Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Het Bakony-gebergte ligt grotendeels buiten Fejér
Dat is het eerste om te weten: het Bakony-gebergte strekt zich vooral uit over de buurprovincie Veszprém, en de bekende wijndorpen aan de noordoever van het Balatonmeer horen daar eveneens bij. Binnen Fejér zelf liggen de uitlopers van de Vértes met de burcht van Csókakő, en de wijnstreken van Mór en Etyek-Buda.
Vanuit Székesfehérvár rijd je in drie kwartier tot anderhalf uur naar alle plekken in dit artikel. Prijzen staan in forint, met rond de 400 forint voor een euro; entrees liggen tussen 1.500 en 4.000 forint.
De burcht van Csókakő staat op een rots boven de wijngaarden
Csókakő ligt in het noordwesten van Fejér op een rotskam van ongeveer 300 meter, met een burchtruïne uit de dertiende eeuw die na de Mongoolse inval werd gebouwd en in de Ottomaanse tijd herhaaldelijk van eigenaar wisselde. De muren en een toren zijn geconsolideerd en je loopt er vrij rond.
Entree kost 1.000 tot 2.000 forint en het is doorgaans van dinsdag tot zondag open, in de winter beperkt. De klim vanaf het dorp duurt een kwartier. Van boven kijk je over de Móri-vallei, de wijnstreek die aan de voet begint.
In Mór groeit de ezerjó en bij Etyek de basiswijn voor bubbels
De Móri-wijnstreek beslaat volgens het Hongaarse wijninstituut ruim 600 hectare en draait om de ezerjó, een witte druif die hier droge, zuurrijke wijn geeft en buiten Hongarije nauwelijks wordt geplant. Een proeverij kost 2.500 tot 5.000 forint en een fles 1.500 tot 4.000 forint.
Etyek-Buda in het noordoosten van de provincie levert al ruim een eeuw de basiswijn voor de Hongaarse mousserende productie; de kalkbodem geeft druiven met veel zuur, wat voor die methode nodig is. Er wordt chardonnay, sauvignon blanc en tramini geplant. De kelderrijen aan de rand van het dorp schenken vooral in het weekend; rijd zelf niet na een proeverij, want Hongarije kent nultolerantie.
In Dég ligt het grootste Engelse landschapspark van het land
Bij Dég, in het zuiden van Fejér, ligt rond een classicistisch landhuis van de familie Festetics een park van ongeveer honderd hectare, aangelegd in de vroege negentiende eeuw in Engelse landschapsstijl met vijvers, eilandjes en bruggen. Er staat een rietgedekt huisje in Zwitserse stijl aan het water.
Het park is tegen 1.000 tot 2.000 forint toegankelijk en overdag open; het landhuis zelf is beperkt te bezoeken. Reken op anderhalf uur. Dit is een tussenstop op de weg naar het Balatonmeer, geen dagvullend uitje, maar de bomen zijn er tweehonderd jaar oud.
De burcht van Szigliget staat op een vulkaanheuvel
Szigliget ligt aan de noordoever van het Balatonmeer, in de buurprovincie, op ongeveer anderhalf uur van Székesfehérvár. De burcht is in de dertiende eeuw na de Mongoolse inval gebouwd op een basaltheuvel van ruim 200 meter en is nooit door de Ottomanen ingenomen.
Entree kost 2.000 tot 3.500 forint en het terrein is van april tot oktober dagelijks open. De klim duurt twintig minuten over een geplaveid pad. Van boven zie je het meer, de wijngaarden en de rij uitgedoofde vulkaankegels die deze oever kenmerkt.
Op de Badacsony groeit een druif die nergens anders staat
De Badacsony is een afgeknotte basaltberg van 437 meter aan het meer, met wijngaarden op de zuidhelling. De streek is bekend van de kéknyelű, een witte druif met een bijzonderheid: de bloem is functioneel vrouwelijk, zodat er een andere variëteit naast moet staan om bestuiving te krijgen. Daardoor is het areaal klein en de wijn schaars.
Een proeverij kost 3.000 tot 7.000 forint en een fles kéknyelű 4.000 tot 12.000 forint; olaszrizling is er goedkoper en ruimer voorhanden. In Badacsonytomaj aan de voet liggen de meeste kelders. Reken op een halve dag, en ga niet met de auto als je proeft.
Csopak en de uitkijktoren liggen aan dezelfde oever
Csopak, oostelijker aan de noordoever, staat bekend om zijn olaszrizling van kalk- en mergelbodem. Tussen de dorpen door loopt de oude weg langs het meer, met bij Balatongyörök het uitkijkpunt Szépkilátó, waar je over de hele westelijke helft van het meer kijkt.
Het uitkijkpunt is gratis en altijd toegankelijk; proeverijen in Csopak kosten 3.000 tot 6.000 forint. Let op: die oude weg is in juli en augustus in het weekend druk, en parkeren bij de bekende wijnhuizen is dan lastig. Kom doordeweeks of buiten het hoogseizoen.
Het Kinizsi-kasteel in Nagyvázsony heeft een donjon van vijf verdiepingen
In Nagyvázsony, in het Bakony ten noorden van het meer, staat de burcht die Pál Kinizsi in de vijftiende eeuw kreeg van koning Matthias Corvinus; Kinizsi was een legeraanvoerder die in de verhalen bekendstaat om zijn kracht. De donjon staat er nog, met daarin een museum over wapens en het leven op de burcht.
Entree kost 1.500 tot 3.000 forint en het is van april tot oktober dagelijks open, daarbuiten beperkt. Reken op een uur. Vanaf de bovenste verdieping kijk je over de bossen van het Bakony. In het dorp staat ook een klein postmuseum.
Veszprém is de logische uitvalsbasis aan die kant
Veszprém, de hoofdstad van de buurprovincie, ligt op een rots boven twee dalen en heeft een burchtwijk met barokke gevels, een kathedraal en een uitkijkpunt aan het einde van de straat. In 2023 was de stad Culturele Hoofdstad van Europa, waarvoor een deel van het centrum is opgeknapt.
Rondlopen is gratis en de musea vragen 1.500 tot 3.000 forint. Vanaf Veszprém is het een halfuur naar de noordoever van het meer en drie kwartier naar Nagyvázsony. Verder westelijk, in Keszthely, staat het Festetics-kasteel met een bibliotheek van tienduizenden banden; dat kost 5.000 tot 8.000 forint entree.
Praktisch
Székesfehérvár ligt 65 kilometer van Boedapest, drie kwartier over de snelweg. Csókakő en Mór liggen op een halfuur, Dég op drie kwartier en de noordoever van het Balatonmeer op anderhalf uur. Voor de wijndorpen en de burchten is een auto nodig; de treinen bedienen alleen de grotere plaatsen. Op de snelweg geldt een digitaal vignet van rond de 15 euro voor tien dagen.
Mei, juni en september geven 18 tot 27 graden en zijn het aangenaamst; de oogst valt in september en oktober, als de wijndorpen feesten houden. In juli en augustus is het 30 tot 35 graden en staat de weg langs het meer vast. In de winter zijn de burchten grotendeels dicht en schenken de kelders alleen op afspraak.