Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Székesfehérvár is met kinderen de logische basis in Fejér
Székesfehérvár ligt 65 kilometer van Boedapest en heeft een compact, autovrij centrum; het Velence-meer ligt op een halfuur, de burcht van Csókakő op drie kwartier en de dierentuin van Veszprém op een uur.
Dat maakt dagtochten kort, wat met kinderen het belangrijkste is. Dit artikel behandelt de uitjes met entreeprijzen, leeftijdsgrenzen en afstanden. Prijzen staan in forint, met rond de 400 forint voor een euro.
Het Bory-kasteel is door één man gebouwd en dat zie je
Aan de rand van de stad staat het Bory-kasteel, dat beeldhouwer Jenő Bory tussen 1923 en 1959 met eigen hand in beton optrok: zeven torens, binnenplaatsen, trappen die doodlopen en honderden beelden van hemzelf. Voor kinderen werkt het als een doolhof dat je mag verkennen.
Entree kost 2.000 tot 3.500 forint en kinderen betalen minder; het is dagelijks open, doorgaans van tien tot zes. Reken op anderhalf uur. Let op: er zijn smalle trappen en open galerijen zonder hoge hekken, dus met jonge kinderen loop je mee naar boven.
In het centrum zit een speelgoedmuseum
In de binnenstad van Székesfehérvár zit een museum met poppenhuizen, blikken speelgoed en houten beesten uit de negentiende en twintigste eeuw, met een deel waar kinderen zelf mogen spelen. Het ligt in het gerestaureerde Hiemer-huizenblok, een barok complex met binnenplaatsen dat je gratis mag doorlopen.
Entree voor het museum kost 1.500 tot 2.500 forint en het is van dinsdag tot zondag open. Reken op een uur. In hetzelfde blok zitten een ijssalon en een terras, en het plein ervoor is autovrij; dat maakt dit het makkelijkste uitje van de stad als het regent.
Het Herdenkingspark laat zien waar de koningen lagen
Midden in het centrum ligt het Nationaal Herdenkingspark op de fundamenten van de basiliek waar in de middeleeuwen volgens de erfgoeddienst ongeveer zevenendertig Hongaarse vorsten werden gekroond en vijftien begraven. De contouren van de kerk liggen in het plaveisel en er staat een sarcofaag uit de elfde eeuw.
Entree kost 1.500 tot 3.000 forint, kinderen minder; het is van dinsdag tot zondag open. Reken op drie kwartier, want langer houden kinderen het er niet vol. In augustus draait het festival van de Koninklijke Dagen met optochten en toernooien, en dan is het juist wel iets voor ze.
Het Velence-meer is ondiep en warm
Het Velence-meer op een halfuur rijden beslaat ongeveer 26 vierkante kilometer en is gemiddeld maar anderhalve meter diep. Daardoor haalt het water in juli en augustus 26 tot 28 graden, warmer dan het Balatonmeer, en staat een kind honderden meters uit de kant nog met het hoofd boven water.
De strandbaden bij Velence, Gárdony en Agárd kosten 1.500 tot 3.000 forint per persoon en zijn van juni tot eind augustus open, met toezicht. Let op: door de geringe diepte kan er in een hete zomer algenbloei ontstaan; dat wordt op borden bij de ingang gemeld.
In Agárd ligt een thermaalbad met glijbanen
Bij Agárd aan de zuidoever ligt een badcomplex met binnen- en buitenbassins van 28 tot 38 graden, gevoed uit ruim duizend meter diepte, plus een apart deel met glijbanen en een kleuterbad.
Een dagkaart kost 3.500 tot 6.000 forint en het is dagelijks open, doorgaans van negen tot zeven. Reken op een halve dag. De heetste bassins zijn niet bedoeld voor jonge kinderen; bij elk bassin staan de temperatuur en de aanbevolen badtijd aangegeven. In de winter is dit het enige wateradres van de streek dat openblijft.
Bij Dinnyés kun je vogels kijken vanuit een hut
De westkant van het Velence-meer is rietmoeras en vogelreservaat. Bij Dinnyés loopt een pad met kijkhutten, waar in het voor- en najaar duizenden trekvogels pleisteren; er zijn meer dan tweehonderd soorten geteld, van lepelaars tot ganzen.
Toegang kost enkele honderden forint en een rondleiding met een parkgids 2.000 tot 4.000 forint. Neem een verrekijker mee, anders ziet een kind vooral riet. Ga vroeg in de ochtend; midden op de dag is er weinig te zien en is er geen schaduw op het pad.
De burcht van Csókakő mag je gewoon beklimmen
Csókakő ligt in het noordwesten van de provincie op een rotskam van ongeveer 300 meter, met een burchtruïne uit de dertiende eeuw die na de Mongoolse inval werd gebouwd. De muren zijn geconsolideerd en je loopt er vrij tussendoor en op.
Entree kost 1.000 tot 2.000 forint en het is doorgaans van dinsdag tot zondag open. De klim vanaf het dorp duurt een kwartier over een steil pad. Let op: er staan weinig hekken en de rotsrand is op plekken onbeschermd, dus houd kleine kinderen bij de hand. Van boven kijk je over de wijnvallei van Mór.
Het arboretum bij Alcsútdoboz en de dierentuin van Veszprém
In Alcsútdoboz, 30 kilometer noordoostelijk, ligt op een voormalig Habsburgs landgoed een arboretum van ongeveer veertig hectare met oude bomen, vijvers en de ruïne van het landhuis. In februari en maart staat het vol sneeuwklokjes en dan is het er het drukst.
Entree kost 1.000 tot 2.000 forint. Voor een dag met dieren rijd je naar de dierentuin van Veszprém, een uur westelijk, waar ruim vijfhonderd dieren in een dal aan de rand van de stad leven; een dagkaart kost daar 3.500 tot 5.500 forint en kinderen betalen minder. Reken op een halve dag.
Praktisch
Székesfehérvár ligt op drie kwartier van Boedapest over de snelweg; er rijden treinen die er een uur over doen voor rond de 2.000 forint. Het Velence-meer heeft eigen stations aan dezelfde lijn. Voor Csókakő, Alcsútdoboz en Dinnyés is een auto handig; die kost 8.000 tot 15.000 forint per dag en op de snelweg geldt een digitaal vignet.
Mei, juni en september geven 18 tot 27 graden en zijn met kinderen het aangenaamst. In juli en augustus loopt het naar 30 tot 35 graden en is het meer op zijn warmst. In de winter blijven het thermaalbad en de musea open en zijn de burcht en de strandbaden dicht of beperkt toegankelijk.