Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Tussen Veszprém en Tihany ligt 25 kilometer
Veszprém staat op de heuvels boven de Séd, Tihany ligt als een schiereiland in het Balatonmeer, en daartussen is het 25 kilometer over de weg. Te voet volg je de nationale blauwe route in twee dagen, of je loopt het stuk van Balatonfüred naar Tihany van 12 kilometer in drie uur.
Daartussen ligt het Balaton-Hoogland, een gebied van kalkstenen ruggen, vulkanische restanten en dorpen met wijnkelders. Dit artikel behandelt het wandelen en het proeven, met afstanden, prijzen en openingstijden, en het zegt erbij welke bekende wijnstreken hier niet liggen. Prijzen staan in forint, met rond de 400 forint voor een euro.
De wijnstreek hier heet Balatonfüred-Csopak
De streek tussen Veszprém en Tihany draagt de naam Balatonfüred-Csopak en draait om één druif: de olaszrizling. Anders dan bij Badacsony verderop is de bodem hier overwegend kalksteen met rode klei, en dat geeft wijnen met meer zuur en minder vulkanische rokerigheid.
Een proeverij kost 3.000 tot 8.000 forint per persoon en duurt anderhalf uur. Vrijwel alle wijngoederen werken op afspraak en zijn op maandag dicht. In Csopak hangt bij de gemeente een bord met de erkende Csopak-percelen, want de gemeente heeft eigen regels over welke wijn die naam mag dragen. Rijd niet zelf na een proeverij, want Hongarije kent nultolerantie voor alcohol achter het stuur.
Op het schiereiland Tihany staan uitgedoofde geiserkegels
Tihany is geen gewone heuvel in het meer maar het restant van vulkanisme van ruim vier miljoen jaar geleden. Over het schiereiland staan tientallen geiserkegels: verharde schoorstenen van heet water die zijn overgebleven nadat de zachtere grond eromheen wegspoelde. De hoogste steekt een paar meter boven het gras uit.
Wandelen is gratis en de gemarkeerde lussen zijn 4 tot 12 kilometer lang, met 100 tot 150 hoogtemeters. Midden op het schiereiland ligt het Binnenmeer, ongeveer 25 meter hoger dan het Balaton zelf. Tihany is sinds 1952 beschermd gebied, het eerste van Hongarije; blijf op de paden, want de kegels zijn kwetsbaar.
De abdij van Tihany is van 1055 en haar oorkonde is bijzonder
De benedictijnenabdij werd in 1055 gesticht door koning Andreas I, die er zelf begraven ligt; zijn graf in de crypte is het enige koningsgraf van het land dat op zijn oorspronkelijke plek is gebleven. De stichtingsoorkonde bevat tussen het Latijn een reeks Hongaarse woorden en is daarmee het oudste bewaarde stuk waarin de taal is opgeschreven.
De huidige kerk erboven is barok, gebouwd rond 1750, met houtsnijwerk van Sebestyén Stuhlhoff. Entree kost 2.000 tot 3.500 forint en de abdij is dagelijks open, in de winter korter. Reken op een uur. Let op: in juli en augustus staat het er in de middag vol met dagjesmensen; kom voor tien uur.
De lavendel van Tihany is pas honderd jaar oud
De lavendelvelden die op elke foto van het schiereiland staan, zijn geen eeuwenoude traditie: ze werden in de jaren twintig van de vorige eeuw aangelegd omdat de kalkbodem en het klimaat erop leken op die van de Provence. De oogst was jarenlang bestemd voor de parfumindustrie.
De bloei valt in juni, en dan wordt er een lavendelfeest gehouden met markten en werkplaatsen. Buiten die weken zie je groene struiken en verder niets, wat een veelgemaakte teleurstelling is. Het wandelpad door het gebied is gratis; parkeren kost 500 tot 1.000 forint per uur en staat in het seizoen vol.
Badacsony, Somló, Etyek en Pannonhalma liggen hier niet
Vier wijnstreken worden geregeld bij dit gebied getrokken terwijl ze er niet liggen. Badacsony ligt 40 kilometer westelijker langs dezelfde oever en is de streek van de kéknyelű, een druif die vrijwel nergens anders staat. De Somló met zijn juhfark ligt 50 kilometer landinwaarts.
Etyek-Buda ligt vlak bij Boedapest, ruim 100 kilometer hiervandaan, en Pannonhalma met zijn abdij op de werelderfgoedlijst ligt 80 kilometer naar het noorden. Allemaal de moeite waard, maar geen van alle te combineren met een wandeling tussen Veszprém en Tihany. Voor Badacsony rijd je een uur; naar Pannonhalma ben je anderhalf uur onderweg.
In de vallei bij Veszprém liggen de resten van een nonnenklooster
Beneden in de Séd-vallei liggen de opgegraven fundamenten van het klooster van Veszprémvölgy, dat rond het jaar 1000 werd gesticht voor Griekse nonnen. De stichtingsoorkonde is in het Grieks opgesteld en is daarmee een van de merkwaardigste documenten uit de vroege Hongaarse geschiedenis.
Reisteksten maken van Veszprémvölgy een historische wijk met wijnkelders en terrassen; dat is het niet. Het is een ruïne in het groen, vrij toegankelijk, met borden erbij. Reken op een halfuur, en combineer het met de wandeling door de vallei onder het viaduct door.
Het nationale park beslaat de hele noordoever
Het Balaton-Hoogland Nationaal Park werd in 1997 ingesteld en loopt van Tihany tot voorbij Badacsony, met daarin de basaltkegels, het rietland van de Kis-Balaton en de dorpen met hun kelderrijen. Wandelen is gratis en de gemarkeerde routes lopen van 5 tot 20 kilometer.
Het bezoekerscentrum in Tihany geeft kaarten en informatie voor rond de 1.500 forint, van dinsdag tot zondag. Boven Balatonfüred ligt de Nivegy-vallei met dorpen als Dörgicse, waar middeleeuwse kerkruïnes tussen de wijngaarden staan; dat is een lus van 10 kilometer zonder veel klim. Let op: er rijden hier weinig bussen, dus plan de terugweg voordat je vertrekt.
Praktisch
Vanuit Nederland vlieg je in ongeveer twee uur op Boedapest; vanaf daar is het 110 kilometer naar Veszprém en 130 naar Balatonfüred, anderhalf tot twee uur rijden. Treinen rijden vanuit de hoofdstad naar Balatonfüred in ruim twee uur, en tussen Balatonfüred en Tihany rijdt een bus in een kwartier. Vanaf Szántód aan de zuidoever gaat een veerboot in tien minuten naar Tihany.
April tot juni en september tot oktober geven 15 tot 26 graden en zijn de beste maanden om te lopen en te proeven, met de oogst in september. In juli en augustus is het 26 tot 33 graden en is het op het schiereiland druk. Volgens de wijnbouwers valt de lezing hier door het meerklimaat gemiddeld later dan in het binnenland, wat de wijnen hun frisheid geeft.