Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
In Matera zijn kerken in de rotswand uitgehakt
In en rond deze stad in Basilicata liggen meer dan honderd rupestrische kerken, uit de rots gehouwen tussen de achtste en dertiende eeuw. De bekendste zijn San Pietro Barisano, de grootste van allemaal, Santa Lucia alle Malve met fresco's uit de elfde eeuw en Santa Maria de Idris, die half in een rotspunt zit.
Een gecombineerd kaartje voor drie of vier kerken kost 8 tot 10 euro en ze zijn dagelijks open van 10.00 tot 17.00 uur, in de winter korter. Reken op twee uur. Let op: binnen mag meestal niet gefotografeerd worden en de trappen ernaartoe zijn steil en glad. Italië betaalt met de euro.
De Calanchi zijn kleiruggen die elk jaar verder afbrokkelen
Rond Aliano, Montalbano Jonico en Craco ligt een landschap van grijze kleiheuvels met diepe geulen, ontstaan doordat regen de zachte klei wegspoelt. Het is geen steen maar klei, en daardoor verandert het voortdurend: na elke natte winter zien de ruggen er anders uit.
In Aliano werd de schrijver en arts Carlo Levi in 1935 door het fascistische bewind verbannen; zijn boek daarover maakte deze streek bekend. Zijn huis is nu museum, entree enkele euro's. Er lopen paden over de ruggen. Let op: die klei is na regen spekglad en de randen kalven af, dus blijf van de rand.
Craco werd in 1963 na een aardverschuiving verlaten
Dit stadje op een kleirug werd in de achtste eeuw gesticht en in 1963 ontruimd toen de grond onder de huizen ging schuiven; de laatste bewoners vertrokken in de jaren zeventig. Wat overblijft is een complete stad met kerken, paleisjes en een toren, leeg op een heuvel.
Je komt er alleen met een gids en een helm op; een rondleiding kost rond de 12 euro en duurt een uur, met vaste starttijden. Hier werden scènes opgenomen voor The Passion of the Christ en voor een James Bond-film. Let op: op eigen houtje het hek over gaan mag niet en is gevaarlijk, want er vallen nog steeds stukken muur.
De Sassi van Matera werden bij wet ontruimd
De grotwoningen in de twee wijken Sasso Caveoso en Sasso Barisano zijn al duizenden jaren bewoond. In 1952 besloot de staat bij wet dat het er niet langer kon: mensen woonden er met hun vee in één ruimte, zonder water of riool, en zo'n vijftienduizend bewoners werden naar nieuwbouwwijken verplaatst.
De wijken stonden daarna dertig jaar leeg. Vanaf de jaren tachtig werden ze opgeknapt, in 1993 kwamen ze volgens Unesco op de werelderfgoedlijst en in 2019 was Matera culturele hoofdstad van Europa. Een ingerichte grotwoning bezoeken kost rond de 5 euro. Rondlopen is gratis, maar het zijn honderden treden.
In het Pollino-park staat de oudste boom van Europa
Foto: Salvatore Monetti / Pexels
Dit is met ruim 190.000 hectare het grootste nationale park van Italië en het ligt deels in Basilicata, deels in Calabrië. Het symbool is de Bosnische den, een knoestige boom die op kale rotsen groeit; van één exemplaar is de leeftijd op ongeveer 1.230 jaar geschat, waarmee het de oudste gedateerde boom van Europa is.
De hoogste top is de Serra Dolcedorme met 2.267 meter, een tocht van zes tot acht uur. Er zijn ook korte lussen van 3 tot 6 kilometer bij de bezoekerscentra. Toegang is gratis. Let op: de paden zijn matig bewegwijzerd en er is boven geen water; met sneeuw loopt het seizoen pas in juni open.
Tussen Castelmezzano en Pietrapertosa hangt een staalkabel
Deze twee dorpen liggen tegenover elkaar in de Piccole Dolomiti Lucane, een rij scherpe rotspunten in het midden van de regio. Tussen de twee hangen kabels waaraan je in een tuig van het ene dorp naar het andere vliegt, over een afstand van meer dan een kilometer en met snelheden tot 120 kilometer per uur.
Een enkele vlucht kost rond de 40 euro en een dubbele 80 euro; het loopt van april tot begin november en reserveren is nodig. Er geldt een minimumleeftijd en een gewichtsgrens. Wie dat niet wil, loopt het Pad van de zeven stenen, een bewegwijzerde route van ongeveer 2 kilometer tussen beide dorpen door het dal.
Bij Policoro komen zeeschildpadden aan land
Aan de Ionische kust ligt achter de duinen een moerasbos van ongeveer 500 hectare, een restant van het bos dat hier ooit de hele vlakte bedekte. Er broeden reigers en er leven moerasschildpadden en otters; door het gebied lopen vlonderpaden.
Op het strand ervoor leggen onechte karetschildpadden eieren; een opvangcentrum in Policoro verzorgt gewonde dieren en geeft rondleidingen voor enkele euro's. Let op: nesten worden afgezet met paaltjes en je blijft er ver vandaan; in de zomeravonden zijn er soms begeleide uitzettingen van jonge dieren, waarvoor je je vooraf opgeeft.
De Ionische kust loopt veertig kilometer van Metaponto tot Nova Siri
Foto: Duc Tinh Ngo / Pexels
Dit stuk kust bestaat uit brede zandstranden met duinen en dennenbossen erachter, met badplaatsen die veel rustiger zijn dan die in Apulië. Het water loopt geleidelijk af, wat met kinderen prettig is. Strandbaden rekenen 15 tot 25 euro per dag voor twee bedden; er zijn ook lange vrije stukken.
Let op: buiten juni tot september is hier weinig open; in de winter liggen de badplaatsen er verlaten bij en zijn restaurants gesloten. De zee haalt in augustus 26 tot 28 graden. Aan de andere kant van de regio ligt bij Maratea een korte rotskust aan de Tyrreense Zee, met een Christusbeeld van 21 meter op de berg erboven.
In Melfi vaardigde Frederik II in 1231 zijn wetboek uit
Foto: Sergei Gussev / Pexels
Het kasteel van deze stad werd in de elfde eeuw door de Normandiërs gebouwd en later door keizer Frederik II verbouwd; hier kondigde hij in 1231 de Constituties van Melfi af, een van de eerste samenhangende wetboeken van Europa. In het kasteel zit nu een archeologisch museum met onder meer een Romeinse sarcofaag uit Rapolla.
Entree kost rond de 5 euro en het museum is dicht op maandagochtend. Twintig kilometer zuidelijker staat het kasteel van Lagopesole, dat Frederik II als jachtverblijf gebruikte; dat is rechthoekig met een binnenplaats en kost enkele euro's. Beide liggen aan de voet van de uitgedoofde vulkaan Monte Vulture.
In Metaponto stierf Pythagoras
Deze Griekse kolonie werd in de zevende eeuw voor Christus gesticht en was een handelsstad van Magna Graecia. De wiskundige Pythagoras vestigde zich hier na zijn vertrek uit Croton en stierf er rond 495 voor Christus; volgens de overlevering gaf hij les in een gebouw dat later als tempel werd aangezien.
Van de tempel van Hera staan nog vijftien Dorische zuilen overeind, de Tavole Palatine, gratis toegankelijk aan de doorgaande weg. Twee kilometer verderop liggen het opgegraven stadsterrein met een theater en het archeologisch museum, samen rond de 6 euro. Reken op twee uur. Het museum is op maandag gesloten.