeveer 300 tot 500 meter breed en wordt door negen bruggen overspannen. De stad telt rond de 1,7 miljoen inwoners, van wie ongeveer tweederde aan de Pest-kant woont.
De Kettingbrug uit 1849 was de eerste vaste verbinding
De Széchenyi Lánchíd, de Kettingbrug, opende in 1849 en was de eerste permanente oeververbinding; daarvoor ging alles met veerboten en in de winter over het ijs. Hij is ongeveer 375 meter lang en werd in 1945 door terugtrekkende troepen opgeblazen en in 1949 herbouwd. Na een grondige renovatie ging hij in 2023 weer open, nu met bredere stoepen en minder autoverkeer. Overlopen kost tien minuten en is de directste manier om het verschil tussen beide helften te voelen.
De burchtheuvel van Buda staat op de werelderfgoedlijst
De burchtwijk ligt op een kalksteenrug van ongeveer 170 meter boven de rivier en staat sinds 1987 op de werelderfgoedlijst, samen met de oevers en de Andrássy-laan. Het paleis in de huidige vorm dateert grotendeels van na 1945, omdat het complex bij de belegering van 1944 en 1945 vrijwel volledig verwoest werd. Onder de Várhegy loopt een stelsel van gangen en grotten van ongeveer 10 kilometer, ontstaan door warmwaterbronnen, met de Labirintus als bezoekbaar deel. Naar boven gaat een kabelspoor uit 1870 dat rond de 4.000 forint kost.
Het Vissersbastion is nieuwer dan het eruitziet
Het Halászbástya werd tussen 1895 en 1902 gebouwd als uitkijkterras, dus het is geen middeleeuws verdedigingswerk hoewel het er zo uitziet. De zeven torentjes staan voor de zeven Hongaarse stammen die zich hier rond het jaar 895 vestigden. De onderste terrassen zijn gratis; voor de bovenste galerij betaal je in het hoogseizoen een klein bedrag. Kom voor negen uur in de ochtend, want daarna staat het er vol.
Het parlement aan de Pest-kant is het grootste gebouw van het land
Het parlementsgebouw werd tussen 1885 en 1904 gebouwd, meet 268 bij 123 meter en heeft een koepel van 96 meter, precies even hoog als de Sint-Stefanusbasiliek verderop; dat getal verwijst naar het jaar 896. Binnen liggen de kroonjuwelen, waaronder de Heilige Kroon. Bezoek kan alleen met een rondleiding van ongeveer 45 minuten, die je vooraf online reserveert. Let op: het gebouw is gesloten wanneer het parlement vergadert, en dat wisselt per week.
Pest heeft het rechte stratenplan en de winkelstraten
Pest is aangelegd volgens een halfrond stelsel van ringen en radialen dat na de overstroming van 1838 grotendeels opnieuw werd uitgezet. De Andrássy út loopt over 2,3 kilometer kaarsrecht van het Erzsébet tér naar het Hősök tere, het Heldenplein, en staat ook op de werelderfgoedlijst. Eronder ligt de metrolijn uit 1896, na die van Londen de oudste ondergrondse van Europa; een rit kost rond de 450 forint. De Váci utca is de bekendste winkelstraat en tevens de duurste; de Nagykörút, de grote ring van 4,5 kilometer, is er de tegenhanger van.
De baden liggen grotendeels aan de Buda-kant
Onder de stad komen meer dan honderd warmwaterbronnen naar boven, en de meeste historische baden staan daarom aan de Buda-kant: het Gellért uit 1918 in jugendstil, het Rudas uit de zestiende eeuw met een Ottomaanse koepel en het Király uit dezelfde periode, allemaal aan de voet van de Gellérthegy en de Várhegy. Aan de Pest-kant ligt het Széchenyi uit 1913, het grootste van Europa met achttien bassins. Een dagkaart kost 8.000 tot 12.000 forint, omgerekend 20 tot 30 euro. Neem badslippers mee, want die zijn overal verplicht.
Het Gellértplateau is de stadswandeling met uitzicht
De Gellértberg rijst 235 meter boven de Donau op en is in twintig minuten te beklimmen vanaf de brug bij het Gellértbad. Bovenop staat de Citadella uit 1854, gebouwd door de Habsburgers om de stad onder schot te houden, met daarnaast het Bevrijdingsmonument van 14 meter uit 1947. Het uitzicht is het beste van de stad. De klim gaat over trappen en onverharde paden en is met een kinderwagen niet te doen.
Óbuda is de derde en oudste stad
Óbuda ten noorden van de burchtheuvel wordt vaak vergeten, terwijl daar de Romeinse stad Aquincum lag, hoofdstad van de provincie Pannonia met naar schatting 30.000 inwoners. De opgravingen met een amfitheater en een museum zijn gewoon te bezoeken voor een paar euro. Het Fő tér, het oude dorpsplein, heeft een handvol barokke huizen en restaurants. Vanaf het Batthyány tér ben je er met de HÉV-trein in een kwartier, voor rond de 500 forint.
De ruïnekroegen zitten in de oude joodse wijk
In de zevende wijk van Pest, de vooroorlogse joodse wijk, ontstonden vanaf 2002 kroegen in leegstaande panden die op sloop wachtten, ingericht met afgedankt meubilair. De bekendste zit in een binnenhof en trekt inmiddels zoveel bezoekers dat bewoners over geluidsoverlast klagen. Een bier kost er 1.500 tot 2.500 forint. In dezelfde wijk staat de Dohány utcai zsinagóga uit 1859, met ruim 3.000 zitplaatsen de grootste synagoge van Europa, met daarachter het Herzl-plein.
Buda is groen en Pest is vlak
Aan de Buda-kant liggen bossen tot binnen de stadsgrenzen: de Jánosberg is met 527 meter het hoogste punt van de stad, bereikbaar met een stoeltjeslift en met de Kindertrein, een smalspoorlijn uit 1948 die grotendeels door kinderen wordt bemand. Aan de Pest-kant is de grootste groene ruimte het Városliget, een park van ongeveer 100 hectare met het Széchenyibad, de dierentuin en een neponderdeel: de Vajdahunyad vára, in 1896 gebouwd als tijdelijk decor voor het millenniumfeest en daarna in steen herbouwd, met het Széchenyi fürdő en het Műcsarnok in dezelfde park. Voor wandelen zit je aan de Buda-kant, voor zitten en kijken aan de Pest-kant.
Waar je het beste verblijft
Wie uitgaan en restaurants zoekt zit in de vijfde, zesde of zevende wijk aan de Pest-kant, met alles op loopafstand. Wie rust wil en het niet erg vindt om te reizen, zit in de eerste, tweede of twaalfde wijk aan de Buda-kant, waar het merkbaar stiller en groener is. In de Erzsébetváros en de Terézváros aan de Pest-kant liggen de meeste adressen; in de Rózsadomb en de Hegyvidék aan de Buda-kant betaal je voor een vergelijkbaar verblijf vaak een kwart minder. Met de metro ben je van de ene kant op de andere in tien minuten.
Praktisch bij een bezoek
Betalen gaat in forint en niet in euro; wisselen doe je in de stad en niet op de luchthaven, waar de koersen fors slechter zijn. Een dagkaart voor het openbaar vervoer kost rond de 2.500 forint en geldt voor metro, tram en bus. De zomers zijn heet met 27 tot 32 graden in juli en augustus, terwijl mei, september en oktober aangenamer zijn. In december staan er kerstmarkten op het Vörösmarty tér en bij de Sint-Stefanusbasiliek.