Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Het Jeli Arboretum is een rododendrontuin en geen dierenpark
Bij het dorp Kám ligt het Jeli Arboretum, een bosgebied van ruim tweehonderd hectare waar sinds de jaren zeventig duizenden rododendrons en azalea's onder de grove dennen zijn geplant. Reisteksten noemen het geregeld een dierenpark, maar er zijn geen dierenverblijven; het gaat hier om de bloei.
Entree kost 1.500 tot 3.000 forint en kinderen betalen minder; het is van april tot oktober dagelijks open, met de hoofdbloei van eind april tot half mei. Reken op twee uur over de paden. Let op: buiten die bloeiweken is het een gewoon dennenbos en betaal je dus voor iets anders dan de foto's beloven.
Bükfürdő is het grootste badencomplex van de streek
In Bük werd in 1957 bij een boring naar aardolie heet water aangeboord, op ruim 1.200 meter diepte en met een temperatuur van rond de 58 graden. Daar is een badencomplex omheen gegroeid met een groot aantal binnen- en buitenbassins, glijbanen en een apart kinderbad met ondiep water.
Een dagkaart kost 6.000 tot 9.000 forint voor volwassenen en minder voor kinderen; het bad is het hele jaar open, de glijbanen van juni tot augustus. Reken op een hele dag. Let op: het thermale water van 36 graden en meer is voor kleine kinderen niet bedoeld, en er hangen borden met een maximumtijd per bassin.
Sárvár heeft een bad en een burcht met een beschilderd plafond
Sárvár ligt 25 kilometer ten oosten van Bük en combineert twee dingen op één dag. Het thermaalbad heeft buitenbassins, glijbanen en een kinderdeel; een dagkaart kost 5.000 tot 8.000 forint en het is het hele jaar open.
In het centrum staat de Nádasdy-burcht, met in de ridderzaal een plafond vol geschilderde taferelen uit de oorlogen tegen de Ottomanen, gemaakt rond 1650. Entree kost 2.000 tot 3.500 forint, van dinsdag tot zondag; reken op anderhalf uur. Met kinderen werkt de combinatie goed: eerst de burcht in de ochtend, daarna het bad.
In het museumdorp bij Szombathely staan complete boerderijen
Aan de rand van Szombathely, bij het roeimeer, ligt een openluchtmuseum met boerderijen, schuren, een smidse en een watermolen die uit dorpen in de streek zijn overgebracht en heropgebouwd. De huizen zijn ingericht zoals ze rond 1900 werden bewoond.
Entree kost 1.000 tot 2.000 forint en het is van april tot oktober van dinsdag tot zondag open. Reken op anderhalf uur. Op ambachtsdagen wordt er brood gebakken en gesmeed, en dan mogen kinderen meedoen. Ernaast ligt het Kámon-arboretum met ruim tweeduizend soorten bomen op 27 hectare, waar je gratis doorheen loopt.
Bij Szőce loopt een vlonderpad door een veenmoeras
Szőce ligt in het Őrség Nationaal Park, dat in 2002 werd ingesteld in de zuidwesthoek van Vas. Bij het dorp ligt een veenmoeras met veenmossen en zeldzame moerasplanten, waar een houten vlonderpad doorheen loopt met borden langs de route.
Het pad is gratis en ongeveer twee kilometer lang; reken op een uur en op vlak lopen, dus ook met een kleuter te doen. Het natste seizoen is het voorjaar, en dan is het er het interessantst. Let op: blijf op de vlonders, want het veen eromheen is kwetsbaar en zakt onder je gewicht weg.
In Szalafő staan de gehuchten van het Őrség nog bij elkaar
Het Őrség is anders bewoond dan de rest van het land: geen dorpen in een rij langs één straat, maar gehuchten van een paar boerderijen op heuvelruggen, hier szer genoemd. In Szalafő-Pityerszer is zo'n gehucht als museum ingericht, met houten huizen met rookkeukens en rieten daken.
Entree kost rond de 1.500 forint en het is van april tot oktober van dinsdag tot zondag open; reken op een uur. In Magyarszombatfa verderop wordt nog aardewerk gedraaid in werkplaatsen die je binnen kunt lopen, en in Velemér staat een kerkje uit de dertiende eeuw met middeleeuwse muurschilderingen.
De burcht van Kőszeg is met kinderen goed te doen
De Jurisics-burcht in Kőszeg hield in augustus 1532 vier weken stand tegen het leger van Süleyman, dat op weg was naar Wenen. Die belegering is het verhaal dat de burcht vertelt, met wapens, harnassen en een maquette; kinderen mogen de torens in en over de weergang lopen.
Entree kost 1.500 tot 2.500 forint, van dinsdag tot zondag; reken op een uur. De klokken van de stad luiden nog altijd om elf uur 's ochtends, het tijdstip waarop de Ottomanen zich terugtrokken. Tien kilometer verderop ligt Velem, met kastanjebossen en een kastanjefeest in oktober waarbij de noten op straat worden geroosterd.
Het roeimeer van Szombathely is het zwemwater van de stad
Aan de westkant van Szombathely ligt een aangelegd meer met een grasstrand, steigers, bootjesverhuur en een speeltuin. Het is geen natuurgebied maar een stadspark, en juist daardoor met kinderen praktisch: alles ligt bij elkaar en er is schaduw.
Toegang tot het strandbad kost 500 tot 1.500 forint en het is van juni tot augustus open; een roeiboot huren kost rond de 2.000 forint per uur. Rondom loopt een vlak pad van ongeveer 3 kilometer. Op een regendag wijk je uit naar het Iseum of het Savaria Museum in het centrum, allebei voor 1.500 tot 2.500 forint.
Praktisch
Vas ligt in de uiterste westhoek van Hongarije. Szombathely ligt 220 kilometer van Boedapest en 120 kilometer van Wenen; er rijden treinen vanuit beide steden, vanuit de hoofdstad in ongeveer drie uur. Voor de baden, het Őrség en de arboreta is een auto veel handiger dan het openbaar vervoer; huren kost 8.000 tot 15.000 forint per dag en een snelwegvignet rond de 6.000 forint voor tien dagen.
April tot juni en september geven 12 tot 25 graden en zijn met kinderen het aangenaamst; in juli en augustus is het 26 tot 32 graden. Volgens de meteorologische dienst valt in deze hoek meer regen dan elders in het land, dus reken op buien en houd de baden als plan B achter de hand. Sopron en het meergebied Fertő-Hanság liggen in de buurprovincie, ongeveer een uur rijden.