Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
De burcht van Veszprém is geen kasteel maar een bisschopszetel
Wie een kasteel met poorten en binnenplaatsen verwacht, moet zijn beeld bijstellen. De Vár-heuvel is een smalle kalkstenen rug boven de vallei van de Séd, met één doorgaande straat erop en daarlangs de kathedraal, het bisschoppelijk paleis en een reeks barokke huizen. Het was de zetel van de bisschop en niet de residentie van de Hongaarse koningen, zoals reisteksten nogal eens schrijven.
Wat er middeleeuws aan was, is in 1702 op bevel van Wenen grotendeels gesloopt om te voorkomen dat opstandelingen zich erin verschansten; wat je nu ziet is achttiende-eeuws, op een paar oudere delen na. Dit artikel loopt de heuvel en de benedenstad langs, met entreeprijzen en openingstijden. Prijzen staan in forint, met rond de 400 forint voor een euro.
De kathedraal heeft een crypte uit de elfde eeuw en een gevel uit 1910
De Sint-Michaëlskathedraal gaat terug tot de stichting van het bisdom rond het jaar 1009 en is daarmee een van de oudste van het land, maar ze is zo vaak verwoest en herbouwd dat het bovengrondse gebouw uit 1907 tot 1910 dateert, in neoromaanse vormen. De crypte eronder is wel oud: daar staan zuilen en muurwerk uit de elfde en dertiende eeuw.
Toegang is gratis buiten de diensten en de crypte is tegen een kleine bijdrage te bezoeken; reken op een halfuur. Let op: verwacht geen onaangeroerd middeleeuws interieur, want dat is hier niet meer. Wie daarvoor komt, moet naar de kapel verderop in de straat.
De Gizella-kapel is gotisch en werd in 1938 teruggevonden
Naast het bisschoppelijk paleis staat de Gizella-kapel, een gotische kapel uit ongeveer 1230 met muurschilderingen van apostelen in een stijl die op Byzantijns werk teruggaat. De kapel was ingebouwd geraakt en kwam pas in 1938 bij verbouwingen weer tevoorschijn. Reisteksten noemen haar geregeld romaans; dat klopt niet, de spitsbogen wijzen duidelijk op gotiek.
Entree kost 1.000 tot 2.000 forint en de kapel is van april tot oktober van dinsdag tot zondag open. Reken op een halfuur. De schilderingen zijn fragmentarisch en zwak verlicht, dus wacht met oordelen tot je ogen zijn gewend.
De Vuurtoren is beneden middeleeuws en boven van 1817
Aan het begin van de burchtstraat staat de Vuurtoren, ruim 48 meter hoog en het herkenningspunt van de stad. De onderbouw is een middeleeuwse wachttoren bij de poort; de ranke bovenbouw met balkon is er in 1817 in classicistische stijl op gezet, nadat de oude spits was afgebrand.
Beklimmen kost rond de 1.500 forint en kan van april tot oktober dagelijks; reken op een halfuur, inclusief de trap. Vanaf het balkon zie je de hele burchtstraat, de vallei en bij helder weer het Bakony-gebergte. Elk uur speelt het klokkenspel een melodie, wat beneden op het plein goed te horen is.
Het bisschoppelijk paleis werd in 1776 opgeleverd
Het bisschoppelijk paleis naast de kathedraal is tussen 1765 en 1776 gebouwd naar een ontwerp van Jakab Fellner, de architect die ook in Tata en Pápa werkte. Het is een breed barok gebouw met een trappenhuis, een bibliotheek en zalen met stucwerk en beschilderde plafonds.
Een rondleiding kost 2.000 tot 3.500 forint en gaat op vaste tijden, van dinsdag tot zondag in het seizoen; reken op drie kwartier. Let op: het paleis is nog in gebruik door het bisdom, dus een deel is niet toegankelijk en bij kerkelijke plechtigheden vervallen de rondleidingen.
Er is geen Margarethabrug, wel de ruïnes van haar klooster
In beschrijvingen van de stad duikt een Margarethabrug op als uitzichtpunt. Die staat in Boedapest en niet hier. Wat Veszprém wel heeft, is de Margit-ruïne beneden in de Séd-vallei: de resten van een dominicanenklooster waar Margaretha van Hongarije, dochter van koning Béla IV, als kind werd ondergebracht voordat ze naar het eiland in de Donau ging dat nu haar naam draagt.
De ruïne ligt in het openbaar groen en is gratis toegankelijk; vanaf de burchtheuvel loop je er in een kwartier naartoe, wel steil omlaag. In dezelfde vallei ligt de Benedek-heuvel, met resten van een kapel en een rustig uitzicht op het viaduct en de daken van de oude stad.
Het Dubniczay-paleis bewaart een verzameling bakstenen
Halverwege de burchtstraat staat het Dubniczay-huis, een stadspaleis uit 1751 dat nu als kunstcentrum dienstdoet. Er hangt moderne Hongaarse kunst, en in de kelders en de tuin ligt een verzameling oude bakstenen met stempels, jaartallen en handafdrukken van de makers: een merkwaardig maar verrassend concreet stuk bouwgeschiedenis.
Entree kost 1.000 tot 2.000 forint en het is van dinsdag tot zondag open, doorgaans van tien tot zes. Reken op een uur. De tuin erachter loopt tot aan de rand van de heuvel en is een van de rustigste plekken van de oude stad.
Het Óváros tér is het plein van de benedenstad
Onder aan de heuvel ligt het Óváros tér, het plein van de oude stad, met gerestaureerde gevels, cafés en de Vuurtoren erboven. Reisteksten noemen hier geregeld een Sint-Stefanusplein; dat bestaat niet in Veszprém. Het plein op de burchtheuvel zelf heet het Szentháromság-plein, naar de Drievuldigheidszuil die er sinds het midden van de achttiende eeuw staat.
Rondlopen kost niets. Aan de Erzsébet-wandelweg beneden ligt het provinciaal museum met de archeologie en de volkskunst van de streek, voor 1.500 tot 2.500 forint, van dinsdag tot zondag; reken op anderhalf uur. Ernaast staat een houten klokkentoren uit een dorp in het Bakony, heropgebouwd in het park.
Praktisch
Veszprém ligt 110 kilometer van Boedapest, anderhalf uur over de snelweg, en er rijden treinen en bussen die er ongeveer twee uur over doen. Naar Balatonfüred aan het meer is het 15 kilometer. De burchtheuvel ligt op loopafstand van het busstation, maar wel bergop; parkeren kan beneden bij het Óváros tér tegen een paar honderd forint per uur.
De hele heuvel loop je in een ochtend, met de musea erbij in een dag. April tot juni en september tot oktober geven 15 tot 26 graden en zijn de beste maanden; in juli en augustus is het 26 tot 33 graden en is er op de kale burchtstraat weinig schaduw. In de winter zijn de kapel en de toren gesloten of beperkt open, en dat staat volgens de stad per seizoen op de borden bij de ingang.