Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.

Home › Hongarije › Heves › Wijn, bergen en barok in Heves in Noord-Hongarije
Bestemming 7 min lezen

Wijn, bergen en barok in Heves in Noord-Hongarije

Ricardo Veldmeijer
Ricardo Veldmeijer Redacteur · 27 mei 2025

In Heves ligt het hoogste punt van Hongarije, en dat is 1.014 meter

Heves ligt in het noorden van Hongarije, tussen de Grote Laagvlakte en de Slowaakse grens. De provincie beslaat het Mátra-gebergte en de westelijke rand van het Bükk; de Kékes in de Mátra is met 1.014 meter het hoogste punt van het land, wat meteen laat zien hoe vlak Hongarije verder is. Eger is met ongeveer 55.000 inwoners de hoofdstad en de logische basis. Dit artikel behandelt de stad, de bergen en de wijn, met entreeprijzen, openingstijden en afstanden. Prijzen staan in forint, met rond de 400 forint voor een euro.

Het kasteel van Eger doorstond in 1552 een beleg van vijf weken

In 1552 hield een garnizoen van ruim tweeduizend verdedigers onder István Dobó het kasteel van Eger tegen een Ottomaans leger dat een veelvoud daarvan telde; het beleg duurde ruim vijf weken en werd afgebroken. Vierenveertig jaar later viel de stad alsnog, waarna ze bijna een eeuw Ottomaans bleef. Entree kost 2.500 tot 4.000 forint en het kasteel is dagelijks open, in de winter korter. Reken op twee uur, inclusief de kazematten die onder de muren doorlopen en waar het ook in augustus koel is. Van de Ottomaanse tijd staat in de stad nog een minaret van 40 meter met 97 treden, de noordelijkste die in Europa bewaard is gebleven.

In het Lyceum staat een camera obscura uit 1776

Het Lyceum aan het centrale plein is een achttiende-eeuws schoolgebouw met een sterrenwachttoren. Boven in die toren zit een camera obscura uit 1776: via een spiegel en lenzen wordt een levend beeld van de stad op een witte schaal geprojecteerd, in een verduisterde kamer. Het is een van de oudste werkende exemplaren ter wereld. Entree voor de toren en de bibliotheek kost 2.000 tot 3.500 forint; de vertoning duurt tien minuten en gaat op het hele uur. De basiliek even verderop, gebouwd in 1836, is met haar afmetingen de op twee na grootste kerk van Hongarije en gratis toegankelijk; in de zomer wordt er dagelijks een orgelconcert van een half uur gegeven.

De Szépasszonyvölgy is een dal vol kelders

Vlak buiten Eger ligt de Szépasszonyvölgy, de Vallei van de Mooie Vrouw, waar tientallen kelders in de tufsteen zijn uitgehakt en in een hoefijzer om een plein liggen. Je loopt van kelder naar kelder en proeft bij de maker zelf. Een glas kost 300 tot 800 forint en een fles 2.000 tot 6.000 forint; de kelders zijn doorgaans van 11.00 tot 20.00 uur open, in de winter beperkt. De bekendste wijn is de Egri Bikavér, het Stierenbloed, een blend die volgens het verhaal zijn naam dankt aan het beleg van 1552. Daarnaast maakt de streek witte wijn van leányka en hárslevelű. Rijd niet zelf: Hongarije kent nultolerantie voor alcohol achter het stuur.

Bij Egerszalók heeft het water een heuvel van kalk gevormd

Bij Egerszalók, 6 kilometer van Eger, werd in de jaren zestig bij een boring water van rond de 65 graden aangeboord. Dat stroomde jarenlang over de helling en zette kalk af, waardoor een witte travertijnterras van honderden vierkante meters ontstond, vergelijkbaar met wat je in Turkije bij Pamukkale ziet maar een stuk kleiner. De heuvel zelf is afgezet om hem te beschermen; ernaast ligt een badcomplex waar hetzelfde water wordt gebruikt, met een dagkaart van 5.000 tot 9.000 forint. Reken op een halve dag. Bekijk de heuvel vanaf het pad ernaast, dat gratis is.

De Kékes heeft een uitzichttoren en een skihelling

De Kékes in de Mátra komt tot 1.014 meter en is per auto bereikbaar. Boven staat een televisietoren met een uitzichtplatform; bij helder weer kijk je tot in Slowakije. In de winter draait er een kleine skipiste, een van de weinige van het land. Het uitzichtplatform kost 1.500 tot 2.500 forint en een skipas 5.000 tot 9.000 forint per dag. Let op: de piste is kort en de sneeuwzekerheid gering, dus reken er niet op dat er sneeuw ligt. Vanaf Mátrafüred, een dorp op 340 meter aan de zuidkant, lopen gemarkeerde paden omhoog en rijdt een smalspoortreintje het dal in voor 1.500 tot 2.500 forint. Reken voor de klim te voet op drie tot vier uur heen en terug.

Gyöngyös is het centrum van de Mátrai wijnstreek

Gyöngyös aan de voet van de Mátra is de hoofdplaats van de Mátrai wijnstreek, die met enkele duizenden hectares tot de grootste van Hongarije hoort. De bodem is vulkanisch en er wordt vooral witte wijn gemaakt, van onder meer olaszrizling en chardonnay. Een proeverij kost 2.500 tot 6.000 forint en een fles 1.500 tot 4.000 forint. In de stad staat een gotische kerk en een barok centrum. Vanaf hier rijd je in een halfuur de Mátra in; naar Eger is het 40 kilometer oostwaarts.

In Parád staan een koetsenmuseum en een glasfabriek

In Parádsasvár en Parád, dorpen midden in de Mátra, werd in de negentiende eeuw glas geblazen en werden koetsen gebouwd voor de adel. Het koetsenmuseum toont rijtuigen in een stal die zelf uit die tijd stamt, met marmeren voerbakken. Entree kost 1.500 tot 2.500 forint en het is van dinsdag tot zondag open. Reken op een uur. In de glasfabriek wordt nog met de hand geblazen; rondleidingen gaan op afspraak. In hetzelfde dal ligt een bron met zwavelhoudend water dat vroeger als geneesmiddel werd verkocht.

In Szilvásvárad lopen lipizzaners en loopt een dal vol watervallen

Szilvásvárad ligt aan de noordkant van de provincie, tegen het Bükk. Door de Szalajka-vallei komt het water over een reeks kalktufterrassen naar beneden; door het dal rijdt een open smalspoortreintje en er liggen forelvijvers. Het treintje kost 1.500 tot 2.500 forint en lopen door het dal is gratis; reken op 5 kilometer heen en terug over een vlak pad. In het dorp staat een stoeterij van lipizzaners, te bezoeken voor 2.000 tot 3.500 forint. Vanaf het dal klim je in vier tot vijf uur naar de Istállós-kő, met 959 meter het hoogste punt van het Bükk.

Praktisch

Eger ligt 130 kilometer ten noordoosten van Boedapest, ongeveer anderhalf uur over de snelweg; er rijden ook treinen die er twee uur over doen. Gyöngyös ligt halverwege. Voor de bergdorpen en de wijnkelders is een auto handig; die kost 8.000 tot 15.000 forint per dag en op de snelweg geldt een digitaal vignet. Mei, juni en september geven 18 tot 27 graden en zijn het aangenaamst; de oogst valt in september en oktober, als de kelders feesten houden. In juli en augustus is het 28 tot 34 graden en zijn de kelders en de kazematten juist koel. In de winter ligt er sneeuw op de Kékes en zijn de meeste kelders alleen op afspraak open.
Ricardo Veldmeijer
Over de auteur
Ricardo Veldmeijer

Redacteur bij Vakantiewoningen.nl.

Alle artikelen van Ricardo Veldmeijer →
Bij dit artikel

Drie huizen uit ons aanbod

Bekijk prijs en beschikbaarheid bij onze boekingspartner. Je ziet de totaalprijs vóór je betaalt.

Lees ook

Meer uit het magazine