Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Het Bükk is kalksteen, de Mátra is vulkanisch, en dat merk je
Heves grenst aan twee gebergten die er anders uitzien omdat ze anders zijn ontstaan. Het Bükk-gebergte bestaat uit kalksteen: het water zakt er meteen weg, zodat je op de hoogvlakte urenlang loopt zonder een beek te zien. De Mátra is opgebouwd uit vulkanisch gesteente uit het Mioceen, met ronde koppen, beken en de Kékes als hoogste punt van Hongarije op 1.014 meter.
Dat verschil bepaalt wat je meeneemt en waar je water vindt. Dit artikel behandelt de routes, met afstanden, hoogteverschillen en het seizoen. Prijzen staan in forint, met rond de 400 forint voor een euro.
De Blauwe Route is de oudste langeafstandsroute van Europa
Dwars door beide gebergten loopt de Országos Kéktúra, de Nationale Blauwe Route, in 1938 uitgezet en daarmee de oudste gemarkeerde langeafstandswandelroute van Europa; hij loopt over ongeveer 1.170 kilometer van de Slowaakse grens in het noordoosten tot de Oostenrijkse grens in het westen.
Lopen is gratis en de markering is een blauwe horizontale streep. Bij de bezoekerscentra en sommige herbergen ligt een stempelboekje van enkele honderden forint, waarin je bij de stempelposten langs de route een afdruk haalt; wie het hele traject volmaakt, krijgt een oorkonde. De etappes door het Bükk en de Mátra tellen 15 tot 25 kilometer per dag.
In de Szalajka-vallei komt het water over kalktufterrassen
Bij Szilvásvárad aan de noordkant van de provincie loopt de Szalajka-vallei, waar een beek over een reeks kalktufterrassen naar beneden komt; die waterval van ongeveer 17 meter heet de Sluierwaterval omdat het water in een dun gordijn over de drempels valt.
Lopen door de vallei is gratis en het pad is vlak; reken op 5 kilometer heen en terug. Een open smalspoortreintje rijdt hetzelfde traject voor 1.500 tot 2.500 forint. Halverwege liggen forelvijvers en een openluchtmuseum over houtskoolbranders. Let op: in het weekend en in oktober is het hier druk, met rijen bij het treintje.
De Istállós-kő is met 959 meter het hoogste punt van het Bükk
Vanaf Szilvásvárad klim je in vier tot vijf uur heen en terug naar de Istállós-kő op 959 meter, met ongeveer 500 hoogtemeters. Onder de top ligt een grot waar werktuigen en haardplaatsen van neanderthalers zijn gevonden, tienduizenden jaren oud.
Wandelen is gratis en de route is gemarkeerd. Neem twee liter water per persoon mee: op de kalkbodem is boven de vierhonderd meter geen bron en de enige drinkplekken liggen in de dorpen. De Bálvány, een tweede top van rond de 956 meter, is vanaf dezelfde kant te doen en is stiller.
Op de hoogvlakte van het Bükk vind je geen water
De Bükk-hoogvlakte ligt op 800 tot 900 meter en is een kalkplateau met dolines: trechtervormige kuilen waar het regenwater in verdwijnt. Er staan beukenbossen die in oktober geel en koper kleuren, en er leven edelherten, wilde zwijnen en sinds enkele jaren weer een enkele lynx.
Toegang is gratis en er lopen lussen van 8 tot 20 kilometer. Praktisch: markeer vooraf waar je water kunt bijvullen, want de bronnen die op oudere kaarten staan vallen in de zomer droog. Het mobiele bereik is op de vlakte onbetrouwbaar; neem een papieren kaart of een offline route mee.
De Kékes en de Galyatető zijn de twee hoogste toppen van de Mátra
De Kékes komt tot 1.014 meter en is het hoogste punt van Hongarije; er staat een televisietoren met uitzichtplatform en er loopt een weg naartoe. De Galyatető, 964 meter, is de op een na hoogste en heeft een uitkijktoren waar je bij helder weer tot in Slowakije kijkt.
Het platform op de Kékes kost 1.500 tot 2.500 forint en de uitkijktoren op de Galyatető enkele honderden. Vanaf Mátrafüred op 340 meter klim je in drie tot vier uur heen en terug naar de Kékes, met ongeveer 650 hoogtemeters. In de Mátra lopen wel beken, doordat het vulkanische gesteente het water vasthoudt.
Bij Sirok staat een burcht op een vulkanische rots
Aan de oostrand van de Mátra staat bij Sirok een burchtruïne uit de dertiende eeuw op een losstaande rots van vulkanische tuf; delen van de burcht zijn niet gemetseld maar rechtstreeks in de zachte steen uitgehakt, inclusief trappen en kamers.
Entree kost 1.500 tot 2.500 forint en het is van dinsdag tot zondag open, in de winter beperkt. De klim vanaf het dorp duurt twintig minuten. Van boven zie je de Mátra, het Bükk en bij helder weer de Slowaakse bergen. Rond Sirok lopen routes van 8 tot 14 kilometer door de tufrotsen.
Wat je meeneemt en wanneer je gaat
April, mei, september en oktober zijn de beste maanden: 12 tot 24 graden en droge paden. Oktober geeft de beukenkleuren, maar het is dan in het weekend druk op de bekende routes. In juli en augustus loopt het in de dalen naar 30 graden; boven is het vijf tot acht graden koeler, maar de klim gaat door de zon.
Neem schoenen met profiel mee, want de kalksteen is bij nat weer glad, en controleer na afloop op teken, die in beide gebergten voorkomen. In de winter ligt er van december tot maart sneeuw boven de zeshonderd meter en zijn sommige bergwegen afgesloten.
Praktisch
Eger is de logische basis voor het Bükk en Gyöngyös voor de Mátra; beide liggen anderhalf tot twee uur van Boedapest. Naar Szilvásvárad rijdt een trein vanuit Eger die er drie kwartier over doet. Naar de startpunten hogerop rijdt hooguit een paar keer per dag een bus, dus met een auto ben je vrijer; die kost 8.000 tot 15.000 forint per dag.
Overnachten kan in berghutten en pensions langs de Blauwe Route voor 6.000 tot 15.000 forint per persoon. Hongarije betaalt met de forint; in de dorpen langs de route is pinnen niet overal mogelijk, dus neem contant geld mee.