Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Het Kőszeg-gebergte is het enige stuk Alpen in Hongarije
Anders dan de kalkstenen en vulkanische heuvels elders in het land bestaat het Kőszeg-gebergte uit kristallijn gesteente, leisteen en fylliet. Het is geologisch een uitloper van de Oostalpen die net over de grens doorloopt, en daarmee het enige stuk echt alpien gebergte op Hongaars grondgebied.
Dat verklaart waarom de bossen hier anders aanvoelen dan in de rest van Transdanubië: koeler, vochtiger, met beuken tot aan de top en beken die ook in augustus water voeren. Dit artikel behandelt het wandelen in het gebergte en het natuurpark eromheen, met afstanden, hoogteverschillen, prijzen en openingstijden. Prijzen staan in forint, met rond de 400 forint voor een euro.
De Írottkő is 882 meter hoog en de toren staat op de grens
De Írottkő is met 882 meter het hoogste punt van het Transdanubische Middelgebergte en van heel Transdanubië. De landsgrens loopt dwars over de top; aan Oostenrijkse kant heet de berg Geschriebenstein, en de uitkijktoren die er staat ligt op Oostenrijks grondgebied. Je kunt er sinds het wegvallen van de grenscontroles gewoon overheen lopen.
Vanaf de toren zie je bij helder weer de Alpen liggen, en dichterbij de heuvels van Vas en Burgenland. De toren is gratis en het hele jaar toegankelijk. Let op: neem toch een identiteitsbewijs mee, want je steekt een landsgrens over en er wordt af en toe gecontroleerd.
Vanaf Kőszeg klim je in drie uur naar de top
De gewone route begint in Kőszeg op ongeveer 270 meter en gaat via de Hétforrás, een plek met zeven bronnen in het bos, omhoog naar de kam. Reken op drie uur omhoog en tweeënhalf uur terug, over ruim 600 hoogtemeters en 16 kilometer heen en terug.
Wandelen is gratis en de paden zijn met kleurenmarkering aangegeven; een kaart kost rond de 1.500 forint bij het informatiepunt. Onderweg ligt op 609 meter de Óház-uitkijktoren, bij de resten van de oudste burcht van de streek, een goede omkeerplek als het met kinderen genoeg is. Let op: boven de 700 meter ligt in januari en februari vaak sneeuw en zijn de steile stukken glad.
Het natuurpark heeft geen drieduizend plantensoorten
Reisteksten schrijven het park meer dan drieduizend plantensoorten toe. Dat kan niet kloppen: heel Hongarije telt ongeveer tweeëntwintighonderd wilde vaatplanten, dus een gebied van deze omvang komt daar ver onder. Wat wél bijzonder is, is de samenstelling: door het koele, natte klimaat groeien hier alpine en subalpiene soorten die je verder in het land niet vindt.
Het natuurpark is in 1997 ingesteld en loopt aan beide kanten van de grens door. Er broeden zwarte ooievaars en er leven edelherten en wilde zwijnen; de keizerarend en de lynx die in sommige beschrijvingen opduiken, broeden of leven hier niet. Toegang tot het gebied is gratis en de gemarkeerde routes lopen van 5 tot 25 kilometer.
Bij Velem groeien bossen met tamme kastanjes
Velem ligt op 10 kilometer van Kőszeg tegen de helling aan en is omringd door kastanjebossen, iets wat in Hongarije zeldzaam is. Boven het dorp ligt de Szent Vid-heuvel, waar al in de bronstijd mensen woonden en waar nu een kapel staat.
Wandelen en de kapel kosten niets; vanuit het dorp klim je in drie kwartier naar boven over 200 hoogtemeters. In oktober wordt er een kastanjefeest gehouden waarbij kastanjes op straat worden geroosterd. De bus vanuit Kőszeg doet er een kwartier over en rijdt een paar keer per dag, dus kijk de terugreis na voordat je vertrekt.
In 1532 hield Kőszeg het Ottomaanse leger vier weken tegen
De stad aan de voet van het gebergte werd in augustus 1532 belegerd door het leger van Süleyman, dat op weg was naar Wenen. Kapitein Miklós Jurisics hield de burcht met een paar honderd man vier weken vast, waarna de Ottomanen afdropen; het seizoen was te ver gevorderd om Wenen nog te belegeren.
Daarom luiden de klokken in Kőszeg nog altijd om elf uur 's ochtends in plaats van om twaalf uur, het tijdstip waarop het leger zich terugtrok. De Jurisics-burcht is te bezoeken voor 1.500 tot 2.500 forint, van dinsdag tot zondag; reken op een uur. Het Jurisics-plein ervoor is een van de best bewaarde pleinen van het land.
De Sint-Jacobskerk is gotisch en de Sint-Emmerichkerk niet
De twee kerken aan het Jurisics-plein worden in reisteksten geregeld omgedraaid. De Sint-Jacobskerk is de gotische van de twee, uit de veertiende eeuw, met middeleeuwse muurschilderingen die onder het pleisterwerk zijn teruggevonden. De Sint-Emmerichkerk ernaast werd pas rond 1615 gebouwd, in vroegbarokke stijl.
Beide zijn gratis toegankelijk buiten de diensten; reken op een halfuur voor allebei. Het stadhuis aan hetzelfde plein wordt sinds de vijftiende eeuw onafgebroken als stadhuis gebruikt, wat er in Hongarije maar weinig zijn. Aan de rand van het oude centrum staat de Heldenpoort uit 1932, gebouwd voor de vierhonderdste herdenking van het beleg.
Sinds 1740 wordt hier elk jaar de eerste druivenspruit getekend
Op 24 april, de naamdag van Sint-Joris, halen de wijnbouwers van Kőszeg een twijgje met de eerste uitgelopen knoppen op, waarna het in een boek wordt natekend. Dat gebeurt sinds 1740 zonder onderbreking, en de banden liggen in het stadhuis: een doorlopende reeks van bijna drie eeuwen over hoe vroeg het voorjaar begon.
Rond de stad liggen wijngaarden met kékfrankos, in Oostenrijk Blaufränkisch genoemd, en met grüner veltliner. Een proeverij kost 3.000 tot 6.000 forint per persoon en gaat op afspraak. Rijd niet zelf na een proeverij, want Hongarije kent nultolerantie voor alcohol achter het stuur.
Praktisch
Kőszeg ligt 20 kilometer ten noorden van Szombathely en 230 kilometer van Boedapest; met de trein reis je via Szombathely en ben je er vanuit de hoofdstad in ruim drie uur. Vanuit Wenen is het 120 kilometer. Voor de bergdorpen is een auto handig maar niet nodig, want er rijden bussen; huren kost 8.000 tot 15.000 forint per dag.
April tot juni en september tot oktober geven 12 tot 24 graden en zijn de beste maanden om te lopen; in oktober kleuren de beuken- en kastanjebossen. In juli en augustus is het 25 tot 31 graden, maar het blijft in het bos merkbaar koeler dan op de vlakte. Volgens de meteorologische dienst valt hier meer neerslag dan elders in het land, dus neem ook in de zomer een regenjas mee.