Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.

Home › Hongarije › Heves › Bezoek Eger met fort, thermale baden en historische wijnkelders
Bestemming 8 min lezen

Bezoek Eger met fort, thermale baden en historische wijnkelders

Robin van den Bosch
Robin van den Bosch Redacteur · 27 mei 2025

Eger ligt tussen twee gebergten en telt vijfenvijftigduizend inwoners

Eger ligt in het noorden van Hongarije, in het dal tussen het Bükk- en het Mátra-gebergte, 130 kilometer van Boedapest. De stad heeft ongeveer 55.000 inwoners en een barok centrum dat na de Ottomaanse tijd in enkele decennia werd opgetrokken. Alles ligt hier binnen loopafstand: het kasteel, de basiliek en het Turkse bad liggen binnen vijfhonderd meter van het Dobó István-plein. Dit artikel behandelt de stad, met entreeprijzen, openingstijden en afstanden. Prijzen staan in forint, met rond de 400 forint voor een euro.

Het kasteel hield in 1552 vijf weken stand

Het kasteel van Eger is in de dertiende eeuw na de Mongoolse inval gebouwd. In 1552 hield een garnizoen van ruim tweeduizend verdedigers onder István Dobó het ruim vijf weken tegen een Ottomaans leger dat een veelvoud daarvan telde; de belegeraars trokken af. Vierenveertig jaar later viel de stad alsnog en bleef ze bijna een eeuw Ottomaans. Entree kost 2.500 tot 4.000 forint en het kasteel is dagelijks open, in de winter korter. In het Dobó István Kasteelmuseum staan wapens, vaandels en vondsten uit de opgravingen. Op het terrein ligt ook het graf van schrijver Géza Gárdonyi, wiens roman over dat beleg in Hongarije op elke school wordt gelezen; op de steen staat alleen: hier ligt slechts zijn lichaam.

Onder het kasteel lopen kazematten door de rots

In de zestiende eeuw werd onder de muren een stelsel van gangen uitgehakt om tegenmijnen te kunnen graven als de belegeraars zich naar binnen groeven. Een deel daarvan is te bezoeken, met lage doorgangen en schietgaten die op de gracht uitkomen. Het bezoek zit bij het kasteelkaartje in en gaat met een gids op vaste tijden; reken op drie kwartier. Het is er het hele jaar rond de 12 graden, dus neem een trui mee, ook in augustus. De gangen zijn krap en niet geschikt voor wie slecht ter been is of moeite heeft met besloten ruimtes.

De minaret is de noordelijkste die in Europa overeind staat

Van de Ottomaanse tijd staat in Eger nog een minaret van veertig meter, gebouwd in de zeventiende eeuw. De moskee eromheen is in 1841 afgebroken; de toren bleef staan en is daarmee het noordelijkste Ottomaanse bouwwerk van dit type dat in Europa bewaard is gebleven. Beklimmen kost rond de 1.000 forint en gaat over 97 treden in een wenteltrap van ongeveer een meter breed. Reken op een kwartier. Let op: de trap is smal, er is eenrichtingsverkeer met wachttijd en het platform boven heeft een lage balustrade; dit is niets voor wie slecht tegen hoogte kan.

De basiliek uit 1836 is de op twee na grootste kerk van het land

De basiliek is tussen 1831 en 1836 gebouwd naar ontwerp van József Hild, in klassieke stijl met een zuilenportiek en een trap van tientallen treden ervoor. Volgens het bisdom zijn alleen de basilieken van Esztergom en Boedapest groter. Toegang is gratis. In het zomerseizoen wordt er dagelijks rond het middaguur een orgelconcert van een half uur gegeven, waarvoor een bijdrage van enkele honderden forint wordt gevraagd. Het orgel is met tienduizenden pijpen een van de grootste van Hongarije en werd in 2019 vervangen.

In het Líceum staat een camera obscura uit 1776

Tegenover de basiliek staat het Líceum, in de achttiende eeuw gebouwd als bisschoppelijke school en nu in gebruik bij de Eszterházy Károly-universiteit. In de sterrenwachttoren zit een camera obscura uit 1776: via een spiegel en lenzen verschijnt een levend beeld van de stad op een witte schaal in een donkere kamer. Entree voor de toren en de bibliotheek kost 2.000 tot 3.500 forint; de vertoning duurt tien minuten en gaat op vaste tijden. De bibliotheek eronder heeft een plafondfresco van het Concilie van Trente en tienduizenden banden. Reken op anderhalf uur voor het hele gebouw, inclusief de klim naar de uitkijktoren.

Het Turkse bad dateert uit 1617 en is nog in gebruik

Eger heeft een Turks bad uit 1617, met een achthoekig bassin onder een koepel met sterlichtjes: een van de weinige Ottomaanse baden in Hongarije die nog werken. Het water bevat radon en wordt op ongeveer 30 tot 38 graden Celsius gehouden. Een kaartje kost 4.000 tot 6.000 forint; het bad is dagelijks open, maar op sommige dagdelen gelden aparte tijden, dus kijk het schema na. Het naastgelegen moderne badencomplex heeft buitenbassins en een deel voor kinderen, met een dagkaart van 3.500 tot 5.500 forint. Reken op twee tot drie uur.

In de Szépasszony-vallei liggen de kelders in een hoefijzer

Vlak buiten de stad ligt de Szépasszony-vallei, de Vallei van de Mooie Vrouw, waar tientallen kelders in de tufsteen zijn uitgehakt en in een hoefijzer om een plein staan. Je loopt van kelder naar kelder en proeft bij de maker zelf. Een glas kost 300 tot 800 forint en een fles 2.000 tot 6.000 forint; de kelders zijn doorgaans van 11.00 tot 20.00 uur open en in de winter beperkt. De bekendste wijnen zijn de rode Egri Bikavér, het Stierenbloed, en sinds enkele jaren de witte Egri Csillag, een blend van ten minste vier inheemse druiven. Rijd niet zelf: Hongarije kent nultolerantie voor alcohol achter het stuur; een taxi vanaf het centrum kost 2.000 tot 3.000 forint.

Aan het Dobó-plein staat een barokke kerk uit 1773

Het Dobó István-plein is het middelpunt van het centrum, met in het midden een beeldengroep over het beleg van 1552. Aan de kopse kant staat de minorietenkerk, tussen 1758 en 1773 gebouwd en een van de fraaiste barokke kerkgevels van Midden-Europa, met twee torens en een gebogen front. Binnenkijken is gratis buiten de diensten om. Rondom het plein liggen terrassen waar een koffie 800 tot 1.500 forint kost en een maaltijd 3.500 tot 6.000 forint; een straat verderop betaal je een derde minder. Reken op twee uur voor een ronde door het centrum.

Praktisch

Eger ligt 130 kilometer ten noordoosten van Boedapest, ongeveer anderhalf uur over de snelweg; er rijden ook treinen die er twee uur over doen voor 3.000 tot 4.500 forint. In de stad kom je overal te voet. Voor de bergen eromheen is een auto handig; die kost 8.000 tot 15.000 forint per dag en op de snelweg geldt een digitaal vignet. Mei, juni en september geven 18 tot 27 graden en zijn het aangenaamst; de oogst valt in september en oktober, als er in de vallei feesten zijn. In juli en augustus is het 28 tot 34 graden en zijn de kazematten en de kelders juist koel. In de winter zijn de kelders alleen op afspraak open en is de minaret vaak gesloten.
Robin van den Bosch
Over de auteur
Robin van den Bosch

Redacteur bij Vakantiewoningen.nl.

Alle artikelen van Robin van den Bosch →
Bij dit artikel

Drie huizen uit ons aanbod

Bekijk prijs en beschikbaarheid bij onze boekingspartner. Je ziet de totaalprijs vóór je betaalt.

Lees ook

Meer uit het magazine