Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
In Székesfehérvár zijn eeuwenlang de Hongaarse koningen gekroond
Székesfehérvár, de hoofdstad van Fejér, was in de middeleeuwen de kroningsstad van het Koninkrijk Hongarije: hier werden volgens de erfgoeddienst ongeveer zevenendertig vorsten gekroond en vijftien begraven, in een basiliek die koning Stefanus rond 1010 liet bouwen.
Van dat gebouw staat vrijwel niets meer overeind; het raakte in de Ottomaanse tijd zwaar beschadigd en werd in 1601 door een kruitexplosie vernield. Dit artikel behandelt de provincie Fejér, met entreeprijzen, openingstijden en afstanden. Prijzen in forint, rond de 400 forint voor een euro.
Het Nationaal Herdenkingspark ligt op de fundamenten
Op de plek van de oude basiliek ligt een herdenkingspark waar de fundamenten, een sarcofaag uit de elfde eeuw en de contouren van de kerk in het plaveisel zichtbaar zijn gemaakt. Het ligt midden in het centrum, naast de huidige kathedraal.
Entree kost 1.500 tot 3.000 forint en het is van dinsdag tot zondag open, in de winter beperkt. Reken op een uur. In augustus draait hier het festival van de Koninklijke Dagen, met optochten, ambachten en toernooien; toegang tot het straatprogramma is gratis en tot de voorstellingen 3.000 tot 6.000 forint.
Het Bory-kasteel is door één man in zesendertig jaar gebouwd
Aan de rand van Székesfehérvár staat het Bory-kasteel, dat beeldhouwer en architect Jenő Bory tussen 1923 en 1959 met eigen hand en met hulp van studenten optrok, als eerbetoon aan zijn vrouw Ilona Komocsin. Hij bouwde het in beton, met zeven torens, binnenplaatsen en honderden eigen beelden en schilderijen.
Entree kost 2.000 tot 3.500 forint en het is dagelijks open, doorgaans van tien tot zes. Reken op anderhalf uur. Het is geen middeleeuws kasteel maar een twintigste-eeuws bouwsel dat gotiek, barok en art nouveau door elkaar gebruikt; dat maakt het vreemd en juist daardoor de moeite waard.
In het centrum staan het bisschoppelijk paleis en een speelgoedmuseum
Het historische centrum van Székesfehérvár is compact en autovrij, met barokke gevels rond het Stadhuisplein. Het bisschoppelijk paleis uit 1801 is gebouwd met stenen van de afgebroken koninklijke basiliek; even verderop hangt in de Deák-collectie Hongaarse schilderkunst uit de negentiende en twintigste eeuw.
De musea vragen per stuk 1.500 tot 3.000 forint en zijn van dinsdag tot zondag open. In hetzelfde centrum zit een speelgoedmuseum met poppenhuizen en blikken speelgoed, dat met kinderen tot een jaar of tien een uur vult. Reken op een halve dag voor de stad.
Het Velence-meer is het derde meer van Hongarije en ondiep
Het Velence-meer beslaat ongeveer 26 vierkante kilometer en is gemiddeld maar anderhalve meter diep. Daardoor warmt het snel op: in juli en augustus haalt het water 26 tot 28 graden, warmer dan het Balatonmeer.
De strandbaden bij Velence, Gárdony en Agárd vragen 1.500 tot 3.000 forint per persoon en zijn van juni tot eind augustus open. Rond het meer loopt een fietspad van ongeveer 30 kilometer. Let op: door de geringe diepte kan het water in een hete zomer sterk opwarmen en kan er algenbloei ontstaan; de gemeente meldt dat op borden bij de ingang.
De westelijke helft van het meer bestaat uit riet
Het westelijke deel van het Velence-meer is een rietmoeras dat als vogelreservaat is aangewezen; bij Dinnyés ligt een vogelkijkgebied waar in het voor- en najaar duizenden trekvogels pleisteren, waaronder reigers, lepelaars en ganzen; er zijn meer dan 200 soorten geteld en het riet beslaat ongeveer een derde van het meer.
Toegang gaat via een pad met kijkhutten en kost enkele honderden forint; rondleidingen met een parkgids kosten 2.000 tot 4.000 forint. Neem een verrekijker mee en ga vroeg. Ten zuiden ligt het moerasgebied Sárrét, dat grotendeels is drooggelegd maar waar nog stukken riet en wilgenbos over zijn.
In Agárd ligt een thermaalbad aan het meer
Bij Agárd, aan de zuidoever van het Velence-meer, ligt een thermaalbad met binnen- en buitenbassins van 28 tot 38 graden, gevoed door water uit ruim duizend meter diepte, plus een deel met glijbanen.
Een dagkaart kost 3.500 tot 6.000 forint en het is dagelijks open, doorgaans van negen tot zeven. Reken op een halve dag. Dit is de uitwijk als het meer te warm of te troebel is, en in de winter het enige wateradres van de streek dat open blijft.
Etyek maakt mousserende wijn op een halfuur van Boedapest
Etyek ligt in het noordoosten van Fejér, 30 kilometer van Boedapest, op kalkheuvels die geschikt zijn voor druiven met veel zuur; daarom wordt hier al ruim een eeuw wijn voor de mousserende productie geteeld, met chardonnay en sauvignon blanc als belangrijkste rassen.
Een proeverij kost 3.000 tot 7.000 forint en gaat doorgaans op afspraak, in het weekend ook zonder. In de rij kelderhuisjes aan de rand van het dorp schenken kleine makers. Aan de rand van Etyek liggen filmstudio's met een van de grootste opnamehallen van Europa; die zijn niet vrij toegankelijk, maar rondleidingen worden af en toe georganiseerd.
Mór is de tweede wijnstreek van de provincie
Mór ligt in het noorden van Fejér, tussen twee heuvelruggen, en is met ruim 600 hectare de streek van de ezerjó, een witte druif die hier droge, zuurrijke wijn geeft en buiten Hongarije nauwelijks wordt geplant.
Een proeverij kost 2.500 tot 5.000 forint en een fles 1.500 tot 4.000 forint. De kelders zijn doorgaans in het weekend open of op afspraak. In het stadje staat een barok kasteel met een park, gratis toegankelijk. Rijd niet zelf na een proeverij: Hongarije kent nultolerantie voor alcohol achter het stuur.
Praktisch
Székesfehérvár ligt 65 kilometer ten zuidwesten van Boedapest, drie kwartier over de snelweg; er rijden treinen die er een uur over doen voor rond de 2.000 forint. Het Velence-meer ligt daar tussenin en heeft eigen stations. Voor Etyek, Mór en de vogelgebieden is een auto praktisch, en op de snelweg geldt een digitaal vignet.
April tot juni en september geven 18 tot 27 graden. In juli en augustus loopt het naar 30 tot 35 graden en is het meer op zijn warmst. In de winter is het rond het vriespunt; de musea en het thermaalbad blijven open, de strandbaden niet.