Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Reykjavik heeft 140.000 inwoners en een land van 390.000 achter zich
Reykjavik telt volgens de statistiekdienst ongeveer 140.000 inwoners; met de voorsteden erbij woont ruim de helft van de IJslandse bevolking in dit gebied. Dat maakt de stad tegelijk het culturele centrum van IJsland en een plaats ter grootte van Leiden.
Wat hier lokaal is, is dus overzichtelijk. Dit artikel behandelt de markten, de zwembaden en de wijken, met prijzen, openingstijden en de dingen die anders werken dan je gewend bent.
De Kolaportið-markt is alleen in het weekeinde open
In het oude douanegebouw bij de haven staat elk weekeinde Kolaportið, een overdekte vlooienmarkt met tweedehands kleding, boeken, wol en een voedselhoek met harðfiskur, roggebrood en de gefermenteerde haai hákarl.
Toegang is gratis en de markt is doorgaans op zaterdag en zondag van elf tot vijf open. Reken op een uur. Dit is de enige plek in de stad waar je zonder afspraak tussen IJslanders staat die er zelf boodschappen doen, en dat is precies waarom het de moeite is. Voor een warme lunch loop je door naar de Hlemmur Mathöll, de foodhal in het oude busstation.
De openbare zwembaden zijn het sociale middelpunt
De stad heeft een reeks openbare baden die op aardwarmte draaien, met buitenbassins van 29 graden en hete kuipen van 38 tot 44 graden. Laugardalslaug is de grootste, Vesturbæjarlaug in de wijk Vesturbær de gezelligste en Sundhöllin in het centrum de oudste. IJslanders komen er dagelijks, ook in de winter.
Entree kost 1.100 tot 1.500 kronen en ze zijn doorgaans van half zeven 's ochtends tot tien uur 's avonds open. Let op: je moet je vóór het zwemmen zonder badkleding wassen met zeep, en daar wordt op toegezien. Dat is geen suggestie maar een regel, en wie hem negeert wordt teruggestuurd.
Grandi was tot voor kort een visverwerkingsterrein
Ten noordwesten van het centrum ligt Grandi, een havenwijk die tot in deze eeuw uit visfabrieken en pakhuizen bestond. Daarin zitten nu ateliers, het Marshall House met galeries, de chocoladefabriek van Omnom, ijssalons en enkele musea.
Rondlopen kost niets; de musea 2.000 tot 3.500 kronen. Vanaf het centrum is het twintig minuten lopen langs het water, voorbij het Harpa Concert and Conference Hall en het Hafnarhús, de haventak van het kunstmuseum. Dit is waar de stad zich de laatste jaren heeft uitgebreid, en waar je ziet dat visserij hier nog altijd een bedrijfstak is en geen decor.
Een echte lopapeysa kost 150 tot 250 euro
De IJslandse wollen trui met het geweven schoudermotief, de lopapeysa, wordt gemaakt van de wol van het plaatselijke schaap, dat een grove buitenvacht en een zachte binnenvacht heeft.
Een handgebreid exemplaar kost 25.000 tot 40.000 kronen. Let op: er worden ook machinaal gebreide truien uit andere landen verkocht die er sterk op lijken en de helft kosten. Kijk naar het label en naar de binnenkant van de naden; bij de winkel van de Handknitting Association aan de Skólavörðustígur weet je het zeker. Die straat, met de regenboogstrook naar de Hallgrímskirkja, en de Laugavegur zijn de winkelassen van de stad.
Alcohol koop je alleen in de staatswinkel
Bier, wijn en sterke drank worden buiten cafés en restaurants uitsluitend verkocht in de Vínbúðin, de winkels van het staatsmonopolie, met beperkte openingstijden en op zondag doorgaans gesloten.
Een fles wijn kost daar 2.500 tot 4.000 kronen, in een restaurant het drievoudige. In de supermarkt vind je alleen alcoholvrij bier, hoe erg het etiket ook op het echte lijkt. Bij aankomst op de luchthaven is er een taxfreewinkel die IJslanders zelf ook gebruiken, en dat is geen toeristenval maar gewoon de goedkoopste plek.
In augustus is er de Menningarnótt en in november Iceland Airwaves
Op de zaterdag rond 18 augustus, de verjaardag van de stad, opent Reykjavik tijdens de Menningarnótt een nacht lang haar deuren met optredens, ateliers en eten op straat, eindigend met vuurwerk boven de Arnarhóll-park. In november is er met Iceland Airwaves een meerdaags muziekfestival op tientallen kleine podia.
De Menningarnótt is gratis; een festivalpas kost 20.000 tot 30.000 kronen. In beide weken zijn hotels vol en duurder, net als tijdens de Reykjavik Pride in augustus. Buiten die weken is het aanbod in de winter juist rustig, en dan zijn de cafés, de bioscoop Bíó Paradís en de zwembaden de plekken waar de stad zich afspeelt.
Contant geld gebruikt hier vrijwel niemand meer
Betalen gaat met de kaart, tot en met een broodje bij een kraam of een kop koffie. Veel zaken accepteren helemaal geen contant geld meer en pinautomaten zijn schaars geworden; in het centrum staan er nog een handvol, doorgaans bij de banken die van negen tot vier open zijn.
Neem een kaart mee die contactloos werkt en wissel geen kronen vooraf. Fooien zijn niet gebruikelijk en worden niet verwacht. Het prijspeil ligt fors boven het Nederlandse: een koffie kost 700 tot 900 kronen bij Reykjavik Roasters of bij Mokka Kaffi, dat sinds 1958 aan de Skólavörðustígur zit, en een eenvoudige lunch 2.500 tot 4.000.
Praktisch
Vanuit Nederland vlieg je in ongeveer drieënhalf uur; de luchthaven ligt 50 kilometer van de stad en er rijdt een bus die er drie kwartier over doet voor rond de 4.000 kronen. IJsland betaalt met de kroon en niet met de euro.
Juni tot augustus geeft 10 tot 15 graden en nachten die niet donker worden. September tot maart is het 0 tot 6 graden met kans op noorderlicht bij heldere hemel. Het waait hier het hele jaar hard; een winddichte jas is belangrijker dan een dikke. Voor de geschiedenis staan het Nationaal Museum aan de Suðurgata en het openluchtmuseum Árbæjarsafn met huizen uit de vikingtijd tot de twintigste eeuw.